KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

Boudewijn Albert Karel Leopold Axel Marie Gustaaf (1930 -1993) was het tweede kind van prins Leopold en prinses Astrid. Hij volgde zijn vader op en legde de eed af op 11 augustus 1950. De troonsopvolging verliep zeer chaotisch.

Vader Leopold III irriteerde zich zeer aan de interne politieke verdeeldheid van het land. Hij zette zich persoonlijk in om het land neutraal te houden onder de dreigende Duitse inval en was ervan overtuigd dat Hitler de oorlog zou winnen. Omdat hij weigerde in ballingschap te gaan ontnam de ministerraad hem, bij het uitbreken van de oorlog, alle bevoegdheden. Daags na de invasie van Normandië in 1944 werd de koninklijke familie door de bezetter eerst naar Hirschtein in Saksen, later naar Strobl in Oostenrijk gedeporteerd.

Het politiek conflict met Leopold III, ook bekend als de Koningskwestie, zou nog 5 jaar aanslepen. In maart 1950 werd een niet-bindende volksraadpleging georganiseerd over de terugkeer van de koning. Een meerderheid was voor terugkeer (57%) maar het land was sterk verdeeld: Vlaanderen stemde voor terugkeer (72%) maar in Wallonië en Brussel stemde meer dan de helft tegen. De terugkeer van de koning in juli 1950 leidde bijna tot een burgeroorlog. Er braken stakingen uit in Wallonië en er vielen 3 doden in Grace-Berleur bij Luik. Onder grote politieke druk tekende Leopold III in juli 1951zijn troonsafstand voor zijn zoon Boudewijn. Hij was daarmee de eerste Belgische vorst die abdiceerde.

Gedurende de volgende tien jaar was sprake van een dynarchie. Vader Leopold kon niet nalaten om af te rekenen met het politieke milieu en bleef op het paleis van Laken wonen. Hij bleef de confrontatie met de politiek opzoeken. Dat had een nefaste invloed op de jonge koning Boudewijn I. Eerste minister Eyskens vond dat het afgelopen moest zijn en besliste in 1959 dat Leopold het paleis moest verlaten.

Boudewijn erfde van zijn vader een uitgehold koningschap. Hij trouwde in 1960 met de Spaanse gravin Fabiola de Mora y Aragon. Fabiola raakte tot vijfmaal toe zwanger maar het huwelijk bleef kinderloos. Boudewijn probeerde de relaties met de politiek weer op te bouwen en koos voor een meer moreel koningschap. Begin zestiger jaren werden de verschillen tussen Nederlandstaligen (Vlamingen) en Franstaligen (Walen en Franstalige Brusselaars) scherper gesteld. Onder druk van de Vlaamse Volksunie werd in september 1963 de taalgrens vastgelegd. De communautaire koorts steeg de volgende jaren. In 1970 werd een eerste grondwetswijziging gestemd die enkele bevoegdheden decentraliseert naar nieuw opgerichte gemeenschappen en gewesten (eerste staatshervorming). Er volgden nog 3 staatshervormingen (1980, 1988 en 1993). Met de zogenaamde Sint-Michielsakkoorden werd België onder het beheer van Boudewijn officieel een federale staat.

Een bijzondere gebeurtenis was de weigering van Boudewijn in april 1990 de abortuswet te bekrachtigen. Dit veroorzaakte een mini-koningskwestie. De verenigde ministers namen tijdelijk de koninklijke prerogatieven op en Boudewijn werd op 5 april 1990 weer in zijn grondwettelijke macht hersteld.

In 1991 werd de Salische Wet, die de troonsopvolging in de mannelijke lijn voorschrijft, afgeschaft. De erfopvolging zou voortaan aan de eerstgeborene, ongeacht het geslacht, worden toegekend.

De koning overleed op 31 juli 1993: aan een hartaanval in zijn buitenverblijf in Playa Granada, Motril in Spanje. Het stoffelijk overschot werd bijgezet in de Koninklijke Crypte in Laken. Koningin Fabiola trok zich terug uit het publieke leven. Ze woonde op het kasteel Stuyvenberg (in het park van Laken) tot haar dood in december 2014. Zij werd bijgezet in Koninklijke Crypte naast haar echtgenoot.

Zoeken