KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

                                     HOEVE BLIJDENBURG 

Situering

Hoeve Blijdenburg is gelegen op de hoek van de Vijverhoflaan en ter Beke. Het is een restant van een in oorsprong 16e eeuwse hoeve die was gelegen rechtover de toenmalige parochiekerk en het kerkhof van Sint-Michiels.

Heden resteert enkel nog (een deel van) het oorspronkelijke woonhuis. Het is een verankerde witgeschilderde baksteenconstructie onder leien zadeldak. Aan de erfzijde vallen twee kleine dakvensters op onder lessenaarsdak.

Historiek

Reeds in de Merovingische tijd maakte het grondgebied van de latere gemeente Sint-Michiels deel uit van het kroondomein Snellegem. Het was een laagliggend gebied dat doorkruist werd door een drietal beken (Boterbeek, Kerkebeek en Leyselebeek) die het overtollige water van de hoogten van Sint-Andries (Boterbeek) en de Wulgenbroeken (Kerkebeek en Leyselebeek) afvoerden naar de Brugse Reie. In het gebied vestigden zich nieuwe landbouwuitbatingen die in de loop der jaren vaak uitgroeiden tot kasteelhoeve. Eén daarvan was hoeve Blijdenburg aan de Kerkebeek, in de nabijheid van de toenmalige kerk van Sint-Michiels.

De hoeve is voor het eerst met naam vermeld in 1505 en mooi afgebeeld op de stadsplattegrond van Jacob van Deventer van ca 1560.. Ze is verder nog terug te vinden op een kaart van 1765, op de kaart van Ferraris (1770-1778) en op een anonieme kaart van 1802.

Tot de Franse tijd was de hoeve een leengoed dat bewoond en uitgebaat werd door pachters. Ze maakte deel uit van het domein Leysele (of Lensele, Liezele, Leyseele) dat in de 13e eeuw in het bezit was van de heren van Assebroek en later van de JezuÏeten. 

Bekend is dat domein Leysele en de hofstede Blijdenburg in 1748 in het bezit kwam van de familie van Zuylen van Nyevelt door het huwelijk van Jan Bernard van Zuylen van Nyevelt (1721-1791) met Isabelle du Bois (1730-1804), dochter van Andries du Bois, de heer van Leysele en Blijdenburg. Jan-Bernard stamde uit een oude Nederlandse adelijke familie waarvan zijn vader zich in Brugge had gevestigd. Hij was schepen en Directeur van de Posterijen in Brugge.

Bij het opmaken van het eerste (primitieve) kadasterplan van België in 1835 stond het Leysele domein en hofstede Blijdenburg geregistreerd op naam van Jan Jacobus van Zuylen van Nyevelt (1752-1846), zoon van Jan Bernard. De kadasterkaart van het toenmalige domein is toegevoegd in annex.

Twee jaar later overleed zijn echtgenote Maria. Weduwnaar en kinderloos, stelde hij vast dat zijn vijf jongere broers niet zeer ijverig waren in het voortbrengen van mannelijke nakomelingen en het geslacht van Zuylen op uitsterven stond. Vijfenzestig geworden, hertrouwde hij in 1817 met zijn tweeënveertig jaar jongere nicht Julienne van Zuylen van Nyevelt (1794-1866). Ondanks zijn eerbiedwaardige leeftijd kreeg het gezin van Zuylen-van Zuylen nog dertien kinderen in een tijdspanne van 17 jaar. Hij stierf (uitgeput?) in 1846.

In 1855 kreeg dochter Constance van Zuylen van Nyevelt (1824 -1893) het domein Leysele en dus ook hoeve Blijdenburg toebedeeld. Ze was gehuwd met Camillus Kervyn (1810-1887), burgemeester van Merendree. Het echtpaar Kervyn-van Zuylen bewoonde het kasteel ongeveer 21 jaar en had twee kinderen. Na de dood van Camillus in 1887 verkochten de erven (de weduwe Constance en haar twee zonen) het domein aan het echtpaar Oscar Hanneuse – Hortensia Oppenheim. Het moet een nogal excentriek echtpaar geweest zijn. Het huwelijk eindigde in 1896 in een echtscheiding waarbij Hortensia bij de verdeling van de gemeenschap alleen eigenares werd van het domein. Ze overleed in 1925 waarop de verkoop volgde van het hele domein. De verkoop werd opgedeeld in 6 loten.

Lot 3 was de hoeve genaamd Blijdenburg. Het hoofgebouw omvatte toen een ruime woning annex paardenstal. Aan de noordzijde was een voor die tijd typisch toilet aangebouwd en aan de zuidzijde een koeienstal. Daarnaast was nog er het bietenkot en de stalling voor de sjees. De hoofdingang bevond zich aan de toenmalige Guido Gezellestraat (thans Vijverhoflaan). Bij de hoofdingang stond nog een ovenkot en een varkensstal. Het pronkstuk was de grote schuur met praktische dubbele deuren aan beide zijden. De hofstede was toen ongeveer 12,5 ha groot.

De koper was Henri Schoutteet die de hoeve met zijn vrouw Euphrasie Van Belleghem als pachter sinds 1921 bewoonde. Henri was gemeenteraadslid van 1931 tot 1938 en van 1944 tot 1946. Hij was de pater familias van een gezin van 12 kinderen waarvan talrijke nazaten nog in de onmiddellijke nabijheid van de oude hoeve wonen.

De hofstede werd na het overlijden van Henri’s tweede echtgenote Beatrijs Timmerman, in 1950 verdeeld onder de 6 kinderen uit zijn eerste huwelijk (René, Adilles, Emma, Hector, Victorine en Albert) en  de 6 kinderen uit zijn tweede huwelijk (Maria, Godelieve, Madeleine, Alice, Denise en Simone). Henri behield het vruchtgebruik tot hij in 1961 overleed.

Het weidegebied aan de oostkant van de toenmalige Guido Gezellestraat (thans Vijverhoflaan) kreeg een bouwbestemming en werd verkaveld in een 14-tal percelen, voor elk kind 1 perceel, 2 kinderen kregen 2 percelen. Het verkavelingsplan van de 3 ha weilanden voorzag o.a. in de aanleg van een nieuwe straat tussen de Guido Gezellelaan en de Baron de Serretstraat. Het kwam echter niet tot een verkaveling. De weilanden werden in 1962 door de Belgische staat om redenen van openbaar nut onteigend voor de vestiging van een nieuwe Gemeenschapsschool, het Koninklijk Atheneum (zie aparte bijdrage).

De landerijen aan de westkant van de straat werden in dezelfde periode verdeeld onder de kinderen. Ze kregen ook een bouwbestemming en werden verder verkaveld en verkocht aan particuliere eigenaars (zie aparte bijdrage ter Beke). Bij de verkaveling ter Beke – Guido Gezellestraat sneuvelde de grote schuur en het ovenkot. Later werden alle overige bijgebouwen ook gesloopt.

Het resterende hoofdgebouwvolume is tot de dag van vandaag behouden gebleven. Het werd in 1984 verkleind en gerestaureerd als “Kunstige Herstelling” naar een ontwerp van architecten Gerry Vandenabeele en Karel Lansoght (Brugge). Daarbij is onder meer de voutekamer gereconstrueerd naar oudere sporen. Anno 2025 is het bewoond door een kleindochter van de pater familias Henri Schoutteet.   

           

Bronnen
Agentschap Onroerend Erfgoed
Kadasterarchief West-Vlaanderen te Brugge, Mutatieschetsen, Sint-Michiels
Stadsarchief Brugge. Archief deelgemeente Sint-Michiels
Persoonlijk archief Walter Maertens

      

Pages ( 1 of 3 ): 1 23Next »
Zoeken