KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

KONING LEOPOLD III-LAAN

Situering

De Koning Leopold III-laan ligt in het westen van (deel)gemeente Sint-Michiels. In het verlengde van de Koningin Astridlaan, vormt ze een belangrijke verbinding tussen de dorpskernen van Sint-Michiels en Sint-Andries. De straat is ongeveer 1,3 km lang en verbindt de Torhoutse met de Gistelse Steenweg, twee belangrijke uitvalswegen van de stad Brugge naar het zuiden van de provincie West-Vlaanderen.

Ongeveer 1 km van de straat ligt op het grondgebied van Sint-Andries, tussen de Gistelse Steenweg en de Diksmuidse Heirweg. Dat gedeelte wordt hier niet verder besproken. Het resterende, licht afgebogen traject tussen de Diksmuidse Heirweg en de Torhoutse Steenweg behoort tot Sint-Michiels (zie kaart).

Dit laatste deel telt aan de noordzijde, met oneven huisnummers, een dertiental klassieke, vrijstaande eengezinswoningen met een gemiddelde bouwkavelbreedte van 15 m en een kleine voor- en achtertuin. De zuidzijde, met de even huisnummers, is iets ruimer opgezet en telt een tiental woningen met variabele gevelbreedte.

De straat werd genoemd naar Koning Leopold III, de vierde koning der Belgen die regeerde van 1934 tot 1951. De naam werd gekozen in 1959, amper enkele jaren nadat België een zware constitutionele en politieke crisis achter de rug had. De Koningskwestie had het land na de Tweede Wereldoorlog diep verdeeld en de terugkeer van Leopold III op de troon was zeer omstreden.

Tegen die achtergrond was de keuze voor zijn naam opmerkelijk. Ze moet echter bekeken worden vanuit de lokale historische band van Leopold III met Sint-Andries. Op het einde van de Achtiendaagse Veldtocht, van 19 tot 27 mei 1940, verbleef de koning in kasteel Steentien in het dorpscentrum van Sint-Andries, waar hij met zijn legerstaf de modaliteiten van de capitulatie besprak. De volgende dag, 28 mei 1940, vertrok de onderhandelingsdelegatie vanuit het kasteel om de capitulatie van het Belgische leger te tekenen.

Historiek

Ten zuiden van Brugge bevindt zich een groene gordel die vandaag bekendstaat als de Kasteelbossen. De bossen ontstonden rond kastelen en landgoederen die aangelegd werden door adellijke families of gegoede burgers voor houtproductie, jacht en landschappelijke inrichting.

Dwars door het bosrijke gebied liep (en loopt nog steeds) de Diksmuidse Heirwerg, een eeuwenoude verbindingsweg waarvan de oorsprong teruggaat tot de Romeinse tijd. De weg vormde een belangrijke verbinding tussen Kassel in Noord-Frankrijk en Brugge, via Poperinge, Woumen en Aartrijke. In Brugge sloot hij aan op andere oude wegen richting de kust en Aardenburg. Vanaf de 18e eeuw verloor de oude heirweg zijn belang door de aanleg van bredere en beter berijdbare steenwegen, zoals de Gistelse en Torhoutse Steenweg.

Het was langs deze oude weg dat Albert Coppieters (1741–1832) in 1772 een kasteel liet bouwen dat hij de naam Mon Plaisir gaf. Rond het kasteel ontstond geleidelijk een uitgestrekt landgoed van ongeveer 40 ha, met tuinen, dreven en landbouwgronden.

Albert Coppieters behoorde tot een van oorsprong Kortrijkse familie, die in de loop van de 18e eeuw uitgroeide tot een invloedrijke burgerlijke familie die actief was in handel, rechtspraak en bestuur van stad en gewest. Hij studeerde rechten in Leuven en werd burgemeester van het Brugse Vrije tijdens de woelige overgang van de Oostenrijkse naar de Franse periode.

Toen de Fransen in 1794 Brugge definitief in handen kregen, vluchtte Albert Coppieters naar Antwerpen. Zijn eigendommen werden geplunderd en ook kasteel Mon Plaisir bleef niet gespaard. Het domein bleef vervolgens bijna een eeuw lang in handen van de Burgerlijke Godshuizen (de latere OCMW) van de stad Brugge tot het in 1885, in totaal verloederde staat, terug in handen kwam van de familie Coppieters. Hoe de eigendomsoverdracht precies tot stand kwam, moet nog worden uitgezocht. In tussentijd verbleef de familie op het Vijverkasteel in Loppem.

De terugkeer van het domein naar de familie luidde een nieuw hoofdstuk in. Paul Coppieters (1862-1938), een kleinzoon van Albert, liet het vervallen kasteel slopen en bouwde er, na zijn huwelijk met Marie-Aimee de Madre de Mauville (1864-1947), een nieuw kasteel dat de naam Zevenbergen kreeg. Voor de naamgeving wordt verwezen naar de bijgevoegde nota.

Het nieuwe kasteel Zevenbergen lag verscholen in het groen en was bereikbaar via een 800 m lange dreef die vanaf de Gistelse Steenweg in Sint-Andries naar het domein liep. De dreef kreeg later de naam Schoolstraat. Paul Coppieters had destijds plannen om de kasteeldreef door te trekken tot aan de Torhoutse Steenweg, maar die plannen werden nooit uitgevoerd.

De zoon van Paul, Fernand Coppieters (1894-1961) werd de laatste bewoner en beheerder van kasteeldomein Zevenbergen. Net als zijn vader was hij politiek actief in Sint-Andries als gemeenteraadslid, schepen van openbare werken en, van april 1952 tot 1958, burgemeester van Sint-Andries.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1958 verloor zijn partij Gemeentebelangen echter de meerderheid, waarna hij nog 2 jaar zetelde in de gemeenteraad tot aan zijn dood in 1961.

Na de dood van haar echtgenoot, verliet de weduwe Antonia de Moreau (zijn derde vrouw) het kasteel en trok zich terug op een appartement in het nabijgelegen Sint-Baafs. Intussen had de familie Coppieters al plannen aangekondigd om het kasteel te verkopen en het grotendeels beboste domein te verkavelen en te verkopen.

In deze bijdrage wordt alleen het verkoop- en verkavelingsproces besproken dat betrekking heeft op het grondgebied Sint-Michiels. Het gaat om een grotendeels bebost areaal van ongeveer 10 ha tussen de Diksmuidse Heirweg en de Torhoutse Steenweg..

De gemeente Sint-Michiels was al jaren vragende partij om een rechtstreekse verbinding tussen de dorpskernen van Sint-Michiels en Sint-Andries te realiseren, maar had daarvoor de medewerking van zowel kasteelheer Coppieters en als de gemeente Sint-Andries nodig.

Het ontbrekende gedeelte tussen de Schoolstraat in Sint-Andries en de Koningin Astridlaan op Sint-Michiels, ongeveer 600 meter, liep dwars door het kasteeldomein Zevenbergen en lag ook voor 60% op grondgebied Sint-Andries.

In de loop van 1958 werkten de technische diensten van beide gemeenten in onderling overleg de plannen voor de nieuwe weg uit. Voor het Sint-Michielse deel, tussen de Diksmuidse Heirwerg en de Torhoutse Steenweg, namen vier aannemers deel aan de aanbesteding die in oktober 1958 werd uitgeschreven. De opdracht, goed voor BF 1 miljoen, werd toegewezen aan aannemer Dewaele uit Eernegem. De werken werden in de loop van 1959 opgeleverd. De parallelle aanbesteding voor het Sint-Andriesdeel, tussen de Doornstraat  en de Diksmuidse Heirweg, werd toegewezen aan aannemer Decock.

Op 10 april 1959 besloot het schepencollege van Sint-Andries om zijn gedeelte van de nieuwe straat Koning Leopold III-laan te geven. Het schepencollege van Sint-Michiels ging, voor haar deel van de weg, op 22 mei 1959 hiermee akkoord, met de toevoeging dat “aldus een blijvende herinnering tot stand zou komen aan het verblijf van Zijne Majesteit de Koning te Sint-Andries tijdens een groot deel van de achttiendaagse veldtocht”.

De Achtiendaagse Veldtocht was de operatie van het Belgische leger bij het uitbreken van WO II. Ze begon op 10 mei 1940 en eindigde met de capitulatie op 28 mei 1940. Tijdens deze periode logeerde koning Leopold III, als hoofd van het Belgische leger, van 19 tot 27 mei 1940 in kasteel Steentien in het dorpscentrum van Sint-Andries. Daar besprak hij met zijn legerstaf de modaliteiten van de capitulatie. De volgende dag, 28 mei 1940, vertrok de onderhandelingsdelegatie vanuit het kasteel om de capitulatie van het Belgische leger te tekenen. Het kasteel bestaat nog, maar is in privébezit. Met de aanleg van Koning Leopold III-laan begon een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van het Zevenbergenkwartier. De hiernavolgende historiek van het verkoop- en verkavelingsproces van het kasteeldomein is beperkt tot het deel dat tot het grondgebied Sint-Michiels behoort.

Waar het gebied voordien nog sterk verbonden was met het kasteel en zijn uitgestrekte gronden, bracht de nieuwe laan een eerste duidelijke breuk met het verleden. De verbinding tussen Sint-Michiels en Sint-Andries maakte het gebied beter bereikbaar en opende tegelijk de weg naar verdere verkaveling en bebouwing.

Maar de veranderingen voltrokken zich niet alleen op het terrein. Ook binnen de familie die het domein generaties lang had beheerd, brak een nieuwe periode aan. Ongeveer drie jaar nadat het verkavelingsproces in 1958 was begonnen, overleed kasteelheer Fernand Coppieters en kwamen kasteel en gronden in handen van zijn drie kinderen Regine, Solange en Antoine Coppieters.

De gronden ten noorden van de Koning Leopold III-laan werden toebedeeld aan zijn dochter Regine en zoon Antoine Coppieters. Het proces nam enige tijd in beslag. De definitieve versie van verkavelingsplan VK 6220 werd op 25 september 1962 door het schepencollege van Sint-Michiels goedgekeurd. Het ging om een verkaveling van ongeveer 10 ha. Naast de Koning Leopold III-laan voorzag het plan in de aanleg van een nieuwe straat – de Kapelweg – en de verlenging  van de eerder op grondgebied Sint-Andries aangelegde Fort Zevenbergen en Keurvorst Karel Theodoorstraat.

De verkoop van de 23 bouwpercelen langs de nieuwe Koning Leopold III-laan was ondertussen al in de loop van 1958 gestart. De oppervlakte van de bouwkavels varieerde tussen de 500 en 700 m2, met ruimte voor vrijstaande eengezinswoningen en een bescheiden voor- en achtertuin. De kavels aan de zuidzijde (even nummers) zijn opvallend wat ruimer bemeten, met een paar uitschieters tot 1.000 m2.

Ten tijde van de goedkeuring van het verkavelingsdossier waren al een drietal woningen (in 1961) gebouwd en bewoond. Hoe deze vroege bebouwing zich verhield tot het toenmalige vergunningenbeleid van de gemeente, is niet geheel duidelijk.

Na de formele goedkeuring van de verkaveling, kwam de woningbouw goed op gang. Het merendeel van de woningen werd tussen 1963 en 1967 volgens de reguliere vergunningsprocedure gebouwd. Enkele percelen bleven langer onbebouwd en werden pas in de jaren zeventig ingevuld.

Een laatste belangrijke stap volgde naar aanleiding van de fusie met Brugge op 1 januari 1971. Om dubbele straatnamen binnen de nieuwe fusiegemeente te vermijden, werd de Schoolstraat in Sint-Andries hernoemd tot Koning Leopold III-laan, waarmee de volledige verbinding tussen Sint-Michiels en Sint-Andries één samenhangende straatnaam kreeg.

Pages ( 1 of 3 ): 1 23Next »
Zoeken