TER ZWAENEKERKE
Situering
Ter Zwaenekerke is gelegen in het oude centrum van Sint-Michiels, dat in de zestiger jaren van de vorige eeuw werd verkaveld. De straat bestaat uit twee vanuit de Dorpsstraat parallellopende, doodlopende zijstraten die resp.180 en 200 m lang zijn. Het 10 m brede wegtracé is goed voor een 6 meter brede asfaltrijweg met voetpaden aan beide zijden. De twee straten zijn aan het doodlopende einde met een wandel-fietspad met elkaar verbonden. In het hiernavolgende geschiedkundig overzicht wordt duidelijk hoe de enigszins vreemde constellatie van de 2 straten tot stand is gekomen.
In de straat zijn in totaal 45 eengezinswoningen geregistreerd waarvan een 20-tal vrijstaand en de rest gekoppeld in clusters van 2, 3 of 4 woningen. De bouwkavels variëren tussen de 200 – 250 m2 (gekoppeld) en 500 m2 (half-vrijstaand) met ruimte voor een kleine voor- en achtertuin (zie woningbestand).
De twee straten dragen dezelfde naam die verwijst naar het naburige kasteeldomein Zwaenekerke waarvan ze weliswaar geen deel van uitmaakten, maar beschouwd kunnen worden als toegang geven tot het domein vanuit de Dorpsstraat. De geschiedenis van het kasteeldomein wordt uitvoerig beschreven in een aparte bijdrage (zie Kastelen – kasteel Zwaenekerke). Daarin wordt beschreven hoe het prachtige kasteeldomein in de jaren zestig eerst gedeeltelijk werd onteigend en later volledig werd aangekocht door de Belgische staat.
De twee straten dragen dezelfde naam en verwijzen naar het naburige kasteeldomein Zwaenekerke. Hoewel ze er geen deel van uitmaakten, kunnen ze beschouwd worden als toegangspunten tot het domein vanuit de Dorpsstraat. De geschiedenis van het kasteeldomein wordt uitvoerig beschreven in een afzonderlijke bijdrage (zie Kastelen – kasteel Zwaenekerke). Daarin wordt uiteengezet hoe het prachtige domein in de jaren zestig eerst gedeeltelijk werd onteigend en later volledig werd aangekocht door de Belgische staat.
Historiek
Het gebied tussen de dorpskern aan de Rijselstraat, de Kerkebeek, de Dorpsstraat en het kasteeldomein Zwaenekerke was tot 1876 onbebouwd grasland, zacht afhellend naar de Kerkebeek. Zoals aangeduid op de toegevoegde kaart, stond het 3 ha grote terrein bij het opmaken van de eerste primitieve kadasterkaart in 1835 voor ongeveer 2/3 geregistreerd op naam van Eugenia Coppieters. Het resterende 1/3, een strook van 60 m bij 180 m, palend aan de huizenrij van de Rijselstraat, was tijdens de Franse tijd in handen gekomen van het Bureau van Weldadigheid van de gemeente Sint-Michiels.
Eugenia Coppieters was de jongste van de twaalf kinderen van Albert Coppieters, burgemeester van het Brugse Vrije en heer van kasteel Mon Plaisir aan de Diksmuidse Heirweg. Ze erfde het gebied van haar vader, die in 1832 overleed. Eugenia was een “vrome” of “devote vrouw” die in het Begijnhof van Brugge woonde en er in 1868 overleed. Haar grafsteen is nog te zien in de kerk van het Begijnhof. Het was zoeken naar een erfgenaam, want al haar broers en zussen waren al overleden (waarvan 5 overigens vrijgezel waren gebleven).
De gronden aan de Kerkebeek kwamen uiteindelijk in handen van de familie Arents de Beerteghem, een adellijke familie die behoorde tot de notabelen van de stad Brugge. Aquilin Arents de Beerteghem (1849-1923) was een kleinkind van Eugenia’s zuster Anne Coppieters die twee dochters had: Juliette en Marguerite (tante Margo voor de ingewijden). De laatste bleef ongehuwd en overleefde haar zuster 20 jaar. Na haar dood in 1958 kwamen de terreinen aan de Kerkebeek en de Dorpsstraat in handen van haar nicht Denise de Peellaert Arents de Beerteghem, gehuwd met Ferdinand Janssens de Bisthoven en haar 8 kinderen (als blote eigenaars) zijnde Baudouin, Aquilin, Elisabeth, Jacqueline, Ides, René, Madeleine en Jean-Marie.
De oudste zoon Baudouin was priester en bekend historicus. Het was de tweede zoon Aquilin die de honneurs van de familie waarnam. Om uit onverdeeldheid te treden, werden de terreinen aan de Kerkebeek in 1959 door de familie te koop gesteld. Het was in de periode dat de verkavelingswoede was uitgebroken in Sint-Michiels. Burgemeester Michel Van Maele had al grote plannen voor de verkaveling van het aanpalende Zwaenekerke-domein en een verkavelingsvergunning voor de weilanden aan de Kerkebeek lag voor de hand. Het verkavelingsplan voorzag in de aanleg, vanuit de Dorpsstraat, van 2 parallel lopende straten, doodlopend op het kasteelgoed Zwaenekerke. Onderdeel van de verkavelingsvergunning was, in tegenstelling tot gelijkaardige verkavelingen elders, dat de gemeente de kosten van de wegenaanleg voor haar rekening zou nemen. Gelijkopgaand stelde de gemeente ook het oude stuk grond van het Bureau van Weldadigheid te koop.
De meest westerse straat kreeg eerst de benaming Sint-Sebastiaanstraat. Dat was zinvol, want het was een oude voetwegel langs een doornhaag naar het schuttersveld van de Sint-Sebastiaansgilde, een uitgestrekte weide achter de toenmalige schutterscafés Schuttershof en Gildenhof aan de Rijselstraat. Waarom de naam korte tijd daarna (nog in 1960) gewijzigd werd in Schuttersweg is niet duidelijk.
De tweede straat, parallel lopend met de Kerkebeek, kreeg de naam Sportlaan, misschien met het vooruitzicht de weg te laten doorlopen tot op de sportpleinen van het domein ter Groene Poorte. Het zou ook een referentie kunnen geweest zijn naar het sportterrein dat de gemeente toentertijd van plan was aan te leggen aan de overkant van de Dorpsstraat (hoeve van Quathem), die in diezelfde periode door de familie de Bisthoven te koop werd gesteld.
De twee straten gaven (en geven nog steeds) toegang tot een 45-tal bouwkavels, exclusief 6 kavels aan de Dorpsstraat. De kavels werden in de jaren 1959-60 verkocht aan particuliere eigenaren. De oudste woningen dateren van 1960, de rest volgde in de jaren daarna.
Na de fusie met de stad Brugge in 1972 boog de speciaal ingestelde Commissie voor Toponymie en Straatnamen zich over een nieuwe naamgeving van beide straten. Er was nog een Sint-Sebastiaanstraat in Brugge-stad die werd omgedoopt tot Handboogstraat. In Sint-Michiels werd de Schuttersweg omgedoopt tot ter Zwaenekerke.
Het voorstel van de Commissie om de Sportlaan om te dopen tot Bisschop Curtiuslaan werd door het Brugse schepencollege verworpen. Petrus Curtius (Pieter de Corte) was door Filips II tot de eerste bisschop van het bisdom Brugge benoemd. Het schepencollege concludeerde (terecht) dat de naam te weinig verwantschap had met de locatie en met Sint-Michiels.
Vooruitlopend op het plan om de twee straten op het doodlopende einde met elkaar te verbinden,werd uiteindelijk ook voor de Sportlaan de naam Ter Zwaenekerke weerhouden. Voor de aanleg van de verbinding moest de gemeente echter aankloppen bij de eigenaar van het oude ter Zwaenekerke-domein, de Belgische Staat in de persoon van minister van Onderwijs Daniel Coens. De minister was bereid om een stukje grond daarvoor af te staan, maar het plan ging uiteindelijk niet door. In een door het Studie- en Aktiekomité ACW Sint-Michiels gehouden raadpleging verzetten de inwoners zich tegen een volwaardige straatverbinding en spraken de voorkeur uit voor een fiets- en voetgangersverbinding. Zo geschiedde, met als gevolg dat de twee doodlopende straten dezelfde naam behielden en nog steeds hebben. De nummering van de woningen moest aangepast worden. De woningen in de binnenring kregen een pare nummering, de buitenring de onpare nummering.
In 1981 sneuvelde een tweede voorstel om de twee straten te verbinden. Er werd nog even gesproken over een mogelijk toponiem Hellebeke of Hellebilk (oude namen voor Kerkebeek) maar ook het voorstel van gemeenteraadslid Goossens om de twee straten te herbenoemen tot Ter Zwaenekerke Oost en West werd door de Commissie voor Toponymie en Straatnamen afgewezen. De huisnummering is tot op de dag van vandaag gehandhaafd.



