LOUIS DE MEY (1876 – 1943)

Louis De Mey – bidprentje
Louis De Mey was burgemeester van Sint-Michiels en Belgisch politicus. Hij trouwde met Maria Lust met wie hij 2 kinderen had, Roger en Nelly. Van beroep was hij burgerlijk ingenieur en aannemer. Hij bouwde onder meer het Postgebouw op de Markt van Brugge. Tijdens een inspectie op de werf van dat gebouw brak hij beide benen.
Na WO I interesseerde hij zich zeer in Europese en pacifistische ideeën. Hij zette zich, zowel via woord als geschrift, in om vredelievende idealen en pleitte voor verzoening tussen alle volkeren.
In 1921 werd hij verkozen tot gemeenteraadslid in de eerste naoorlogse gemeenteverkiezingen. Tijdens de ziekte en na het overlijden van burgemeester Gustaaf Baert in 1924 fungeerde hij als dienstdoende burgemeester. Bij de verkiezingen van 1926 nam hij deel met een eigen lijst Gemeentebelangen. Hij behaalde net geen absolute meerderheid (5 van de 11 zetels) en vormde een coalitie met twee socialistische verkozenen.
De “linkse coalitie” veroorzaakte de nodige commotie in het overwegend katholieke Sint-Michiels. Om de gemoederen te bedaren nodigde hij de katholieke oppositiepartij, onder leiding van Gustaaf De Baecke, uit om zitting te nemen in het schepencollege. Dat was geen gelukkige zet: bij de eerste zitting ging het al fout toen de nieuw benoemde burgemeester meedeelde dat hij geen bevoegdheden aan de schepen zou toekennen zolang niet duidelijk was dat gemeentezaken voorrang zouden hebben op partijzaken. De deelname van de oppositie in het schepencollege leidde niet tot de gewenste politieke vrede want ook de verhouding met de kleine socialistische fractie bleek zeer broos. De rapporteur van de gemeenteraadsvergaderingen (secretaris Georges Depover) moest herhaaldelijk noteren dat de sprekers “niet uit elkaar te verstaan waren”. Er volgde een zesjarige periode van grote politieke onrust met het schooldossier als middelpunt (zie bijdrage basisschool Rijselstraat).
Bij de verkiezingen van 1932 haalde Louis De Mey opnieuw 5 zetels en ging weer in zee met de kleine socialistische fractie. Het experiment met schepen De Baecke werd begrijpelijkerwijs niet herhaald. Zijn plaars werd ingenomen door het socialistisch raadslid Irma Anthierens, de enige vrouw in de Sint-Michielse gemeenteraad tot de fusie met Brugge in 1971.
In de dertiger jaren publiceerde De May enkele boeken als “Maskers op … maskers af” (1931) en “Naar den nieuwen oorlog”(1934). Daarnaast was hij vanaf 1921 voorzitter van de atletiekafdeling van Club Brugge en hoofdman van de schuttersvereniging Willem Tell.
De overlevering zegt dat Louis De Mey een notoire cafébezoeker en van nature nogal lui was, maar toch populair bleef. Zijn linkse coalitie bleef ook in de verkiezingen van 1938 de steun van de Sint Michielse bevolking genieten. Hij bleef burgemeester tot 28 mei 1941 toen hij door de Duitse bezetter werd afgezet omdat hij de opgelegde leeftijdsgrens van 60 jaar had overschreden. De bezetter benoemde de 48-jarige ingenieur Wilfried Van Damme die op 21 augustus 1941 de eed aflegde. Hij moest aftreden in oktober 1942, bij de vorming van Groot-Brugge en trok naar het oostfront waar hij sneuvelde.
Louis De Mey overleed in februari 1943 op 67 jarige leeftijd. Zijn weduwe, Martha Lust, bleef in het herenhuis aan de Rijselstraat wonen en overleed in juni 1949. Louis, Martha en hun twee kinderen Roger en Nelly werden bijgezet in het familiegraf op de begraafplaats van Sint-Michiels, in de schaduw van het mausoleum van de familie le Bailly de Tilleghem. Opmerkelijk is dat alle persoonsgegevens en tekens van het graf verwijderd zijn.
Een ander opmerkelijk detail is dat ook de dochter van Nelly, Anne Bernheim, in het graf is bijgezet. Ze kwam in 1984 op 41-jarige leeftijd tragisch om het leven, getroffen door een kogel uit haar eigen revolver. Wat toendertijd bekend stond als “de moord van Moerkerke” bleef lange tijd de gemoederen in het Brugse en het hele land beroeren. Een passionele moord of, zoals de verdachte Helfen beweerde, een ongeluk ? Wie zal het zeggen. Het vooronderzoek van het strafproces duurde bijna 3 jaar. Wapenexperts raakten het niet eens over mogelijk technische oorzaken en getuigenissen spraken elkaar tegen. De 12-koppige jury werd van de ene theorie naar de andere geslingerd. De aanklager eiste aacht jaar cel maar uiteindelijk werd Helfen in maart 1987 tot 3 jaar veroordeeld waarvan de helft voorwaardelijk.
Enkele memorabilia van de familie De Mey zijn hierbij toegevoegd.