KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

CASENBROOTLAAN

Situering

De Casenbrootlaan is gelegen in het zuidoosten van Sint-Michiels en verbindt de Parklaan met de Leiselestraat. Het is een korte straat van ongeveer 150 m met een relatief breed profiel van 15 m dat plaats biedt aan een 6 m brede geasfalteerde rijweg, een smalle groene met bomen beplante strook en voetpaden aan weerszijden.

De basisbebouwing dateert grotendeels uit de periode 1930–1970. In deze periode verschenen er vooral vrijstaande en gekoppelde woningen, vaak gekenmerkt door een typerende symmetrie en licht-bruine of oranje metselwerk. Het woningbestand bevat 23 eengezinswoningen waarvan een drietal alleenstaand en de rest gekoppelde woningen, telkens met een kleine voor- en achtertuin. Locatie en woningenbestand zijn aangeduid op de toegevoegde kaart.

Opvallend in het straatbeeld is de massieve, maar sobere driewoonst (nrs. 7, 9 en 11) met gevels in typisch roodbruin metselwerk en licht uitstekende erkeruitbouwen. Het houten schrijnwerk en de bedaking met wolfeinden – waarbij het zadeldak aan de korte zijden schuin afloopt – zijn kenmerkend voor de bouwstijl van die tijd.

Iets verderop bevindt zich een soortgelijke tweewoonst (nrs. 13-15), minder uitgesproken in vormgeving, maar duidelijk verwant aan de stijl van nr. 7-9-11. Ook de tweewoonst (nrs. 2-4) sluit aan bij deze stijl en is vanwege haar architecturale en historische kwaliteit opgenomen in de inventaris van bouwkundig onroerend erfgoed van de stad Brugge.

Vermeldenswaardig is tenslotte de vrijstaande woning op nr. 6. Deze villa onderscheidt zich niet alleen door haar imposante (maar vanop straat helaas onzichtbare) omvang, maar ook door haar culturele betekenis. Ze werd gebouwd én jarenlang bewoond door de Vlaamse kunstschilder Leo Paret (1896-1976). Een korte biografie en een selectie van zijn werken zijn bijgevoegd.

Heemkundige autoriteit Karel de Flou vermoedde dat de naam Casenbroodt een vervorming is van de geslachtsnaam Casembroodt, een adellijk geslacht van Italiaanse oorsprong. De stamreeks begint bij Caspar Casembroot Ottozn, geboren in Fossano, Italië, die zich rond 1430 in Damme vestigde en in 1453 in Brugge overleed. Een bekende nazaat is Nicolaas Casembroodt, die in de calvinistische periode (1582–1584) burgemeester van Brugge was. Verschillende leden van de familie werden eerst in de Nederlandse adel en vanaf 1830 in de Belgische adel opgenomen.

Hoewel deze verklaring intrigerend is, blijft de wetenschappelijke onderbouwing van het toponiem weinig aannemelijk. Behalve de gelijkenis in naam tussen Casenbroodt en de gelijknamige Brugse adellijke familie, is er geen enkele concrete aanwijzing dat leden van deze familie ooit in Sint-Michiels hebben gewoond of daar grondeigendom hebben gehad.

Een meer aannemelijke volksetymologische verklaring is dat het toponiem “Caes en Brood” voor het eerst voorkomt in 1803, in een staat van goederen van de kerk van Sint-Michiels. Het had betrekking op een perceel van twee gemeten, gelegen ten noorden en oosten van de toenmalige Diksmuidse Boterweg (de huidige Dorpsstraat) die de verbinding vormde tussen de Diksmuidse Heirweg en de Kortrijkse Heirweg. De benaming van de heirweg verwijst vermoedelijk naar de historische rol van Diksmuide in de boterhandel. De naam van het perceel werd overgenomen in de volksmond en zou later de benaming worden van de wijk Kaas en Brood, een naam die bij oudere Sint-Michielsnaren nog bekend is.  

Historiek

Tot begin negentiende eeuw was het gebied ten zuiden van de dorpskern van Sint-Michiels vrijwel onbewoond, braakliggend of bebost terrein. Ten tijde van het opmaken van het primitief kadasterplan van 1835 was het zuidelijke deel, op de woonkern Steenbrugge na, in het bezit van vier vooraanstaande Brugse adellijke of vermogende burgerfamilies die zich daar al eerder gevestigd hadden met fraaie buitenverblijven of kastelen. De voorgeschiedenis van de families vander Beken de Cringhe, van Zuylen van Nyevelt, Doudan en Sinave en hun respectievelijke landgoederen Rode Poort, Leisele, Leiselebeke en Sinave wordt in aparte bijdragen besproken. De locaties van de landgoederen en hun kastelen c.q. buitenverblijven zijn aangeduid op de bijgevoegde kaart.

Zoals op de kaart te zien is, bevond het gebied van de Casenbrootlaan zich binnen het kasteeldomein Leisele. Dit domein ontstond als een van de oudste nederzettingen uit de fiscus Weinebrugge en is op oude kaarten terug te vinden onder benamingen als Lensele, Leynsele, Leyzele, Linceele. De geschiedenis van deze nederzetting, die zou uitgroeien tot het kasteeldomein Leisele, wordt in een aparte bijdrage besproken (zie kastelen – kasteel Leisele).

Bij het opstellen van het kadasterregister in 1835 was het domein eigendom van Johannes Jacobus van Zuylen van Nyevelt (1752-1846) en besloeg het ongeveer 150 ha. Het bleef in familiebezit tot 1887, toen het werd verkocht aan grootgrondbezitter Oscar Hanneuse en echtgenote Hortensia Oppenheim. Het moet een nogal excentriek echtpaar geweest zijn. Het huwelijk eindigde in 1896 in een echtscheiding. Hortensia werd alleen eigenares na verdeling van de huwelijksgemeenschap. Na het overlijden van Hortensia in 1925 werd het hele domein in zes loten verkocht. 

Het kasteel werd gekocht door Frederic Coppieters ’t Wallant en de pachthoeve Blijdenburg door Henri Schoutteet. Het grootste deel van de overige landerijen kwam in handen van Richard Brutsaert en Urbain Bossuyt. De eerste was een bekende Brugs handelaar met handelshuis op de Mallebergplaats in Brugge. Urbain Bossuyt was ook handelaar en grootgrondbezitter en eigenaar-bewoner van kasteeldomein Zevecote in Assebroek. Beide heren moeten elkaar goed gekend hebben en werkten in onderling overleg de plannen uit voor de verkaveling en het bouwrijp maken van het landelijk gebied tussen de Dorpstraat en het kasteelpark Leisele.

In de gemeentearchieven is geen spoor te vinden van enige betrokkenheid van de gemeentelijke overheid bij het verkavelingsgebeuren. In die tijd waren er nog geen stedebouwkundige voorschriften en beslisten de grondeigenaren zelf over de inrichting van hun eigendommen.

Het verkavelingsplan voorzag in een netwerk van woonstraten, weergegeven op het bijgevoegde oude kadasterplan, waarop de huidige straatnamen zijn vermeld. De eerste bouwkavels werden in 1929 verkocht langs de bestaande, imposant met bomen omzoomde toegangsdreef tot het kasteel (die de toepasselijke naam Leiseledreef en later Leiselestraat kreeg) en de nieuw aangelegde Baron de Serretstraat. Beide straatdossiers worden nog in aparte bijdragen besproken. 

De plannen voor de verdere ontsluiting van het oude kasteeldomein zijn van iets latere datum. Ze dateren van de periode 1938-39, toen de Zusters van Merkem hun intrek namen in kasteel Leisele en het kasteelpark werd verkaveld met vier nieuw aan te leggen straten, de Prins Karellaan (later Casenbroodtlaan), Parklaan, Kasteellaan (later Sint-Arnolduslaan) en Walakker.

Vrijwel het hele tracé van de latere Casenbroodtlaan was, bij de verkoop van het kasteeldomein in 1925, aangekocht en eigendom van het echtpaar Brutsaert-Develter. De bouwkavels werden in de periode 1941-43 aan particulieren uit de hand verkocht, eerst aan de zuidzijde (oneven nummers) en iets later aan de noordkant (even nummers). De eerder vermelde koppelwoning bij de ingang van de straat met de Leiselestraat (nrs. 2 en 4) dateert van 1939/40. 

De straat werd in de loop van 1948 benoemd tot Prins Karellaan, naar Karel van België, die in september 1944 tot regent van België was verkozen in afwezigheid van zijn broer koning Leopold III. Een korte beschrijving van zijn leven en enkele archieffoto’s van hem zijn hierbij toegevoegd. De straat werd in de jaren 50 en 60 mondjesmaat volgebouwd.

Om verwarring met de Prins Karellaan in Assebroek te voorkomen, koos de nieuw gekozen Groot-Brugse gemeenteraad voor een alternatieve naam: Casenbrootlaan. Deze werd formeel goedgekeurd in de vergadering van 15 december 1972. Daarmee week de raad af van het advies van de speciaal ingestelde Commissie voor Toponymie en Straatnamen, die in eerste instantie de naam Jacob De Meyerelaan had voorgesteld, naar de Vlaamse priester, humanist en historicus uit de 15e eeuw die soms wordt aangeduid als de Vader van de Vlaamse geschiedschrijving.

De raad kon zich niet vinden in deze keuze en gaf de voorkeur aan een naam die sterker verbonden was met de locatie. Zoals eerder besproken, is die verbondenheid historisch gezien hoogst twijfelachtig.

Pages ( 1 of 3 ): 1 23Next »
Zoeken