KONING LEOPOLD III (1901 – 1983)

Leopold Filips Karel Albert Meinrad Hubertus Marie Miguel was van 1934 tot 1951 de vierde koning der Belgen. Hij was de oudste van drie kinderen van Albert I en Elisabeth van Beieren en had een broer Karel en een zuster Marie-José.
Leopold werd geboren op op 3 november 1901 en bracht zijn jeugd door in het Koninklijk Paleis van Brussel. In 1914, bij het uitbreken van de oorlog, vergezelde hij zijn ouders en verbleef met hen in De Panne. Van 1915 tot 1919 was hij, met onderbrekingen, leerling in Eton College in Engeland. Na de oorlog volgde hij in Brussel een militaire opleiding.
Hij trouwde op 4 november 1926 in Stockholm met de lutherse Zweedse prinses Astrid (1905-1935) die zich voor de gelegenheid bekeerde tot het katholicisme. Uit het huwelijk werden drie kinderen geboren: Josephine Charlotte (1927-2005), Boudewijn (1930-1993), de latere vijfde koning der Belgen, en Albert (1934 – ), die later als Albert II de zesde koning van België werd.
Nadat zijn vader koning Albert I om het leven was gekomen bij een rotsbeklimming in Marche les Dames, legde Leopold op 23 februari 1934 de eed af als koning der Belgen. Een jaar later sloeg het noodlot opnieuw toe. Tijdens een vakantie in Zwitserland verloor hij, op 29 augustus 1935, de controle over zijn wagen en reed zich te pletter tegen een boom. De jonge koningin Astrid werd uit de wagen geslingerd en overleed ter plaatse. Haar dood veroorzaakte grote commotie in België.
In de woelige dertiger jaren, met een tiental regeringen, irriteerde Leopold zich in toenemende mate aan de interne politieke verdeeldheid in België. In Duitsland was de opmars van rechts niet meer te stuiten. Leopold zette zich persoonlijk in om het land neutraal te houden onder de dreigende Duitse inval. Bij de inval op 10 mei 1940 trok de regering Pierlot-Spaak zich terug naar Frankrijk. Leopold was ervan overtuigd dat verder verzet zinloos was en weigerde het land te verlaten.
Begin mei 1940, bij de inval door nazi-Duitsland, stond Leopold erop om persoonlijk het opperbevel over het Belgische leger te voeren. Na de slag aan de Leie capituleerde hij op 28 mei en werd hij door de bezetter onder huisarrest geplaatst in het kasteel van Laken. De verhouding met de gevluchte regering verbeterde er niet op, toen hij op 6 december 1941 hertrouwde met de op dat ogenblik reeds van hem zwangere Liliane Baels, dochter van oud-gouverneur van West-Vlaanderen Hendrik Baels.
Na de geallieerde landing in Normandië, werd hij op 7 juni 1944 door de Duitse bezetter gedeporteerd naar kasteel Hirschstein aan de Elbe, in Saksen. Een dag later volgde de rest van de koninklijke familie. In maart 1945, toen de geallieerde troepen naderden, werden ze overgebracht naar Strobl in Oostenrijk, waar ze in mei 1945 werden bevrijd door het 7e Amerikaanse leger van generaal Alexander Patch. In afwachting van een terugkeer naar België, vertrok de familie in ballingschap naar Pregny bij Genêve. Tien regeringen volgden elkaar in vijf jaar tijd op zonder tot een akkoord te komen over de terugkeer naar België en toekomstige rol van de Leopold.
De toenmalig eerste minister Gaston Eyskens schreef op 12 maart 1950 een niet-bindende volksraadpleging uit over de terugkeer van de koning. Een meerderheid stemde voor terugkeer. In Vlaanderen stemde 72% voor terugkeer maar in Brussel en Wallonië stemde maar 42 % voor. Het feit dat de meeste Vlaamse krijgsgevangenen waren vrijgelaten door de Duitsers (Flamenpolitik) en de Franstalige niet, zette veel kwaad bloed in Wallonië.
De terugkeer van de koning met zijn familie, op 22 juli 1950, leidde in Wallonië bijna tot een burgeroorlog met betogingen, stakingen en geweld. Onder zware politieke druk van de regering-Duvieusart en in de onmogelijkheid om iemand te vinden die met hem een nieuwe regering wilde vormen, besloot Leopold afstand te doen van de troon en de macht over te dragen aan zijn oudste zoon Boudewijn. Hij deed officieel troonsafstand op 16 juli 1951. Leopold en echtgenote prinses Liliane bleven, zeer tegen de zin van de regering, nog tien jaar wonen op het kasteel van Laken. Pas na het huwelijk van Boudewijn met Fabiola de Aragon, in december 1960, verhuisden ze naar het koninklijk domein Argenteuil in Waterloo.
Na zijn troonsafstand kon Leopold zich volledig wijden aan zijn grote interesses: natuurwetenschappen, plantkunde, fotografie, etnologie en wetenschappelijke expedities. Het echtpaar kreeg na de oorlog nog twee dochters: Marie Christine (1951) en Marie Esmeralda (1956). Hij overleed op 23 september 1983. Zijn echtgenote Liliane Baels, die 15 jaar jonger was, overleed in 2002.
Leopold kreeg een staatsbegrafenis en werd bijgezet in de Koninlijke Crypte in Laken naast zijn eerste vrouw Astrid. Op zijn uitdrukkelijke wens, liet koning Boudewijn de praalgrafkelder vergroten zodat ook Liliane er na haar overlijden in 2002 kon worden bijgezet. Het kasteel Argenteuil werd door de Belgische Staat in 2004 verkocht aan een particulier.