JOSEPH-GUILLAUME (WILLEM) KERVYN (1767-1837)
Joseph-Guillaume Kervyn was een telg uit het Oost-Vlaamse geslacht Kervyn dat al sinds de 15de eeuw ambten uitoefende in Eeklo en Gent en in 1766 in de adelstand was opgenomen. Hij studeerde rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven, hoewel hij niet op de lijst van gepromoveerden is terug te vinden. Hij voelde zich, zoals de meeste Gentse Kervyns, volledig thuis in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Hij bouwde in 1813 het kasteel “Vogelzang” waar hij zich ook vestigde. Hij werd al in 1817 in zijn adellijke status erkend onder de naam ‘Kervyn de Heere’ en werd gedeputeerde van de Provinciale Staten van West-Vlaanderen.en kamerheer van koning Willem I. In Brugge werd hij lid van de Koninklijke Maatschappij voor Vaderlandsche Taal en Letterkunde. Onder het Verenigd Koninkrijk was hij 6 jaar burgemeester van Sint-Michiels. In januari 1813 volgde hij brouwer Karel Van Neste op en in 1819 werd hij opgevolgd door zijn schoonbroer Bruno-Désiré de Heere. Hij was gehuwd met Eugénie de Heere de Beauvoorde die het landgoed Vogelzang van haar vader erfde. Het echtpaar kreeg drie zonen.