LEO PARET (1896 – 1976)
Leo Paret was de zoon van een schoenfabrikant uit Izegem. Hij volgde de Grieks-Latijnse humaniora aan het Koninklijk Atheneum van Brugge en genoot een schildersopleiding aan de Brugse Academie voor Schone Kunsten en later aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen. Daarnaast bekwaamde hij zich nog in Amsterdam in de kunstsmederij.
In 1935 werd hij leraar aan de Brugse Academie. Samen met Luc Wildemeersch en juffrouw Dujardin was hij een van de drijvende krachten achter de organisatie van een openluchtspel in Brugge, wat in 1938 zou leiden tot het bekende Heilig Bloedspel (dat nog in 1939, 1947, 1952, 1957 en 1962 is opgevoerd).
Tijdens die periode woonde hij in de Brugse binnenstad en in Varsenare. Na WO II vestigde hij zich in Edelare, waar hij vooral landschappen van de Vlaamse Ardennen schilderde, beînvloed door de stijl van Valerius De Saedeleer. Religieuze thema’s lagen hem ook nauw aan het hart. Hij was, net als Albert Servaes, actief binnen de Pelgrimbeweging, een groep van een twaalftal katholieke Vlaamse kunstenaars die in de jaren 1920-1930 hun ontevredenheid uitten over de Vlaamse katholieke kunst van die tijd.
In 1954 keerde Paret terug naar Brugge en nam zijn intrek in een villa aan de toenmalige Prins Karellaan nr. 6 (nu Casenbroodtlaan), waar hij tot zijn dood in 1976 zou blijven wonen. Waar hij begraven is, moet nog uitgezocht worden. Enkele voorbeelden van zijn artistiek oeuvre zijn hierbij toegevoegd.
Zijn echtgenote Maria Van Thournout overleefde hem nog 10 jaar en is begraven op het kerkhof van Sint-Michiels.