KERK SINT-MICHIELS
Situering
De kerk van Sint-Michiels bevindt zich in het centrum van deelgemeente Sint-Michiels. Het is een eenvoudige, oost-west georiënteerde, driebeukige hallenkerk met aan de zuidzijde een aangebouwde winterkapel. De kerk is opgetrokken uit rode baksteen en heeft leien zadeldaken en een leien torenspits. Het gebouw dateert uit 1954 naar een ontwerp van architect A. Nolf uit Torhout, ter vervanging van de neogotische kerk uit 1863 die in mei 1944 werd verwoest tijdens een bombardement. De architectuur vertoont enige neoromaanse kenmerken.
De kerk is toegewijd aan Michaël, schutspatroon van de parochie, die in de christelijke traditie als een van de aartsengelen wordt vereerd.
Links van de hoofdingang is een gedenksteen ingemetseld met de tekst: “door oorlogsgeweld, vernield op 28-5-1944, heropgebouwd in 1954”; eerste steen gewijd door MGR Lamiroy op 8-11-1950 geconsacreerd door MGR Desmedt op 24-9-1954 en pastoor Verhaeghen en de leden van de kerkraad L. Huygghe, voorzitter , J. Van Damme, M. Ameel, M. Barbiaux, Jonckhere L. Deudon de le Veillieuze, M. Van Maele burgemeester, bouwmeester heer A. Nolf Torhout , God zij dank”.
De kerk maakt sinds september 2015 deel uit van de Parochiale Eenheid (PE) Emmaüs Sint-Andries-Sint-Michiels Brugge (kortweg de Emmaüsparochie), een federatie van vijf parochies die verder bestaat uit de parochies Sint-Willebrordus, Sint-Andries, Sint-Godelieve en Sint-Baafs. Het secretariaat van de fusieparochie is gevestigd in de Koude Keukenstraat te Sint-Andries.
Ook de kerk van de Sint-Michielsparochie is in de loop der jaren geconfronteerd met een sterke daling van het kerkbezoek. De afname was het sterkst in de periode 1965-2000, toen het kerkbezoek met maar liefst 75% daalde. Sindsdien is de afname minder sterk. Anno 2025 is er nog één vaste eredienst in de week op zaterdagavond om 17.30 uur. Begrafenissen, dopen en huwelijken kunnen nog wel plaatsvinden, maar ook in dit geval kiezen steeds minder mensen voor een kerkdienst.
In 2019 maakte het kerkbestuur van de Emmaüs-parochie plannen bekend om vier van de vijf kerken, waaronder de kerk van Sint-Michiels, te sluiten en te verkopen en met de opbrengst een nieuwe kerk te bouwen in de Abdijbekestraat te Sint-Michiels. Anno 2024 is nog onduidelijk wat er precies zal gebeuren. Ook al gaan ze niet meer naar de kerk, het is voor veel Sint-Michielsenaren moeilijk voor te stellen dat de kerk uit het beeld van de dorpskern zou verdwijnen.
Historiek
Het vermoeden is dat de kerk (en de parochie) van Sint-Michiels reeds in de 8e eeuw bestond. De eerste betrouwbare vermelding dateert van 31 oktober 1089, toen Robrecht van Jeruzalem, graaf van Vlaanderen, in een schenkingsoorkonde de oprichting van een kapittel van 12 kanunniken van de Sint-Donaaskerk in Brugge vastlegde. Het kapittel kreeg verscheidene voorrechten en eigendommen in de gemeenten Sint-Michiels, Oostkamp, Sint-Kruis, Houtave en Aartrijke, waaronder “de Sint-Michielskerk in de villa Weinebrigga, met alle aanhorigheden, tienden, weiden, akkers, lijfeigenen en inkomsten”.
Weinebrigga of Weinebrugge was een van de eerste Frankische nederzettingen rond de centrale hoeve “Blidenburgh” op de hoek van de huidige Dorpsstraat en de Vijverhoflaan. De naam verwijst waarschijnlijk naar een “wagenbrug” over de Kerkebeek op de oude Kerkweg. De naam zou dan door de centrale hoeve in de nabijheid en later door de parochie overgenomen zijn.
Op 28 december 1089 bevestigde bisschop Radboud II van Doornik plechtig de rechten en privilegiën van het Sint-Donaaskapittel over de parochiekerken van Sint-Michiels, Sint-Kruis, Oostkamp, Ruddervoorde en Waardamme.
De verdere geschiedenis is in vele opzichten duister en onduidelijk, want vaak gebaseerd op onbetrouwbare overleveringen, historische legenden en zelfs valse oorkonden. Het is dan ook niet geheel duidelijk hoe heemkundige-apotheker Gerard Franchoo, die een uitgebreid onderzoek instelde, tot de conclusie kwam dat het eerste kerkje een schamel en armetierig eenbeukig gebouwtje was uit hout en leem. met de aartsengel Michael als schutspatroon. Waarom hij als titelheilige werd uitverkoren, is evenmin bekend.
Van de volgende jaren weten we uiteindelijk bitter weinig van het parochiaal leven en het Sint-Michielskerkje. Het wordt wat duidelijker in 1579, toen verslag werd gedaan van de sloop van het kerkje door de “ketterse” protestantse magistraat van Brugge. Na de herovering van Brugge door de Spanjaarden in 1584 duurde het nog tot 1611 voordat een nieuwe houten kerk werd gebouwd op de plaats van de gesloopte, op het kerkhof. Later werden er nog 2 zijkapellen aan toegevoegd, maar het bleef een klein kerkje. Bij gebrek aan ruimte stond, volgens het parochieboekje van Kan. Tanghe, de biechtstoel in de sacristie en de doopvont in het portaal. Een toren werd pas later toegevoegd.
Eind 17e eeuw werd het kerkje door de Fransen platgebrand. De tiendeheren van Sint-Donaas gaven niet thuis tot uiteindelijk het Brugse magistraat zich met de heropbouw ging bemoeien. Het uitgebrande kerkje werd hersteld en in 1712 uitgebreid met een OL Vrouwekapel die als noodbeuk diende.
Een lange lijdensweg volgde opnieuw in de Franse tijd. Alle goddelijke diensten werden geschorst, kerken gesloten en door Franse troepen in gebruik genomen. De kerk van Sint-Michiels bleef gesloten tussen 1789 en 1802. Na de Franse storm werd alles weer opgekalefaterd, tot in 1855 de kerkfabriek besloot een compleet nieuwe pastorie en kerk te bouwen op een nieuwe locatie, midden in het dorp. De in bijlage toegevoegde litho van de Brugse drukker Jacques Petyt, is de enige afbeelding van de tweede parochiekerk voor dat ze werd gesloopt in 1863. Het vermoeden is dat de litho dateert van 1852, maar dat is niet zeker.
De nieuwe neogotische kerk (1852-1944).
In haar zitting van 22 februari 1852 besloot de kerkfabriek een nieuwe pastorie te bouwen in het dorpscentrum aan de Rijselstraat. Drie jaar later werd met eenparigheid van stemmen, besloten om daar ook een nieuwe kerk te bouwen. De gemeenteraad had al, in haar zitting van 7 oktober 1853, geoordeeld dat de bestaande kerk diende te worden vergroot of dat een nieuwe kerk noodzakelijk was. Pastoor Th. Lammens, aangesteld op 16 oktober 1854, nam de zware en ondankbare taak op zich om de nieuwbouwplannen te realiseren.
Voor de bouw van kerk en pastorie verkreeg de kerkfabriek een stuk grond van juffrouw Eugenia Coppieters, jongste dochter van Albert Coppieters, heer van kasteel Zevenbergen op de grens van Sint-Michiels en Sint-Andries. Eugenia was begijn in het Begijnhof van Brugge. Het stuk grond, 44 are 20 ca groot, was gelegen op de hoek van de Dorpsstraat (toen nog Kerkweg genoemd) en de Rijselstraat, tegenover het kasteel Bloemenoord van Henri Sion (later gemeentehuis). Het perceel werd “De Gouden Beurse” genoemd, naar de herberg die daar stond “op 25 roeden lants met de huisinghe op de platse genaempt de hostelrye van de Goude Burse, binnen de heerlickheede van de Canonickschen“. (1720 K.A. Sint Michiels).
De provinciale bouwmeester P. Buyck ontwierp het bouwplan. Mgr. Malou, bisschop van Brugge, zond het plan van de nieuwe kerk naar de gouverneur met de volgende bemerking “il y aurait moyen de donner un peu plus de style à la tour“. (1858-30/4 – Acta f° 149). Op 18 september 1860 werd de fundering gestoken. Z.E.H. Tanghe, deken van Brugge, wijdde de eerste steen. Aannemer K. Verschelde uit Brugge nam het werk aan voor de prijs van 44.975 frank. Op Sint Michielsdag, 29 september 1862, droeg Mgr. J. Faict, grootvicaris van het bisdom Brugge, de eerste Heilige Mis op. In de namiddag zong deken Tanghe het plechtig lof.
De oude kerk op het kerkhof werd in 1863 gesloopt. Van de oude bouwmaterialen werden een aantal huisjes opgetrokken o.a. de “doeningskens”op de hoek van de Rijselstraat en de Molenstraat, die in 1965 onbewoonbaar werden verklaard en afgebroken.
De nieuwe kerk werd opgetrokken in de gotische stijl van einde 14e – begin 15e eeuw. Kunstkenner J. Weale bekritiseerde in zijn “Bruges et environs” het werk van P. Buyck en bestempelde het gebouw als “un édifice mesquin“. De kerk was 35 meter lang, 17 meter breed en 12 meter hoog.
Zeven jaar later werd de kerk (op 7 juli 1869) plechtig ingewijd door Mgr. Johan Faict, bisschop van Brugge. Toen ze werd ingewijd, bezat de gotische kerktoren geen klokkenhuis maar werd deze met een houten kap tegen regen en wind beschermd. Het klokkenhuis werd pas in 1873 gebouwd. Het ontwerp hiervan werd na raadpleging van kunstenaar-schilder Frank Brangwyn door bouwmeester P. Buyck getekend. William Brangwyn was een Britse ontwerper en decorateur die zich toen in Brugge had gevestigd. Op 23 januari 1873 had op het gemeentehuis hiervoor de aanbesteding plaats. Het werk werd toevertrouwd aan Frederik Bruggeman uit Sint-Joris-ten-Distel voor een bedrag van 7.628 frank. In de toren was een gestoelte voor twee klokken voorzien. Het oude klokje van de gesloopte kerk op het kerkhof, werd opgehangen maar een tweede klok kwam er niet.
De kerk op “de platse” was, net als haar voorganger op het kerkhof, toegewijd aan de aartsengel Michaël. Bij huwelijk of overlijden luidde de klok dapper of traag. Zij klepte het Angelus op de middag en luidde ook bij brand. Zij klepte het politieuur, ’s zomers om 22 h en ’s winters om 21 h. Op steeds hetzelfde uur, ’s zondags na de hoogmis, stapte eertijds de koster, en na hem de veldwachter, op de stichel om aan het kerkportaal de besluiten en ordonnantiën af te lezen en de nodige bekendmakingen en verkopingen met luide stem te verkondigen.
De Nieuwe Kerk 1954 – heden
Op Sinksendag, 28 mei 1944, in de late namiddag, werd bij een geallieerde luchtaanval, de dorpskom en de kerk van Sint-Michiels in puin herschapen. De kerk was deels ingestort en gescheurd. Pastoor Verhaeghe kon gelukkig het grootste deel van de grafstenen recupereren. Enkel de naald van de hoge toren stak boven de puinhoop uit. Ze werden gerestaureerd en ater ingemetseld in de muren van de nieuwe kerk. Helaas was veel van het waardevolle religieus erfgoed verloren gegaan. Van het nog vrij nieuwe orgel bleven nog een paar verwrongen pijpen over. Het houten beeld van Onze Lieve Vrouw met gotische kroon, dat eertijds in de maandelijkse processie werd meegedragen, werd vernield evenals een beeld van Onze Lieve Vrouw van Lourdes dat in Lourdes was aangekocht door Mevr. de Penaranda. De beelden van het H. Hart, de H. Jozef en de H. Antonius konden onder een dikke laag stof heelhuids vanorder het puin gehaald worden. De beschilderde plaasteren beelden verdwenen bij de vernieuwing van de liturgie uit de kerken en verhuisden naar de zolder of vlooienmarkten. De marmeren doopvont op voet, een gift van pastoor Lammens, was gebarsten. Bij de opruiming kwam alles op de puinhoop terecht of gestolen.
Nadere details over het rampzalige bombardement worden in een aantal publicaties uitvoerig gedocumenteerd en besproken. De bekendste is het “blauwe boekje” van Dr. C. Vlaeminck “Het bombardement op Sint-Michiels 28 mei 1944” dat ter gelegenheid van de 25e verjaardag in 1969 door het Gemeentebestuur van Sint-Michiels werd uitgegeven en breed verspreid onder de bevolking. De erediensten moesten uitwijken naar het parochiaal centrum in de toenmalige Kerkstraat (thans Oude Kerkstraat) dat in 1929 was geopend en ingericht werd als noodkerk. Eind 1949 werd de romp van de vernielde kerk gesloopt en opgeruimd.
Op zondag 8 januari 1950 legde Mgr. Lamiroy de officiële steen van de nieuwe kerk en wijdde de locatie van het hoogaltaar en de doopvont in. De nieuwe driebeukige kerk, ontworpen door architect Nolf uit Torhout, was aanzienlijk groter dan haar voorganger (45 m lang en 21 m breed) en werd gebouwd in een gemoderniseerde Romaanse stijl. De bouw werd uitgevoerd door de firma Jonckheere uit Eernegem, maar verliep niet zonder problemen. Na allerlei strubbelingen ging de aannemer failliet en pastoor Verhaeghe moest alle zeilen bijzetten om het bouwproces op de rails te houden. De pastoor had ook nog te maken met de commissie die over ’s lands kunstschatten en historische gebouwen waakte. De commissie oordeelde dat de oude kerktoren koste wat kost behouden en hersteld moest worden. Ze zwichtte uiteindelijk onder druk, o.a. van burgemeester Van Maele die, niet geheel onterecht, vond dat de toren te klein was en niet paste bij de romaans geïnspireerde bouwstijl van de nieuwe kerk. De oude gotische toren bleef staan, maar kreeg een nieuwe omhulling. De bouw werd in juli 1954 voltooid met de plaatsing van de weerhaan op de nieuwe torenspits.
De inhuldiging van het nieuwe orgel verdient een speciale vermelding. Het werd gebouwd door de firma Loncke uit Eessen en in oktober 1953 plechtig ingewijd door kanunnik Deschepper, pastoor-deken van Zuid-Brugge. Kamiel D’Hooghe, organist van de Sint-Salvatorskathedraal te Brugge, gaf een orgelrecital.
Op 14 september 1954 consacreerde Mgr. Emiel-Jozeef Smedt, bisschop van Brugge, de nieuwe kerk in aanwezigheid van talrijke burgerlijke overheden, Achter het hoofdaltaar, tegen de muur van het sanctuarium werd een fresco van de patroonheilige, de H. Michael, geschilderd naar een ontwerp van R. Vandeweghe.
De bouw van de nieuwe kerk, het levenswerk van pastoor Verhaeghe, werd de volgende jaren verder voltooid. Het grote moderne fresco van de aartsengel Michaël aan het hoofdaltaar, hoewel indrukwekkend, was echter een doorn in het oog van zijn opvolger Antoon Anckaert, die opdracht gaf de nogal confronterende afbeelding te overschilderen. In juni 1963 werd het Christusbeeld aan de ingang van de kerk ingewijd ter gelegenheid van de toewijding van de gemeente aan het H. Hart. Bij de aanstelling van pastoor Wilfried Hoenraet in 1966 werd een nieuw altaar geinstalleerd, conform de nieuwe liturgische richtlijnen. Het werd geschonken door de gemeenteschool, het Instituut Immaculata en het Sint-Tarcitius Instituut.
In hetzelfde jaar 1963, besloot het gemeentebestuur dat de pastorie naast de kerk niet meer te renoveren was. De 100 jaar oude pastorie werd in juni 1963 in twee dagen tijd met de grond gelijkgemaakt. Het naastgelegen oorlogsmonument moest ook wijken voor de nieuwbouw en werd verplaatst naar het graspark aan de overkant van de Rijselstraat, naast het gemeentehuis.
Ondertussen begon het oude kerkklokje tekenen van vermoeidheid te vertonen. Het was maar 160 kg zwaar en was bij het bombardement van 1944 beschadigd. Nog net voor de fusie met Brugge besloot het gemeentebestuur in 1969 de kerk een tweede, grotere klok te schenken die de naam Maria kreeg. Twintig jaar later gaf het oude klokje, 140 jaar oud, definitief de geest. Het is nog bewaard en is nog te zien op een sokkel achterin de kerk. De kerkfabriek bekostigde de aankoop van een nieuwe kleine klok. Ze werd gegoten door dezelfde firma Petit en Fritsen en kreeg de naam Michiel. Het 140 kg wegende klokje werd naast de grote klok opgehangen op een nieuwe stoel. De Sint-Michielse aannemers André Himpe en Maurice Rooseboom zorgden voor het nodige metsel- en timmerwerk.
Een laatste belangrijke ingreep was in 2012 toen de kerk heringericht werd en het altaar van het koor naar de linkerkant van de kerk werd verplaatst, met de stoelen in cirkelvorm geplaatst.
In de loop der jaren werd ook op de Sint-Michielparochie duidelijk dat individuele parochies hun toevertrouwde opdrachten moeilijk nog alleen konden vervullen. Net als elders liep ook het aantal kerkgangers terug. Na pastoor Verhaeghe kwamen nog Antoon Anckaert (1962-66), Wilfried Hoenraet (1966-1982) en Christian Kina (1982-1986). Toen de laatste pastoor, Adriaan Naert officieel met pensioen ging in 2003, werd hem gevraagd nog een 5-tal jaren door te gaan, waarna hij niet meer vervangen werd.
Eind 2012 kondigde de Brugse bisschop Jozef De Kesel een verdere consolidatie aan. De vorming van pastorale eenheden (PE) was de volgende stap, waarbij het tot een intensievere samenwerking zou komen. In september 2015 volgde een logische invulling met de vorming van de PE Emmaüs Sint-Andries-Sint-Michiels Brugge (kortweg de Emmaüsparochie) wat resulteerde in een daadwerkelijke fusie van de reeds nauw samenwerkende vijf parochies. Het secretariaat van de fusieparochie werd gevestigd in de Koude Keukenstraat te Sint-Andries. In de nieuwe pastorale eenheid werden de organisatorische grenzen tussen de vijf parochies opgeheven, maar bleven de juridische structuren intact. Dit betekent dat de vier kerkfabrieken (de kerk van Sint-Andries is eigendom van de stad Brugge) de materiële middelen blijven beheren die nodig zijn voor de uitoefening van de eredienst in de respectieve parochies.
In 2019 ontstond enige commotie toen de Emmaüsparochie plannen aankondigde om vier van de vijf kerken van de parochie te verkopen en met de opbrengst een nieuwe kerk te bouwen in de Abdijbekestraat te Sint-Michiels, naast de school Ravelijn, vroeger bekend als Sint-Tarcicius, de school van de Broeders van Liefde. Anno 2025 is nog steeds onduidelijk wat er gaat gebeuren. Ook al gaan ze niet meer naar de kerk, het is voor veel Sint-Michielsenaren moeilijk voor te stellen dat de kerk uit het beeld van de dorpskern zou verdwijnen.
Ondertussen werd de naastgelegen pastorie gesloopt om plaats te maken voor een dagcentrum voor mensen met een beperking dat in de loop van 2024 werd geopend.



