KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

JEANNE DE BEIRSTRAAT

Situering

De Jeanne De Beirstraat is gelegen ten oosten van de dorpskern van Sint-Michiels en is een doodlopende zijstraat van de Josue Maertensstraat.

Het betreft een hedendaags woonproject dat ingericht is als woonerf met een gevarieerd woonaanbod, bestaande uit een mix van eengezinswoningen (25 in totaal) en een appartementsblokken (met 15 appartementen). De woningen hebben een strakke, tijdloze architectuur met donkere bakstenen gevels. Grote raampartijen zorgen voor veel licht en verbinding met de buitenruimte. De combinatie van baksteen, glas en aluminium geeft het geheel een eigentijdse en duurzame uitstraling. Het autoverkeer wordt ondergronds georganiseerd via één centrale in- en uitrit, waardoor de site bovengronds autovrij blijft.

Het woonerf kreeg de naam Jeanne De Beirstraat ter ere van Jeanne De Beir, een Brugse verzetsvrouw en spionne tijdens de Eerste Wereldoorlog die ook tijdens de Tweede Wereldoorlog actief bleef in het verzet. Een korte biografische schets van haar leven en verzetsactiviteiten is hierbij toegevoegd.

Historiek

De geschiedenis van de Jeanne De Beirstraat is nauw verbonden met die van de Josue Maertensstraat, waarvan het een zijstraat is. 

Zoals elders beschreven is de Josue Maertensstraat een van de oudste straten van Sint-Michiels, waarvan de geschiedenis teruggaat tot de 15e eeuw. Tot begin twintigste eeuw was het een zanderige, onbewoonde landweg die vanuit de dorpskern van Sint-Michiels langs het Laappersfort tot aan de Leye (thans kanaal Brugge-Gent) liep met een overzet naar de weg van Brugge naar Kortrijk (thans Baron Ruzettelaan). De landweg heette toen Sint-Janshuisdreve, genoemd naar het Sint-Janshospitaal, de belangrijkste eigenaar van het gebied. De dreef is is terug te vinden op verschillende oude kaarten waaronder de primitieve kadasterkaart van 1835.

Drie jaar later werd de spoorlijn Brugge-Gent-Brussel aangelegd en kwam er op de kruising met de spoorweg een gelijkvloerse spoorwegovergang.

Rond de eeuwwisseling kwam een abrupt einde aan de landelijke rust in het gebied toen de Société Anonyme Ateliers de Construction, Forges et Aciéries de Bruges hetLappersfortgebied ten oosten van de spoorlijn aankocht waardoor de doorgang tot aan de Leye werd afgesneden. Hoe de ingekorte Sint-Janshuisdreef vervolgens aan de naam Moordenaarstraat kwam, is niet duidelijk. Vermoedelijk gaat het om een volkstoponiem dat verwijst naar een verlaten, zanderige en slecht onderhouden weg, waar het ’s avonds angstwekkend donker was.

Omstreeks 1920 vond het gemeentebestuur van Sint-Michiels dat de naamgeving een negatieve en slechte connotatie had en de straat de naam Prins Leopoldstraat moest krijgen, genoemd naar de toenmalige twintigjarige kroonprins van Belgie.

De Prins Leopoldstraat bleef tot het midden van de jaren twintig van de vorige eeuw nog altijd onbebouwd. Het weidegebied was toen eigendom van de Emmaushoeve waarvan de geschiedenis teruggaat tot de 13e eeuw (zij bijdrage Hoeven – Emmaushoeve).

Een drietal jaren nadat August Bonte eigenaar was geworden van de hoeve, verkavelde en verkocht hij in 1925 alle weilanden ten oosten van de Prins Leopoldstraat aan particuliere eigenaars. In die tijd bestonden er nog geen stedenbouwkundige voorschriften, bestemmingsplannen of formele vergunningsprocedures. Eigenaars genoten daardoor een grote vrijheid bij de verkaveling en de bebouwing van hun gronden.

Op de locatie waar later de Jeanne De Beirstraat zou worden aangelegd, vestigden zich tussen 1925 en 1930 twee hoveniersbedrijven. Achiel Neels en Achiel Willems richtten er (naast elkaar) een bloemisterij op, die later door hun nakomelingen werdvoortgezet.

De Tweede Wereldoorlog was een moelijke periode, maar vanaf de jaren vijftig bloeide de sierteelt volop. Op haar hoogtepunt telde de Brugse hoveniersbond ongeveer honderd aangesloten tuinders, waarvan een tiental in Sint-Michiels.

Vanaf de jaren zestig begon de sector echter geleidelijk achteruit te gaan. Ze kwam onder druk kwam te staan door modernisering, globalisering en veranderende economische omstandigheden. Vlaamse siertelers hadden het moeilijk om mee te groeien in de internationale (lees Nederlandse) markt en stijgende energieprijzen zorgden tijdens de oliecrisis van de jaren zeventig voor zware kosten, vooral voor serreteelten. Ook de verstedelijking speelde een belangrijke rol. De grond rond Brugge werd almaar duurder en aantrekkelijker voor woningbouw en jonge generaties wilden het zware werk in de serres vaak niet voortzetten. Zo verging het ook de bloemisterijen van de families Willems en Neels.

De serre van de familie Willems werd in 1961 gesloopt. Vier jaar later dienden de erfgenamen een verkavelingsaanvraag in bij de gemeente Sint-Michiels voor de bouw van twee woningen (VK 7301) maar de plannen kwamen werden nooit uitgevoerd. Het terrein werd een vijftal jaren later verkocht aan de bouwonderneming Arthur Vandendorpe NV die op zoek was naar een terrein voor de opslag van bouwmaterialen en de bouw van kantoren en een schrijnwerkerij. 

De erven Neels, de gebroeders Jules en Willem Neels, gingen nog enkele jaren door. Uiteindelijk verkochten ook zij in 1997 hun achterliggend terrein (de woning werd pas later verkocht) aan de bouwonderneming van “buurman” Arthur Vandendorpe NV die zich ontwikkelde tot een belangrijke regionale ondernemer. In 2000 werd het bedrijf verkocht aan de Van Laere-groep, maar bleef (en blijft nog steeds) onder zijn vertrouwde naam actief. In 2012 verhuisde de onderneming naar een nieuwe bedrijfssite in Zedelgem, waardoor het terrein aan de Groene Poortdreef vrijkwam voor herontwikkeling.

Nadat de stedelijke overheid de sloop van de alle gebouwen in augustus 2015 had goedgekeurd, diende Casembroot BVBA, de familiale vastgoedvennootschap van Arthur Vandendorpe, in november 2015 de verkavelingsaanvraag in van het bedrijfsterrein (ongeveer 0.8 ha) . Het verkavelingsplan voorzag in de bouw van 25 eengezinswoningen en een appartementenblok met 15 appartementen. Een viertal bezwaarschriften van buurtbewoners zorgden voor enige vertraging.

Na de nodige aanpassingen en het akkoord tot wijziging van de bestemming van het bedrijfsterrein, diende De Hoverniers bvba, een andere in 2014 opgerichte familiale vastgoedvennootschop van Arthur Vandendorpe, een nieuwe verkavelingsaanvraag in die na een nieuwe openbaar onderzoeksperiode en onder voorwaarden door het Schepencollege werd goedgekeurd in de zitting van 25 september 2017.

Voor de uitvoering van verkavelingsplan werd in dezelfde maand september 2017 de projectvennootschap Groene Poortdreef NV opgericht, met Belfius Immo en Hectaar NV als aandeelhouders. De NV verwierf de projectrechten, financierde de bouw, sloot de contracten met de aannemer (Arthur Vandendorpe NV) en verkocht de woningen en appartementen in de loop van 2019.

n de loop van 2025 werd aan de ingang van het woonerf (Groene Poortdreef 40) een tweede appartementsgebouw, Residentie Arthur Vandendorpe, in dezelfde woonerfbouwstijl gebouwd door de familiale vastgoedvennootschap van de familie Vandendorpe. De huisnummering maakt duidelijk dat dit gebouw geen deel uitmaakt van het woonerf.

Pages ( 1 of 2 ): 1 2Next »
Zoeken