JEANNE DE BEIR (1874 – 1971)
Het leven en werk van Anne Jeanne Lowyck, beter bekend als Jeanne De Beir, wordt uitgebreid beschreven in de literatuur over de Eerste Wereldoorlog, ondermeer door Denise De Weerdt (De vrouwen van de Eerste Wereldoorlog) en Sophie De Schaepdrijver (Bolwerk, Brugge: bezette stad in 14-18). Hier volgt een korte samenvatting op basis van deze werken.
Anne Jeanne Lowyck was actief als spionne tijdens WO I. Na haar huwelijk met een Franse spoorwegbeambte, verhuisde ze naar Duinkerke waar ze drie kinderen opvoedde. Bij het uitbreken van de oorlog zette Anne zich in voor Belgische vluchtelingen en gewonde soldaten. Via de Franse geheime dienst kreeg ze een opleiding als spionne en werkte ze onder de codenaam 8F30.
Ze keerde met haar kinderen naar haar geboorteplaats Brugge terug waar ze verder informatie verzamelde over Duitse militaire activiteiten, waaronder de duikbootbasis en munitiedepots. Berichten smokkelde ze op creatieve manieren over de grens, onder meer met postduiven verborgen onder haar kleding. Er heerst enige verwarring over de spionagedienst waarvoor zij werkte.
In oktober 1915 werd ze door de Duitsers gearresteerd en ter dood veroordeeld. Dankzij de tussenkomst van burgemeester Amedée Visart de Bocarmé werd haar straf omgezet in een gevangenisstraf. Ze werd in februari 1916 naar een Duitse gevangenis vervoerd, waar ze in harde omstandigheden, de oorlog overleefde. Haar mede gearresteerde lotgenoten waren minder fortuinlijk en werden op 8 mei 1916 terechtgesteld.
Na de bevrijding in november 1918 huis keerde ze terug naar Brugge, waar ze een pension uitbaatte aan de Sint-Annarei. Het huis op nummer 18 bestaat vandaag nog steeds. Volgens de inventaris van het onroerend erfgoed, was het vóór WO I een meisjespensionaat dat vanaf 1914 bekendstond als “Hotel Regence Palace de Beir”.
Ook tijdens WO II bleef Anne actief in het verzet. In 1943 sloot ze zich aan bij een verzetsgroep in de streek rond Ieper die een vluchtnetwerk had opgebouwd voor bemanningsleden van neergeschoten geallieerde vliegtuigen. Op 1 april 1944 werd ze in Moorslede gearresteerd en veroordeeld tot deportatie naar Duitsland. Door sabotage van het verzet werd het treintransport iets voorbij Brussel tot stilstand gebracht, waarna een Britse eenheid de gevangenen kon bevrijden.
Na haar bevrijding keerde ze terug naar Brugge, waar ze haar pension verder uitbaatte. Ze overleed in 1971 op bijna honderdjarige leeftijd.