BOUDEWIJNPARK SEAPARK
Situering
Reeds in de middeleeuwen bestonden “lusttuinen” of afspanningen waar gedanst en gedronken werd en kinderen zich in een speeltuin konden amuseren. Aan het einde van de negentiende eeuw openden in de Verenigde Staten de eerste betalende attractieparken. Het eerste moderne attractiepark “Paul Boyton’s Water Chutes” in Chicago opende de deuren in 1894. Kort daarop volgde het befaamde Sea Lion Park op Coney Island, New York. Het Meli Park in Adinkerke (thans Plopsaland) was het eerste betalende Belgische park dat werd geopend in 1932. In 1961 volgde Bobbejaanland in Lichtaart. Het eerste echt grote attractiepark van België was Walibi Waver dat opende in 1975.
Het Boudewijnpark opende de deuren in 1963 maar werd toen niet beschouwd als een attractiepark. Het was een gemeentelijk sport- en ontspanningspark dat vrij toegankelijk was voor het publiek. Zoals verder beschreven werd het park in de jaren tachtig en negentig geprivatiseerd en verder uitgebouwd tot een betalend themapark.
Anno 2024 is Boudewijn Seapark een relatief klein, betalend themapark met ingang in de Alfons De Baeckestraat, een zijstraat van de hoofdweg in de gemeente Sint-Michiels, de Rijselstraat. Het is gevestigd op een terrein van ongeveer 20 ha, inclusief een waterplas van 5 ha. De voornaamste attracties zijn een dolfinarium, een zeeleeuwentheater, een waterpark met waterglijbanen en een ijspiste. Verspreid over het terrein zijn er een twintigtal buitenattracties en in één van de oude sporthallen is een binnenspeeltuin ingericht voor kinderen.
Het park is genoemd naar de toenmalige Koning Boudewijn (1930-1993). Hij regeerde in de periode 1950-1951 als koninklijke prins en van 1951 tot 1993 als vijfde Koning van België.
Geschiedenis
Boudewijnpark Sport- Kunst- en Attractiepark (1963-1989)
De geschiedenis van het Boudewijnpark gaat terug tot eind jaren vijftig van de vorige eeuw. Burgemeester Michel Van Maele lanceerde toen het plan om “het eerste sportcomplex van Belgie” in te richten op de gronden van de hoeve Van Quathem, in volle centrum van Sint-Michiels, palend aan de kerk. In november 1958 tekende de gemeente Sint-Michiels een koopoptie met de eigenaar van de historische hoeve, de familie Aarents de Beerteghem. Ze werd bereid gevonden het pachthof van 2 ha 87 a 5 ca voor BF 2,3 miljoen.te verkopen aan de gemeente. De plannen voor het complex, opgemaakt door gemeente-ingenieur Amand Jonckheere, werden echter sceptisch onthaald bij de provinciale en nationale overheden. Ze maakten zich zorgen over de gevolgen voor de gemeentelijke financiën en wezen erop dat het project helemaal niet paste in het bestaande bestemmingsplan van de dorpskern. Het schepencollege kwam op het weinig doordachte plan terug. Het besloot om hof Van Quathem weer te verkopen en met de opbrengst een groter en minder problematisch terrein aan te kopen. De hofstede kreeg de bouwbestemming terug die ze eigenlijk had en de gemeente verkocht de grond aan BF 400/m2 die ze aan BF 75/m2 had aangekocht. Of de familie Arents de Beerteghem nog gedeeld heeft in de winst, is niet bekend, maar ze moet zich flink gedupeerd hebben gevoeld.
De gemeenteraad ging op 7 oktober 1960 akkoord met aankoop van een nieuw terrein van 14 ha 27 a 62 ca ten zuiden van de dorpskern van Sint-Michiels inclusief de Cloedtse Put, een waterplas van ongeveer 5 ha; Het was een laaggelegen drassig weidegebied in de winterbedding van de Kerkebeek dat eigendom was van Ghislain Van Parijs, advokaat bij het Hof van Beroep te Brussel.
Er waren geen verdere beslommeringen met bestemmingsplannen en begin 1962 werd de ruwbouw van het sportcomplex toegewezen aan de Algemene Brugse Bouwonderneming voor een bedrag van BF 13 miljoen. Het complex bestond uit een grote sporthal met in annex een kleinere turnzaal, een cafetaria-restaurant en een ïndrukwekkende 36 meter hoge, zeshoekige toren. Enkele foto’s van de eerste bouwfase zijn in annex toegevoegd. In de loop van 1963 volgden de voltooiingswerken en de uitrusting van het complex met sportmateriaal voor de turnzaal en de uitrusting van cafetaria, restaurant, kleedkamers en stortbaden. Voor de buitensporten werden een openlucht zwembad, een voetbalveld, 2 tennisvelden, een volleybalplein en een basketbalplein aangelegd.
Initiatiefnemer burgemeester Van Maele vond dat het nieuwe sportcomplex een markant herkenningspunt moest hebben dat van ver te zien zou zijn. Het idee van een schutterstoren werd door gemeente-ingenieur Amand Jonckheere uitgewerkt en in de bouwplannen van het sportcomplex verwerkt. De 36 meter hoge toren met het karakteristieke zeshoekige houten skelet werd in de loop van 1963 in 1 stuk geplaatst en bij de opening van het sportcentrum in gebruik genomen. De eerste jaren waren er drie schuttersmaatschappijen (Sint-Sebastiaansgilde Sint-Michiels, de Heerlijkheid Tillegem en de schuttersgilde Boudewijnpark) gevestigd die er in de winterperiode hun gildeschietingen en bedrijfsschietingen organiseerden met deelname van gilden uit Oost- West- en zelfs Frans-Vlaanderen.
Voor de buitensporten werden een openlucht zwembad, 2 voetbalvelden, 4 tennispleinen, een volleybalplein en een basketbalplein aangelegd.
Het terrein was toen vrij toegankelijk voor het publiek. Naast de schuttersverenigingen maakten de vele sportverenigingen van Sint-Michiels en omstreken, tegen een kleine vergoeding, gretig gebruik van de faciliteiten. Naburige scholen Atheneum en Sint-Michiels-instituut kwamen er ’s morgens turnen. Een hengelsportclub- en een model botenbouwvereniging kregen toegang tot de vijver. Een speeltuin en een miniatuurgolf maakte het nieuwe sport en recreatiepark aantrekkelijk voor het brede publiek. Totale kosten BF 48,2 miljoen waarvan de Staat BF 11,7 miljoen voor zijn rekening nam ( 1/3 van de grondprijs en de helft van sporthalle).
Een achttal voetbalclubs, de krachtbalclub Sint-Michiels en de nieuw opgerichte tennisclub Sint-Michiels vonden er onderdak. Een speeltuin, een miniatuurgolf en het openlucht-zwembad maakte het nieuwe sport en recreatiepark aantrekkelijk voor het brede publiek.
Totale kosten BF 48,2 miljoen waarvan de Staat BF 11,7 miljoen voor zijn rekening nam ( 1/3 van de grondprijs en de helft van sporthalle).
Inwijding
Het complex werd in juli 1963 ingewijd door de Brugse bisschop Van Gheluwe. De gutsende regen belette de vele geplande sportmanifestaties maar dat kon de pret niet drukken. ’s Avonds volgde een daverend Oberbayernfeest en vuurwerk.
Beheer
Het geheel werd beheerd door de in april 1963 opgerichte Samenwerkende Maatschappij (SM) Boudewijnpark, Sport- Kunst- en Ontspanningscentrum die een eerste 5-jarig beheerscontract kreeg van de gemeente Sint-Michiels. De SM statuten verschenen in het Staatsblad van 24 april 1963 met vermelding van 59 vennoten, allen inwoners van Sint-Michiels, inclusief volmachten, in totaal 72 personen. Ze vertegenwoordigden een kapitaal van BF 434,000 (434 aandelen van BF 1,000). Zes vennoten participeerden met een maximum van BF 25,000, de overige bijdragen varieerden tussen de BF 1,000 en 10,000. De eerste beheerraad bestond uit 9 vennoten, allen bekende Sint-Michielsnaren: Michel Van Maele, Gabriël Vandeputte, Georges Lintel, Willy Vercruysse, Alfons Carlier, Maurice Rooseboom, Prosper Rammant, Kamiel Van Maele en Roger Legroe. De bekende conferencier en Brugse zanger Willy Lustenhouwer was de eerste directeur:
Tweede sporthal (1968(
De beheerder stak voortvarend van wal. Met financiele ondersteuning van de eigenaar (de gemeente Sint-Michiels) en de Staat, werd in 1968 een tweede grote sporthal aangebouwd. De bouw werd in maart 1968 toegewezen aan Remi Deleersnyder uit Deerlijk voor een bedrag van BF 8,4 miljoen. De hal moest in de wintermaanden onderdak bieden aan de buitensporten als volleybal, basketbal en tennis.
IJspiste (1970)
De tweede sporthal was nog in aanbouw toen al verder nagedacht werd over de verdere uitbouw van het sportcomplex met een ijspiste (en een zwembad). Gemeente-ingenieur Amand Jonckheere kreeg de opdracht een overdekte kunstijsbaan te ontwerpen die aan de geldende internationale eisen zou voldoen en ten zuiden van het bestaande sportcomplex zou worden gebouwd. De eerste aanbestedingen werden in januari 1969 uitgeschreven en op 14 mei 1969 legde de minister van Nederlandse Cultuur Prof. Van Mechelen, in de gutsende regen, de eerste steen. De vloer van de ijspiste van 60 m bij 30 m werd in oktober 1969 gegoten. Voor de bouw en uitbating van de ijsbaan werd beroep gedaan op de expertise van het Beierse Eissportzentrum Oberstdorf.
De oostelijke zijde van de overdekte hal werd in het begin doorzichtig en gedeeltelijk open gehouden. Langs de westelijke lange zijde werd over de gehele lengte een vrij toegankelijke cafetaria ingericht op een hoogte van 2,5 m, met zicht op de ijsbaan. Het geheel werd vervolledigd met een sportwinkel, kleedkamers, verhuring van schaatsen, toiletten en een machinekamer. Het was de bedoeling in het verlengde van de overdekte piste een open ijsbaan van 30 m bij 60 m aan te leggen maar dat plan kwam niet tot uitvoering.
De baan werd feestelijk op 20 december 1969 geopend met showoptredens en demonstraties van schaatsclubs uit Brussel. In de beginperiode was de baan van begin oktober tot einde maart en van begin juli tot eind augustus, dagelijks van 10 tot 22h open.
Van bij de opening van ijsbaan werd de Boudewijn Schaatsclub opgericht onder de bezielende leiding van Lisette Brillant en Willy Cabboor, beiden Belgisch kampioen en rekordhouders zowel op de korte (125 m) als op de lange (250 m) baan. Als trainers bouwden ze in de club een sportieve sfeer op die niet alleen jongere naar ook veel oudere schaatsers aantrok. Als enige in de provincie West-Vlaanderen, trok de ijsbaan ook veel recreatieve schaatsers aan. De club had een snelschaats- en een kunstschaatsafdeling met meer dan 100 leden.
Instructiezwembad
Toen de eerste bouwfase van het park op zijn einde liep werd in 1968 een subsidieaanvraag ingediend bij de Overheid voor de bouw van een 8 m-25 m zwembad dat gekoppeld zou worden aan de overdekte ijsbaan. De aanvraag werd afgewezen en de beheerraad van het park besloot dan maar een kleiner instructiebad te bouwen met eigen middelen. Het bad werd gekoppeld aan sporthal 2 en de turnzaal met een beglaasde gevel naar het zuiden. De zaalsport beoefenaars konden zo het bad induiken na gedane inspanningen. Daar kwam nog een bureau bij voor de zwemleraar/redder, een inkomhal, 50 individuele cabines, 3 stortbaden en een machinekamer.
De kunstgalerij
De Kunst- en Ontspanningskring Retorika (thans Koninklijke Kamer van Retorika genoemd) van Sint-Michiels stond in voor de artistieke invulling en organisatie van de tentoonstellingen die veel publieke belangstelling lokte. Schrijvers Fernand Bonneure en Jan Vercammen waren bekende namen die de feestelijke bijeenkomsten ter gelegenheid van een nieuwe tentoonstelling inleidden. Het waren ook sociale gebeurtenissen waar bezoekers naartoe gingen om gezien te worden en om in informele sfeer met de kunstenaars te praten.
Een chronologische lijst van de tentoonstellingen is nog bewaard gebleven met de namen van de deelnemende kunstenaars. Enkele affiches zijn in annex toegevoegd. In de periode 1970-1979 werden in totaal 86 tentoonstellingen georganiseerd .
Heirmanklok
De Heirmanklok is het meesterwerk van Edgar Heirman, geboren in 1919 in Waasmunster en er overleden in 2002. Hij ontwierp en bouwde een astronomisch uurwerk dat in 1956 door Koning Boudewijn werd ingehuldigd in Sint-Niklaas. Het indrukwekkend kunstwerk van 8 m bij 4 m, met meer dan 90,000 onderdelen, belandde op Pasen 1977 in het Boudewijnpark waar het als attractie ondergebracht werd in een speciaal gebouwd paviljoen. Het werd ingehuldigd door Koning Boudewijn die het park toen bezocht.
3
Buitenattracties
De ijspiste is over de jarenSinds het park een betalend recreatiepark werd (begin 1980) behield de ijsbaan zijn eigen toegang omdat de exploitatie-uren niet corresponderen met de uitbatingsuren van het park en de parkeigenaar de activiteit als inkomstenbron wenste te behouden.
Anno 2021 is de ijspiste nog steeds operationeel. De piste behield haar eigen toegang omdat de exploitatie-uren niet corresponderen met de uitbatingsuren van het park. De euforie van de eerste jaren is echter verdwenen. De belangstelling nam in de loop van de jaren af en de uitbating is sindsdien versoberd. De sportshop verdween al vrij snel, later werd de mooie cafetaria-galerij gesloten en de uitbating in de zomervakantieperiode werd stopgezet. In principe past de piste niet in de thematische opzet van het park (Seapark) en is de exploitatie nog nauwelijks rendabel.
De baan kwam in 2021 in het nieuws nadat ze ingericht werd als centraal COVID vaccinatiecentrum voor de Brugse regio, een welkome financiele opsteker voor de parkbeheerder in de donkere lockdown tijden.
De schaatsclub bestaat ook nog. De eerste voorzitter (nu ere-voorzitter) Willy Cabboor leeft nog (91 jaar). Nog niet zo lang geleden (oktober 2019) werd de maatschappelijke zetel van de vereniging verplaatst om associatie met de uitbater van het park te vermijden.
De groene schutterstoren bleef lange tijd het icoon van het park. Toen het park tot betalend attractiepark werd omgevormd moesten alle sportverenigingen, en dus ook de gevestigde schuttersverenigingen, een ander onderkomen zoeken. De toren begon in de loop der jaren tekenen van slijtage te vertonen, werd eerst vervangen door een kleiner model dat uiteindelijk begin 2022 ook werd gesloopt. Ter herinnering is het kroonstukje van de kleinere toren nog bewaard.
De Heirmanklok was al vanaf het begin (1977) een vreemde eend in de bijt. Tot ieders verbazing bleef ze nog 30 jaar in haar behuizing tot de nieuwe Spaanse eigenaars van het park (terecht) vonden dat de klok niet paste in het nieuwe uitbatingsconcept. De klok werd in 2007 gedemonteerd en gerestaureerd door de jongste zoon Eddy Heirman. Na een 9 jaar lange zoektocht, vond de klok in 2016 een nieuw onderkomen in de jeneverstokerij Rubbens in het Oostvlaamse Wichelen. Het paviljoen staat er nog maar is niet meer in gebruik.
1968 5 jarig cntract verstrijkt – – nieuw contract winst moet geinvesteerd worden concessie voor 60 jaar ipv 27 gmeente blijft eigenaar – SM betaalt 5% vand e winst – goegekeurd 1968
6.60m 0- 6.60m bestemd voro scholen en goeperingen
1970 kunstgalerij ( ,
1971 dolfinarium ), 1971 dolfinarium
1972 ranch ) 1972 pony ranch 1972 – dolfinarium opgestart om het aprk fianncieel haalbaar te maken
en
1979. Heirmanklok 1979 – heirmanklok
1988 dolfinarium afgebrand 1988 – dolfinarium afgebrand – verder commercieel – oude toestellen uit Benidorm binnengheaald
1989 familiepark (1989). Na een brand wordt het dolfinarium volledig herbouwd in 1989-1990 aan de overkant van de straat naar een ontwerp van het Brugse studiebureau Jonckheere.
mei 1990
volledig nieuw dolfinarium wordt op 30 juni 1990 weer geopend- kosten meer dan 120 miljoen
1990 19 mei – nieuwe dolfinarium – 23 juni officiele opening
1990 21 mei – dolfinarium geopend – 68 m koepel – 1800 plaatsen – BF 120 miljoen – tribune onder dak rest nog niet volgt later
Februari 2004
renovatie dolfinarium – vanaf maart weer in gebruik
mei 2004
weg wordt omgelegd
—-
–
2004 7 mei aanleg van weg rond dolfinarium – werken begin oktober begonnen – Euro 450,000 waarvan helft van de stad
2004 – renovatie van dolfinarium gestart – duurt 4 weken – opening 14 maart 2004
Beheer
Ter gelegenheid van het 5-jarig bestaan van het park werd in 1968 het 27-jarig beheerscontract met de SM verlengd tot 60 jaar en werd het aantal beheerders verhoogd tot 13.
1989 21 juni – uitbreiding van het park – all-in ticket gelanceerd – goedgekeurd op voorwaarde dat het park sluit om 18h en in juli/augustus om 20h – nieuw parkgedeelte
1989 zondag ? juli – officieel geopend – nieuwe groenbeplanting – vrij en kosteloos in het gedeelte rond de cafetaria en de vijver – entreegeld BF 320
Het jaar is een “turning point”in de geschiedenis van het Boudewijnpark. Geconfronteerd met de
1988 reconversie van sportpark naar attractiepark
27 jaar termijn word 60 jaar – SM mag zelf geb en sportveld inrichten mits toestemmming als tussenkomst in de bouw van 2e sporthal/vergaderzalen voor 10 jaar 600,000/jaar vergoeding
in 1978 zitten 6 brugse stadsbestuurleden in raad van bestuur waaronder Deruelle en P. Leys
statuten gewijzigd op 29 febr 1968 en 19 nov 1969 434 aandelen aan 74 aandeelhouders
1980 : 12 beheerders plus 6 van de stad
1982 winst 711,611 geen dividend
1984 winst 2,496,101 verleissaldo was 4,147,737 restsaldo 1,651,636 is meer dan 50% van het kapitaal en reserves
1985 winst 1,865,000
1986 winstt 2,195,000
26 okt 1993 – kapittalsverhoging van 434,000 naar 868,000 door afname op reserves – omzeting van coop vennootschap tot CV coop vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
verhoging van de nominale waarde van de 434 aandelen – aantal blijft zelfde
balanstotaal 31 dec 1973 21.8 miljoen schulden aan derden 12,1 miljoen
omzet 12.8 miljoen
grootste andeelhouder hebben 25 aandelen
Een nieuw
Nieuwe erfpachtcontract in 1996 met stad brugge – plopsaland bood 30 miljoen maar Van MAele weigert –– 4 jaar later weer opgebouwd – Van Maele had in periode als burgemeester van brugge een gunstig contract gelsoten jaarlijske huur zeer alaag lusten voor het park – lasten voor de stad – nieuw stadbestuur 1996 een erfpachtoverenekomst – sinds 1996 investeert Bp 6 miljoen euro maar maakt stijgend verlies 0- onderhandleingen met Aspro Ocia in 1990 koopt met oude spullen van pretpark Benidorm – ijspiste en tennisvelden passen niet meer – altijd werd gezegd dat het park 34 ha groot was maar in de erfpachtpvereenkomst staat 20,9 ha. – komt omdat deel van vijver is verkocht – 25% is van Van Maele huis –
De redding kwam uiteindelijk in het jaar 2002 toen
1986 Bambinoland (1986)
Omdat er geen geld meer was voor vernieuwing en uitbreding ging het stadsbestuur van Brugge op zoek naar een overnemer of geschikte partner om mee samen te werken. Al in 1998 had het park een aanbod gekregen om het te verkopen aan Studio 100 die BF 15 miljoen wilde investeren maar dat stuitte op verzet van de familie Van Maele die op dat moment nog voor een derde eigenaar was van het park.
30-12- 1996 kapiaalverhoging van 868 naar 1,632,000 zonder creatie van nieuwe aandelen omzeting in NV aandelen worden aan toonder bestuuraleden 19 goedkeiring van de erfpachtovereenkomst 30 spet 1996 gronden in concessie gehouden 20 ha 19a neiuwe voorwaarden voord erfpachtvergoeding plus afbetaling van de openstaande schulden – nieuwe raad van bestuur
De schutterstoren pastte niet meer in het uitbatingsconcept en werd in de loop van 2022 gesloopt. Dat was eigenlijk ook het geval voor de ijspiste, maar deze bleef tot op heden behouden, zij het met een eigen toegang en bedrijfs-management.
kapitaalsverhoging van 868 naar 2,500,000 omdat ind e toekosm gestreefd zal worcen naar et uigaven van obligateleningen om verse mideleen aan te trekken – schulden aan de stad brugge 111 miljoen deel wordt afbetaald i 1996 teseert nog 82 miljoen zal afgelost worden op 66 jaar
In 2001 kwam het park kwam in zwaar weer terecht
In de loop van oktober 2002 kwamen 433 van de 434 aandelen van de NV Boudewijnpark in handen van NV Ocean World en kwam het park definitief in Spaanse handen. De overname ging gepaard met een kapitaalsverhoging tot E 775,000 door inbreng van natura, grotendeels ,
2002 24 augustus – onderhandelingen met Aspro Orio – park in slechte apieren – in 2001 16 ontslagen – dolfinarium wordt ociean World
2002 13 september
30 dec 2002 kapitaalsverhoging tot E 775,469 door inbreng in natura
Algemeen
Binnensporten

























