LOUIS DE MEYSTRAAT
Situering
De Louis De Meystraat is gelegen in de noordoostelijke helft van (deel)gemeente Sint-Michiels. De straat verbindt de Dorpsstraat met de Leiselestraat en heeft een lengte van ongeveer 150 m. Van het 10 m brede tracé blijft er, na aftrek van een voetpad en een parkeerstrook aan beide zijden, nog een smalle geasfalteerde rijweg over van 3 m met eenrichtingsverkeer richting Dorpsstraat. Locatie en woningenbestand van de straat zijn aangeduid op de toegevoegde kaart.
Kenmerkend voor de straat is de volledig gesloten bebouwing. De oostzijde (oneven nummers) telt 22 vrijwel uniforme woningen met een gemiddelde bouwkavelbreedte van 6 meter en een kleine voor- en achtertuin. De westzijde (even nummers) vertoont een iets gevarieerdere aanblik, met 12 woningen met variabele gevelbreedte.
Oudere Sint-Michielsnaren herinneren zich nog bakkerij Van Rietvelde op de hoek van de straat en de Dorpsstraat, die versleten door de tijd en gebrek aan opvolgers, niet meer bestaat. Een oude foto van de bakkerij en de laatste, nog jonge, bakker Robert Van Rietvelde, zijn hierbij toegevoegd.
De straat is genoemd naar de in Sint-Michiels geboren en opgegroeide Louis De Mey die van 1926 tot 1940 burgemeester van Sint-Michiels was. Een korte synopsis van zijn leven en zijn familie is hierbij toegevoegd. Anno 2025 zijn nog één kleinzoon en één achterkleinzoon in de mannelijke lijn in leven (die overigens woonachtig zijn in Ierland).
Historiek
Tot begin negentiende eeuw was het gebied ten zuiden van de dorpskern van Sint-Michiels vrijwel onbewoond, braakliggend of bebost terrein. Ten tijde van het opmaken van het primitief kadasterplan van 1835 was het zuidoostelijke deel, op de woonkern Steenbrugge na, in het bezit van vier vooraanstaande Brugse adellijke of vermogende burgerfamilies die zich daar al eerder gevestigd hadden met fraaie buitenverblijven of kastelen. De voorgeschiedenis van de families vander Beken de Cringhe, van Zuylen van Nyevelt, Doudan en Sinave en hun respectievelijke landgoederen Rode Poort, Leisele, Leiselebeke en Sinave wordt in aparte bijdragen besproken. De locaties van de landgoederen en hun kastelen zijn aangegeven op de bijgevoegde kaart
Zoals op de kaart te zien is, bevond het gebied van de Louis De Meystraat zich binnen het kasteeldomein Leisele. Dit domein behoort tot de oudste nederzettingen van de fiscus Weinebrugge en verschijnt op oude kaarten onder benamingen als Lensele, Leynsele, Leyzele, Linceele. De geschiedenis van deze nederzetting, die uitgroeide tot het kasteeldomein Leisele, wordt in een aparte bijdrage besproken (zie Kastelen – Kasteel Leisele).
Bij het opmaken van het kadasterregister in 1835 was het domein eigendom van Johannes Jacobus van Zuylen van Nyevelt (1752-1846) en had het een oppervlakte van ongeveer 150 ha. Het bleef in familiebezit tot 1887, toen het werd verkocht aan grootgrondbezitter Oscar Hanneuse en echtgenote Hortensia Oppenheim. Het moet een nogal excentriek echtpaar geweest zijn. Het huwelijk eindigde in 1896 in een echtscheiding. Hortensia werd alleen eigenares na verdeling van de huwelijksgemeenschap. Na haar overlijden in 1925 werd het hele domein in zes koten verkocht en verkaveld..
Het kasteel met omliggend park werd aangekocht door Frederic Coppieters ’t Wallant en de Blijdenburg-pachthoeve door Henri Schoutteet. Het grootste deel van de overige gronden kwam in handen van Richard Brutsaert en Urbain Bossuyt. De eerste was een bekend Brugs handelaar met handelshuis op de Mallebergplaats in Brugge. Urbain Bossuyt was eveneens handelaar en grootgrondbezitter, eigenaar-bewoner van kasteeldomein Zevecote in Assebroek. Beide heren werkten in onderling overleg de plannen uit voor de verkaveling en het bouwrijp maken van het landelijk gebied tussen de Dorpstraat en het kasteelpark Leisele.
In de gemeentearchieven is geen betrokkenheid van de gemeentelijke overheid bij deze verkaveling terug te vinden. In die tijd bestonden er nog geen stedebouwkundige voorschriften en beslisten de grondeigenaren zelf over de inrichting van hun eigendommen.
Het ontwerp voorzag in een netwerk van woonstraten, deels gebaseerd op het toenmalige drevennetwerk en deels op nieuw aangelegde straten, zoals weergegeven op het hierbij gevoegde oude kadasterplan. De oorspronkelijke benamingen uit het plan zijn in de loop der tijd vervangen door de huidige straatnamen: Louis De Meystraat, Casenbroodtlaan, Parklaan, Walakker, Vijverhoflaan, Baron de Serretstraat, Sint-Arnolduslaan en Alfons De Baeckestraat.
Het belangrijkste onderdeel van het plan was de aanleg van een nieuwe straat van ongeveer 600 m, die vanuit de Dorpsstraat de huidige Leiselestraat kruist en verder afboog richting de huidige Vijverhoflaan. De straat kreeg de naam Baron de Serretstraat, ter ere van vader en zoon de Serret, die samen tussen 1848-1915 burgemeester van Sint-Michiels waren. De geschiedenis van de straat wordt verder besproken in een aparte bijdrage (zie Baron de Serretstraat).
In het straatdeel tussen de Dorpsstraat en de Leiselestraat verkocht eigenaar Richard Brutsaert in 1929 de eerste bouwkavels aan particuliere kopers. De oudste woningen (nrs. 12, 14 en 22) dateren uit 1933-35, al is hun oorspronkelijke uitzicht inmiddels verdwenen. Op deze drie woningen na, bleef de rest van de straat nog twintig jaar onbebouwd. De woningbouw kwam in de jaren dertig vrijwel tot stilstand door de grote economische crisis en hernam pas na WO II.
In september 1949 besloot het schepencollege om het deel van de Baron de Serretstraat tussen de Dorpsstraat en de Leiselestraat om te dopen tot Louis De Meystraat, als eerbetoon aan voormalig burgemeester Louis De Mey, die in 1943 was overleden.
Het gros van de woningen aan de westzijde van de straat (onpare nummers) dateert van de periode 1950-52. De oostzijde (pare nummers) werd in de daaropvolgende jaren geleidelijk volgebouwd.




