KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

KASTEEL VOGELZANG

Situering

Het kasteel Vogelzang bestaat vandaag niet meer, maar stond op de locatie Witte Molenstraat 85. In de jaren vijftig van de vorige eeuw werd het kasteeldomein aangekocht door deZusters van de Heilige Jozef die het inrichtten als een rust- en recreatiecentrum van de zustergemeenschap en seniorenverblijf. Vandaag de dag is Huize Vogelzang een van de twaalf woonzorgcentra (WZC) in de regio Brugge dat wordt beheerd door de vzw Huize Vogelzang. De vzw werd opgericht op 1 april 2015, met als doel: het aanbieden van zieken- en ouderenzorg in de breedste zin van het woord, met inbegrip van alle activiteiten die rechtstreeks of onrechtstreeks hiertoe kunnen bijdragen. Bij de verwezenlijking van dit doel houdt de vzw zich aan de principes van de christelijke levensbeschouwing.

Het centrum bevindt zich in een bosrijk park van 3 ha met vijver en bestaat uit een duidelijk herkenbare oude en nieuwe vleugel. De oude vleugel, ontworpen door de Brugse architect Luc Viérin, is een wit-geschilderd kloostergebouw met een kapel aan de straatzijde. Ze heeft 2 bouwlagen met een bewoonbaar dakverdiep onder zadeldak. De nieuwe vleugel is een ontwerp van het Oostendse architectenbureau Boeckx. Het is afgewerkt met zwartbruine baksteen en hout en sluit qua stijl en volume aan bij de oude vleugel.

Het centrum biedt thans langdurige zorg en ondersteuning aan 40 alleenstaande ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen vanwege fysieke beperkingen.

Historiek

In het begin van de 18e eeuw was het gebied, begrensd door de huidige Torhoutse Steenweg, Koningin Astridlaan, Xaverianenstraat en het Tillegemdomein, eigendom van de familie de Heere. Stamvader, Bruno-Maximilien de Heere (1751-1815), baron van Heere en Beauvoorde, was de laatste schout van de stad Brugge onder het Oostenrijks bewind en een vermogend man met talloze eigendommen in het gebied van het Brugse Vrije. Hij trouwde in 1782 met Jeanne Papeians de Morchoven (dit van der Strepen). Samen kregen ze twee dochters (Eugénie en Rosalie) en twee zonen (Bruno en Valentin). Het gezin woonde in een groot herenhuis op de Markt van Brugge. Kort voor zijn dood in 1815 verdeelde Bruno-Maximilien zijn bezittingen onder zijn kinderen. Eugénie erfde het oostelijke deel van het gebied aan de Torhoutse Steenweg, dat later bekend zou worden als het Vogelzangdomein.

Op de eerste Belgische kadasterkaart van 1835 staat het Vogelzangdomein geregistreerd op naam van Joseph-Guillaume (Willem) Kervyn (1767-1837) die gehuwd was (in 1802) met de eerder vermelde Eugénie de Heere de Beauvoorde (1784 – 1873). Hij stamde uit een Oost-Vlaamse familie die al sinds de 15de eeuw ambten uitoefende in Eeklo en in Gent en omstreken. In 1785 schreef hij zich in als student aan de Katholieke Universiteit Leuven, hoewel hij niet op de lijst van gepromoveerden is terug te vinden. Kervyn voelde zich, zoals de meeste Gentse Kervyns, volledig thuis in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. In 1813 volgde hij brouwer Karel Van Neste op als burgemeester van Sint-Michiels en werd hij gedeputeerde van de Provinciale Staten van West-Vlaanderen en kamerheer van koning Willem I. Het jaar 1813 wordt ook genoemd als bouwjaar van het kasteel Vogelzang, dat opgetrokken werd op de locatie aan de Torhoutse Steenweg die Eugénie had geërfd van haar vader. Van 1816 tot 1818 was hij deken van de Sint-Sebastiaansgilde van Sint-Michiels en werd hij ook benoemd als lid van de gemeenteraad van Brugge. In Brugge werd hij lid van de Koninklijke Maatschappij voor Vaderlandsche Taal en Letterkunde. en de laatste vijf jaar van zijn leven (1886-1891) was hij voorzitter van het Genootschap voor Geschiedenis (toen bekend als Soci Société d’Emulation). Het gezin Kervyn-de Heere de Beauvoorde  kreeg drie zoons.

Na het overlijden in 1837 volgde de oudste zoon Joseph-Bruno Kervyn (1817-1891) zijn vader op als bewoner en beheerder van het Vogelzangdomein. Hij verbouwde het kasteel tot de residentie die op de bijgevoegde foto is afgebeeld. In 1861 ontving hij de titel baron en in 1871 werd de titel erfelijk. Joseph-Bruno, getrouwd met Eugénie de Laage de Bellefaye, was, net als zijn vader, een bekend historicus, lid van de Academie van België, volksvertegenwoordiger en minister van Binnenlandse Zaken. In 1861 ontving hij de titel baron en in 1871 werd de titel overdraagbaar op al zijn afstammelingen. In 1884 kreeg hij vergunning om voor hem en zijn drie zoons (Gustave, Joseph en Henri) de Lettenhove aan hun naam toe te voegen. Het echtpaar kreeg in totaal 10 kinderen.

Na het overlijden van zijn vader in 1891 erfde de jongste zoon Henri (Hendrik) Kervyn de Lettenhove (1856-1928) het Vogelzangdomein. Het zou de laatste Kervyn worden die het domein beheerde en bewoonde. Na zijn overlijden in 1928 trok de 15 jaar jongere weduwe Elisabeth zich terug uit het openbare leven en werd het hele domein door de erven (de weduwe en een nicht) verkocht. Via aankoop en vererving (o.a. van een deel van het aanpalende domein ter Linden) was het domein ondertussen uitgegroeid tot een geheel van ongeveer 50 ha die in een tiental loten werd verkocht.

Het kasteelpark werd in 1931 gekocht door de Brugse sociale huisvestingmaatschappij Eigen Huis. Het motief moet financieel geweest zijn, want het terrein was niet echt geschikt voor sociale woningbouw. Het grootste deel van de omgevende landerijen werd aangekocht door de Société Immobilière Bernheim met het oog op verkaveling en verkoop voor woningbouw. De huisvestingsmaatschappij zag in dat het geen goede investering was en verkocht het kasteelpark in 1933 aan de Société die hiermee volledige eigenaar van vrijwel het hele domein werd.

De gemeente Sint-Michiels verleende toestemming voor de verkaveling van de landerijen, maar niet van het kasteelpark. Wat er allemaal speelde, vergt te veel tijd en moeite om uit te zoeken, maar het park veranderde de volgende twintig jaar driemaal van eigenaar. Het werd in 1939 doorverkocht aan grootgrondbezitter Charles van de Cruyssen, die het vier jaar later (in 1943 dus) weer doorverkocht aan de zusters De Brabandere uit Wingene. De zusters gaven er na drie jaar ook weer de brui aan en verkochten het kasteelpark in 1951 aan de Zusters van de Heilige Jozef. Hiermee kwam een einde aan de carrousel van kopen en verkopen. De Zusters hadden zich sinds 1922 gevestigd in de binnenstad van Brugge (Zilverstraat) waar ze de bekende Jozefienen meisjesschool stichtten. Het kasteel werd ingericht als huis voor kinderen op vakantie, speelpleinwerking en voor jeugdbewegingen.

In 1957 werd een nieuwe vleugel aan het kasteel gebouwd en het geheel werd heringericht als rust- en recreatiecentrum en noviciaat voor intredende zusters, later ook als bezinningscentrum voor jongeren. Het nieuwe witbeschilderde bakstenen gebouw, opgetrokken naar een ontwerp van de Brugse architect Luc Viérin, werd aan straatzijde uitgebouwd met een kapel.

Algauw werden de zusters, zoals zoveel andere congregaties, geconfronteerd met een terugloop van roepingen en stijgende beheerskosten van het kasteel en park. In 1963 werd een deel van het park in erfpacht gegeven aan het Westvlaams Observatie- en Therapeutisch Centrum De Berkjes (zie aparte rubriek).

Het oude kasteelgedeelte, daterend van 1813, voldeed niet meer aan de eisen des tijds en werd in 1968 gesloopt en vervangen door nieuwbouw. De nieuwe vleugel deed in eerste instantie dienst als eetzaal voor internen die vanuit de eigen Brugse school in Vogelzang onderdak vonden. Hiermee verdween kasteel Vogelzang volledig van de kaart. Het kloostercomplex behield de naam Vogelzang en kreeg de daaropvolgende jaren een zorgfunctie die verder wordt beschreven in de rubriek Zorg en Welzijn (zie WZC Huize Vogelzang).

Pages ( 1 of 3 ): 1 23Next »
Zoeken