KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

✖

HET LAPPERSFORTBOS

Historiek

Tot begin twintigste eeuw was het oostelijk gebied tussen de dorpskern van Sint-Michiels en de Leye (later kanaal Brugge-Gent) een grotendeels braakliggend en onbewoond terrein. Het werd in oost-westrichting doorkruist door twee zanderige landwegen die vanuit de dorpskern van Sint-Michiels tot aan de Leye liepen: de Sint-Janshuisdreve, genoemd naar het Sint-Janshospitaal, de toenmalige eigenaar van het gebied en de Diksmuidsche Boterweg, thans Ten Briele.

Het gebied ten zuiden van de huidige Ten Briele-weg was grotendeels eigendom van het Sint-Janshospitaal tot in de Franse tijd alle kerkelijke bezittingen onteigend werden en in handen kwamen van de Burgerlijke Godshuizen van de stad Brugge, die het vrijwel onmiddellijk verkocht: het noordelijke deel aan de Brugse familie Sinave en een zuidelijk deel aan Johannes Jacobus van Zuylen van Nyevelt, kasteelheer van het naburige kasteeldomein Leisele. De twee domeinen zijn terug te vinden op het toegevoegde primitief kadasterplan van 1835.

In het deel van de Sinave’s, dat ongeveer 15 ha groot moet zijn geweest, lag de hoeve ten Briele. Even ten zuiden van de hoeve en midden in het groen bouwde eigenaar Pieter Sinave een klein buitenverblijf. Voor de rest was het niet meer dan een laaggelegen, enigszins moerassig gebied, begroeid met kreupelhout, doornstruiken en ander struikgewas dat ook niet als wandelpark was ingericht of aangelegd. Het bleef nog tot 1930 eigendom van de familie, toen het verkocht werd aan de Fabrique Nationale de Herstal (FN), de bekende Luikse producent van vuurwapens. Zoals elders beschreven (zie Industrie – Ten Briele Zuid) werd de FN-vestiging in 1987 gesloten en verkocht aan de industriële groep Fabricom.

Het hele zuidelijke gebied was al in de jaren zeventig in het Gewestplan als industriële en ambachtelijke bedrijfszone ingekleurd, op een kern van 8 ha na, die als groenzone en park was weerhouden.

Vijf jaar na de aankoop van het FN-terrein (1992) kocht Fabricom ook het zuidelijke onbewoonde en met populieren begroeide deel van het gebied van de familie Van de Moortele, die het op haar beurt had gekocht van de Leisele kasteelheer van Zuylen van Nyevelt. Hiermee kwam een terrein van in totaal 20,5 ha in handen van Fabricom.

Het Fabricom-terrein bleef de volgende jaren braak liggen, tot twee industriële bedrijven (Slabinck en BEP) zich in 1998 als eerste kopers aanmeldden. Met de vestiging van de twee bedrijven op het oude FN-terrein was ongeveer 3,5 ha “vergeven” en bleef er nog een terrein van 17 ha grotendeels verwaarloosd parkgebied, De ruigte en het struweel trokken een zekere biodiversiteit aan en via wind of vogels vestigden zich snelgroeiende boomsoorten als wilgen en ratelpopulieren op het terrein. Het parkgebied groeide uit tot een heus bos dat bij Sint-Michielsnaren bekend werd als het Lappersfortbos.

De plannen van Fabricom om bosgebied te kappen en, conform het Gewestplan, in te richten als industriezone, stuitten op grote bezwaren van de milieubeweging.

De eerste bezetting

Het begon allemaal in mei 2000 met een symbolische fietstocht van de Actiegroep Zuidelijke Ontsluiting, die in verzet kwam tegen de geplande kap van een aantal populieren langs de Vaartdijkstraat. Wat begon als een lokaal protest, groeide snel uit tot een bredere beweging tegen de grootschalige kap van het inmiddels tot volwaardig uitgegroeide bos. Enkele individuen en jongeren uit de Brugse anarchistische actiegroep Uitgezonderd vormden de actiegroep Lappersfort, die op 11 augustus 2001 het bos ging bezetten. Er werden een dertiental boomhutten gebouwd en tunnels gegraven. Een oud FN-gebouw werd ingericht tot centrale uitvalsbasis van de actiegroep. De bezetters kregen steun van buurtbewoners en sympathisanten die eten, kledij en ander bruikbaar materiaal aanbrachten. De bezettingsactie kreeg na een tijd ook de steun van lokale milieuverenigingen en talrijke maatschappelijke organisaties die zich verenigden in het Groene Gordel Front. Een uitgekiende mediacampagne zorgde ervoor dat een lokaal probleem ook een nationaal probleem werd. De hoofdrolspelers in de conflictsituatie waren de Brugse burgemeester Patrick Moenaert en de Vlaamse minister van Leefmilieu Vera Dua.

Na een klein jaar bezetting verloor terrein-eigenaar FABRICOM het geduld. In juli 2002 eiste het bedrijf dat het terrein binnen vijftien dagen ontruimd zou worden. In september 2002 werden dertien bezetters voor de vrederechter gedaagd en veroordeeld tot ontruiming. Ze weigerden op vrijwillige basis te vertrekken. Alle lijmpogingen en onderhandelingen mondden op niets uit. De stad Brugge wenste niet terug te komen op het inmiddels vernieuwde bestemmingsplan. Op bevel van de vrederechter werden in de vroege morgen van 14 oktober 2002 in totaal 25 activisten met veel machtsvertoon opgepakt. In totaal werden 150 politiemensen, een helikopter, een politieboot op het kanaal, een overvalwagen en een waterkanon ingezet.

Een deel van het Lappersfortbos gered

Het bos was ontruimd, het actiekamp opgedoekt en alle constructies vernietigd, maar de bezetters bleven niet bij de pakken zitten. Naast het voortzetten van de strijd voor het Lappersfortbos trokken de bezetters van het eerste uur ook naar andere bedreigde bosgebieden. De plannen voor de kap waren niet van tafel, maar zowel de lokale als nationale politiek werd zich ervan bewust dat er naast het Lappersfortdossier nog honderden gelijkaardige “zonevreemde bossen” te vinden waren. Misschien was er wel te kwistig omgesprongen met het rode potlood. Voornamelijk binnen de partij van de minister van Leefmilieu Vera Dua (CD&V) liepen de gemoederen hoog op.

Onder druk van de publieke opinie bereikten minister Dua en Fabricom in april 2003 een principieel akkoord waarin de minister zich bereid verklaarde een deel van het bos aan te kopen. Het duurde nog bijna 3 jaar (januari 2006) vooraleer een optieovereenkomst werd getekend. De aankoopdeal kon echter niet gesloten worden zonder de medewerking van de stad Brugge, die de planologische bestemming van het gebied moest wijzigen. Wat er zich verder allemaal afspeelde, wordt hier niet verder besproken, maar de aankoop werd pas in het najaar van 2008 gesloten. Het ging uiteindelijk om 3 loten bebost terrein van resp. 4,8 ha (lot 1), 5,2 ha (lot 2a) en 3,5 ha (lot 2b), samen dus 13,5 ha, waarbij lot 1 aangekocht werd door de minister en loten 2a en 2b door de stad Brugge. Deskundigen mogen uitmaken of de betaalde prijs van € 1,3 miljoen (€ 9/m2) billijk was.

De milieubeweging was niet gelukkig met de deal. Het plan van de verbreding van de Vaartdijkstraat was ook maar deels van tafel. In plaats van een viervaksbaan zou het een tweevaksbaan worden, waarvoor alsnog bomen gekapt moesten worden. Van het aangekochte terrein van 13,5 ha had 8 ha al een groene bestemming. De “winst” van 5,5 ha die gevrijwaard kon worden van de kap, was in hun ogen te mager. Een noordelijke strook van 3,5 ha was buiten de onderhandelingen gebleven en behield dus zijn industriële bestemming.

Tweede bezetting

Toen in het najaar van 2008 de rij populieren langs de Vaartdijkstraat daadwerkelijk werd gekapt, kwam de milieubeweging opnieuw in actie. Er volgde een tweede bezetting in de betwiste noordelijke strook van het bos. De eerste generatie bezetters was niet rechtstreeks bij de nieuwe bezetting betrokken. Ze had een dwangsom boven het hoofd hangen die geïnd kon worden bij het betreden van het bos. Een groep van 20 nieuwe activisten “kampeerde” een jaar lang op het terrein. Ze had een veel sterker radicaliserend karakter dan de eerste bezetting. Er ontstond intern een breuk tussen een kleine groep zeer radicale bezetters en de rest van de milieubeweging. De bezetters konden zich niet vinden in het voorstel van het Groene Gordelfront om met crowdfunding het resterende terrein zelf aan te kopen. Er werd wat geld ingezameld, maar onvoldoende. Door de interne verdeeldheid kwam de actie negatief in de publiciteit en verloor ze ook haar draagkracht in de samenleving. Op bevel van de vrederechter werd het tweede kamp in december 2009 ontruimd en 7 activisten werden gevangen gezet. Het kwam nog tot rellen in de binnenstad van Brugge, maar de strijd was verloren.
Met het ingezamelde geld werd in de loop van 2011 het Lappersfort Zuurstofbos aangelegd bij het kruispunt van Klemskerkestraat en de Stuiverstraat in Oostende.

Vrijwel onmiddellijk na de uitzetting werd de betwiste strook van 3,5 ha bos aan de Ten Briele-weg gekapt. De weg was vrij voor de verdere inrichting van de industriezone die al op de oude FN-fabriek site was begonnen (zie Industrie – Ten Briele Zuid).

Het Lappersfortbos

In onderling overleg tussen de eigenaars (stad Brugge en Vlaamse Overheid) werd het 13,5 ha grote Lappersfortbos onder het beheer van het Vlaamse Agentschap Natuur en Bos geplaatst. Het is een verrassende mengeling van voormalig parkbos, open plekken, hooilanden en moerassig populierenbos. Het Zuidervaartje meandert door het gebied. Een van de bruggetjes over dit riviertje is de ideale plek om de prachtige ijsvogel en grote gele kwikstaart te spotten.

Het bos heeft ook hoge gasten onder zijn bezoekers: bosdichters. Zij zorgen voor de bosgedichten die je vindt langs het Hugo Claus-pad.

Enkele oude FN-vervallen opslagplaatsen werden tot speelheuvels of overwinteringsplaats voor de baardvleermuis ingericht. In de natste en ruigste delen van het bos bestaat het beheer uit ‘niets doen’. Andere plekken worden door dunningen en aanplantingen omgevormd tot een inheems elzen-eiken-essenbos. De open plekken en de hooilanden krijgen een maaibeheer en een bosrandbeheer, om een rijkere plantengroei te ontwikkelen.

Pages ( 1 of 2 ): 1 2Next »
Zoeken