JOSEPH WAUTERSSTRAAT
Situering
De Joseph Wautersstraat verbindt de Titecastraat met Torhoutse Steenweg. Op de hoek met de Titecastraat ligt een opvallend driehoekig plantsoen met een Mariakapelletje dat het straatbeeld een herkenbaar en lokaal karakter geeft. De geasfalteerde straat is 460 m lang. Van het 10 m brede tracé blijft er, na aftrek van een voetpad aan beide zijden nog een rijweg over van 6 m. De straat is onderbroken door de Expressweg N31. Geluidsschermen dragen bij aan het verminderen van de geluidsoverlast voor nabijgelegen bewoners maar het is de vraag of de norm voor geluidshinder voor dergelijke wegen (maximum dB 60) in werkelijkheid gehaald wordt. Voor het plaatselijk verkeer is aan beide zijden van de weg, een ventweg aangelegd.
Het 360 m lange, oostelijke deel van de straat, tussen de Titecastraat en de Expressweg N31,zou kunnen omschreven worden als een straat met twee gezichten. De tegenstelling tussen de traditionele, gesloten rijbebouwing aan de noordzijde en de modernere, gekoppelde woningen aan de zuidzijde geeft dit deel een gevarieerd woonkarakter. Aan de noordzijde (even nummers) bevindt zich een aaneengesloten bebouwing bestaande uit een vijftigtal kleine eengezinswoningen, vroeger bestempeld als “arbeiderswoningen”, met een gevelbreedte van 5 tot 8 meter, kleine ommuurde voortuintjes en opvallend diepe achtertuinen die in sommige gevallen tot circa 60 meter reiken. Deze zijde van de straat straalt een (weliswaar gerenoveerd) traditioneel en historisch karakter uit, met een gesloten structuur die typerend is voor oudere woonlinten (zie woningenbestand)
Op twee kleine clusters van oude woningen na, heeft de zuidzijde (oneven nummers) een jongere ontstaansgeschiedenis. Hier overheerst een opener bebouwingspatroon met voornamelijk halfvrijstaande, gekoppelde eengezinswoningen. De architectuur is moderner van opzet, met een meer eigentijdse vormgeving, grotere bouwvolumes en een ruimtelijkere inplanting.
Een van de oudere huizen is opgenomen in de inventaris van het onroerend erfgoed van de stad Brugge. Het betreft de half-vrijstaande woning nr. 57 die beschreven wordt als “een baksteenbouw onder gemansardeerd zadeldak met mechanische pannen. Typisch parement van oranje baksteen met openingen in licht verdiepte nissen. Zijgevel met driehoekige erkeruitbouw onder leien aandak. Bewaard schrijnwerk doch vernieuwd glas”.
Bij de kruising van de Expressweg is op een voor de aanleg van de Express vrij gebleven stuk grond, de moderne studentenresidentie Kotville opgetrokken die onderdak biedt aan 124 studenten.
Het korte westelijk deel van de straat tussen de Expressweg N31 en de Torhoutse Steenweg (100 m) heeft een kleine cluster van zes oude eengezinswoningen en op de kruising een opvallend groot modern bedrijfsgebouw: de dansschool Rose De Leyn.
De straat is genoemd naar de Belgische socialistische politicus Charles Henri Joseph Wauters (1875-1929). Geboren in Roost-Krenwik (Rosoux-Crenwick), tegenwoordig deelgemeente van Berloz in de provincie Luik, genoot hij grote naamsbekendheid in Wallonië waar een honderdtal straten naar hem zijn vernoemd. Een korte synopsis van zijn leven en werk zijn hierbij toegevoegd. De straat in Sint-Michiels is een van weinige die in Vlaanderen naar een Waalse politicus werd genoemd.
Historiek
Tot het begin van de 19e eeuw bleef het gebied ten zuidwesten van de Brugse stadsmuren grotendeels onbewoond. De schaarse bebouwing bestond uit enkele verspreid gelegen landbouwnederzettingen, meestal eigendom van welgestelde burgers uit de binnenstad, die hun gronden lieten bewerken te midden van uitgestrekte akkers en weilanden
Vanuit de Boeveriepoort liep een onverharde landweg over een afstand van ruim één kilometer in de richting van de Torhoutse Steenweg. In de officiële buurtwegenatlas van 1844 wordt deze weg vermeld als Oude Galgeweg voor het gedeelte tussen de Boeveriepoort en de huidige Titecastraat, en als Galgewegel voor het verdere traject tot aan de Torhoutse Steenweg (de huidige Joseph Wautersstraat) (zie kaart). De benaming verwijst naar de bestemming van de weg die de verbinding vormde tussen de stad en het Brugse galgenveld dat zich, al vanaf de late middeleeuwen, buiten de stadskern bevond, in de omgeving van het iets verderop gelegen Galgenbergbosje op de grens van Sint-Michiels en Sint-Andries.
De Galgewegel bleef tot begin 20ste eeuw onbebouwd. De noordzijde van het tracé was begin 18e eeuw in handen van een drietal particulieren waarvan Pieter Van de Broucke de voornaamste was. Zijn weduwe verkocht het terrein rond 1860 aan de Blankenbergse brouwers- en distilleerdersfamilie Mamet. François-Henri Mamet, was burgemeester van de stad Brugge in de periode 1848-1866.
Het is nog een raadsel hoe in de jaren 1908-10 in ”the middle of nowhere” aan de noordzijde van de wegel een eerste woonkern van kleine “werkmanshuisjes” is ontstaan die tot de oudste van de gemeente behoort. Met de eerste bebouwing kreeg de wegel een nieuwe naam: Galgestraat. De woningen hebben een gevelbreedte van 5 tot 8 meter, voldoende voor een deur en een raam. Opvallend is de diepte van de achtertuinen, tot 60-65 meter. Bij het uitbreken van WO I was ongeveer een derde van het tracé bebouwdm met dergelijke huisjes. Apotheker-heemkundige Gerard Franchoo beschreef de straat later als “een smalle hobbelige straat waar het in de late avond helle donker was en tevens een gevaarlijk kwartier, een soort duivelshoek, waar “klein volk” samenkoekte en in een eigen gesloten gemeenschap leefde. Bij het uitbreken WO II was de noordzijde van de straat, met een vijftigtal aaneengesloten woningen, vrijwel volledig volgebouwd.
De woningen bestonden oorspronkelijk uit een bouwtypologie met een lage bovenverdieping onder het dak. Deze zogenaamde halve verdieping functioneerde vaak als beperkte woon- of opslagruimte en werd gekenmerkt door kleine ramen en een beperkte plafondhoogte.
In de naburige Titecastraat (nr. 28) is nog een een sterk verwaarloosde exemplaar van een vroeg-19de-eeuwse arbeiderswoning (waarvan het pannendak inmiddels werd vernieuwd is)
Ondertussen was de naam van de straat alweer gewijzigd. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 1926 kwam voor het eerst in de geschiedenis van Sint-Michiels een linkse coalitie aan de macht onder de leiding van burgemeester Louis De Mey. Die vond dat het hoog tijd was om een paar straten in Sint-Michiels te vernoemen naar bekende socialistische voormannen die in de voorafgaande jaren een belangrijke rol speelden in de Belgische politiek. Zo werd de Galgestraat in 1930 omgedoopt tot Joseph Wautersstraat, naar de invloedrijke socialistische politicus Joseph Wauters.
Na de Tweede Wereldoorlog veranderde het historische silhouet van de huizenrij ingrijpend. De oorspronkelijke bebouwing, gekenmerkt door lagere daklijnen en een halve bovenverdieping, verdween geleidelijk. In de periode van wederopbouw en woningnood kozen bewoners voor het optrekken van de oude woningen met een volledige extra verdieping. Deze ingreep vergrootte het woonvolume aanzienlijk en sloot beter aan bij de toenemende woonbehoeften en gewijzigde comfortnormen. Door de verhoging van de bebouwing veranderde niet alleen de individuele woning, maar ook het straatbeeld als geheel.
De zuidkant (oneven huisnummers) van de straat bleef, op twee kleine clusters van “werkmanshuisjes” na, nog tot na WO II onbebouwd. Het grootste deel van de gronden was in de Franse tijd in handen gekomen van de Burgerlijke Godshuizen van de stad Brugge. Mogelijk ging het om een onteigening van de adellijke familie Le Jeune d’Allegeershecque die een residentie in de buurt had, maar dat moet nog uitgezocht worden.
De diensten van de Burgerlijke Godshuizen, inmiddels omgedoopt tot Commissie van Openbare Onderstand (COO), dienden in januari 1949 een verkavelingsaanvraag in bij het gemeentebestuur van Sint-Michiels. Het voorstel werd goedgekeurd met de bepaling dat “de omgeving” bestemd was voor alleenstaande of gekoppelde woningen en onder voorwaarde dat kosteloze afstand zou gedaan worden van grond voor de verbreding van de straat”. De grondverkoop nam nog wat tijd in beslag. Vrijwel alle woningen dateren van 1957-58 toen de straat ook daadwerkelijk werd verbreed en vernieuwd.
Het driehoeksplein op de hoek van de Titecastraat en de Joseph Wautersstraat vormde jarenlang het herkenningspunt van de buurt die daarom in de volksmond “De Driehoek” werd genoemd. Op dit pleintje werd in 1960 het Onze-Lieve-Vrouwekapelletje van de Driehoek opgericht op initiatief van een comité van buurtbewoners. Het werd op 30 oktober 1960 plechtig ingewijd door deken-kanunnik Gryspeerdt. Een gedenksteen met de inscriptie “ONS GEBUURTE / 1960”, herinnert aan deze gebeurtenis. Het is een van de weinige kapelletjes in Sint-Michiels die de tand des tijds hebben doorstaan. Vandaag verkeert het echter in een deplorabele toestand. Wellicht is er nog een kleine maar toegewijde groep parochianen en sympathisanten die het lot van dit kapelletje ter harte neemt. Met hun inzet, aangevuld met steun uit de buurt en via crowdfunding, kan dit bescheiden maar waardevolle erfgoed misschien toch voor de toekomst worden veiliggesteld.
De relatieve rust werd ruw verbroken in de periode 1974-75 toen de lang geplande Expressweg N31 naar de Oostkust werd aangelegd en de Joseph Wautersstraat asymmetrisch werd doorsneden. Al sinds de jaren vijftig was de stad Brugge vragende partij om de Brugse Ring te ontlasten en vanuit het zuiden (A 40 Brussel-Oostende) een nieuwe snelwegverbinding met het havengebied van Zeebrugge en de Oostkust te realiseren.
Zoals ook nog elders beschreven, had de aanleg van de snelweg heel wat voeten in de aarde. Het voorstel om de weg gedeeltelijk op palen en gedeeltelijk op een verhoogde berm aan te leggen stuitte op veel bezwaren. Er kon ook geen consensus bereikt worden over een alternatief voorstel om de weg uit te graven. In de loop van 1973 werd de knoop doorgehakt. Er was geen geld en het werd een gelijkvloerse expressweg dwars door Sint-Michiels. De nieuwe weg werd in de loop van 1975 voor het verkeer opengesteld. Intussen zijn alle voormalige gelijkvloerse kruisingen vervangen door tunnels.
Het was op zichzelf te begrijpen dat er op nauwelijks 160 m van de (later ondertunnelde) kruispunten van de Koningin Astridlaan en Torhoutse Steenweg geen gelijkvloerse kruising werd aangelegd ter hoogte van de Joseph Wautersstraat. Voor het plaatselijk verkeer werd over de volle lengte van het tracé door Sint-Michiels aan beide zijden een ventweg aangelegd.
De rechtstreekse materiële schade bleef beperkt omdat het betrokken tracé al meer dan twintig jaar lang vrij van bebouwing was gehouden. Het duurde nog tot 2022 tot maatregelen werden genomen om de geluidsoverlast voor de buurtbewoners lager te krijgen dan 60 dB, de grens voor geluidshinder bij nieuwe of vernieuwde wegen. Of die grenswaarde in de praktijk overal wordt gehaald, blijft onderwerp van discussie.
Ter hoogte van de Expressweg werd begin jaren tachtig aan de noordzijde, langsheen de weg nog een korte pijpekop aangelegd. In dezelfde periode verrezen op het kruispunt nog twee markante bedrijfspanden. Ten oosten van de weg vestigde zich de bekende Brugse Dansschool Rose De Leyn, in 1971 opgericht door Roza de Leyn. Vanuit de binnenstad vond de school in 1974 onderdak in het Boudewijnpark tot het in 1980 haar eigen pand aan de Joseph Wautersstraat kon betrekken. Meer dan een halve eeuw later wordt de dansschool nog steeds geleid door de oprichtster samen met haar echtgenoot en dochter.
Ten westen van het kruispunt vinden sinds 2015 een 125-tal studenten onderdak in de opvallende groen afgewerkte studentenresidentie Kotville. Het is het oude Brugotel-hotel, dat in 1986 de deuren opende en in 2014 de deuren weer sloot om heringericht te worden als studentenhuis. De eigenaar van het driesterrenhotel (met een 50-tal kamers) zag kennelijk meer brood in het verhuren van studentenkamers dan van hotelkamers.




