KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

Cloedtse Put

De Cloedtse put is beter bekend als de vijver van het Boudewijnpark, een waterplas van ongeveer 5 ha. Het is een kunstmatig aangelegde waterplas die begin twintigste eeuw uitgegraven is voor de aanleg van het talud van de nabijgelegen spoorlijn Oostende-Brugge-Brussel. Het gronddelven begon al in 1909 maar de verplaatsing van het Brugse station van het Zand naar de nieuwe locatie aan de rand van de stad liep grote vertraging op. Het nieuwe station werd pas vlak voor WO II in 1939 in gebruik genomen. De gronddelfwerken waren toevertrouwd aan NV Entreprises Decloedt uit Brussel. De aannemer zette een nooit geziene reusachtige beweegbare graafmachine in gebruik die in de volksmond de Schamateur werd genoemd. Met grote wielende schoppen werd het zand tot 8 meter diep uitgegraven en in wagonnetjes op een smalspoortreintje over de Dorpsstraat en langs de Prins Leopoldstraat (thans J. Maertensstraat genoemd) naar de berm gevoerd.

De grond werd geput uit een stuk land dat eigendom was van het toenmalige Bureau van Weldadigheid (de latere Commissie van Openbare Onderstand) en door aannemer Decloedt in … aangekocht. Het was een stuk onvruchtbaar brembos, Wolakkers genoemd, dat aan het eind lag van een zandige landweg, de Wolaeckersweg (later Guido Gezellestraat en sinds 1973 Vijverhoflaan)’ Middenin stond het hoevetje (meer een krotwoning) van de familie Verstraete. De aannemer bouwde voor de familie een nieuw huis aan de rand van de vijve.

Na beëindiging van de graafwerkzaamheden verkocht aannemer Decloedt in 1911 de vijver en omliggende percelen land aan het echtpaar Vandycke-Vanheilesonne die de eigendom in 1928 weer doorverkocht aan Ghislain Van Parijs, advokaat bij het Hof van Beroep in Brussel en rijke verzamelaar van schilderijen. Hij liet er aan de rand van de vijver een mooi herenhuis bouwen als buitenverblijf. Het geheel werd door een dichte rij bomen en struiken aan het zicht van de buitenwereld onttrokken en afgezet met “pinnekensdraad”. De heer Van Parijs nodigde er regelmatig vrienden uit de hoge wereld om er te jagen en te vissen.

Het domein bleef onaangeroerd tot 1961 burgemeester Michel Van Maele de familie Van Parijs zo ver kon krijgen om het te verkopen. Zelf kocht hij, samen met zijn zakenpartner Maurice Ballegeer, het buitenverblijf met aanpalende waterpartij. De rest van de vijver werd aangekocht door de gemeente Sint-Michiels en zou onderdeel gaan uitmaken van het nieuw gemeentelijke Boudewijn sport- en ontspanningspark dat tussen de vijver en de Kerkebeek gepland was. Het buitenverblijf werd eerst ingericht als gasthof (bij oudere Sint-Michielsnaars bekend als het Vijverhof) dat uitgebaat werd door Raf Alloo en zijn echtgenote. Tot burgemeester Van Maele in … besloot om er zelf te gaan wonen. Zijn echtgenote overleed in 1998 en hijzelf in 2003, toen het verblijf werd verkocht aan de huidige eigenaars.

Sinds 1961 maakte de oude Cloedtse Put dus deel uit van Boudewijn Sport en Ontspanningscentrum thans Boudewijn Seapark genoemd. Na de opening in 1963 was het park vrij toegankelijk voor het publiek en vervulde de vijver een belangrijke recreatieve functie. Een hengelsportvereniging werd opgericht, een heuse waterradboot maakte rondvaarten en waterskishows en modelbotenbouwers genoten grote publieke belangstelling. Na de sluiting van het buitenzwembad kon er met pedalos rondgevaren worden. Het geheel kreeg een feestelijk uitzicht met in het midden een grote fontein.

Vanaf de jaren negentig werd het volledige park een betalend attractiepark en verloor de vijver zijn recreatieve functie.

Zoeken