KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

JOSUĖ MAERTENSSTRAAT

 

 

Situering 

 

De Josué Maertenstraat is gelegen ten oosten van de dorpskern van Sint-Michiels en verbindt de Dorpstraat met de Spoorwegstraat. De geasfalteerde straat is 350 meter lang met een 6 m brede rijweg en voetpaden aan weerszijden van de straat. Locatie en woningenbestand van de straat zijn aangeduid op de toegevoegde kaart.

In totaal zijn 32 grotendeels gekoppelde woningen kadastraal geregistreerd. Ongeveer halverwege de straat is een openbaar speelplein. Met een oppervlakte van 0,4 ha is het een van de grotere speelpleinen in de Brugse agglomeratie.   

De straat is genoemd naar Josué Maertens (1882-1950). Na zijn middelbare studies trad hij in dienst bij de Douane en de Belastingen. Hij werkte achtereenvolgens in Torhout, Moeskroen, Brugge, Blankenberge en Zeebrugge, vanwaar hij definitief werd overgeplaatst naar Brugge, waar hij zijn loopbaan als diensthoofd beëindigde.

Hij was lid van de Liberale Partij en actief lid van de Brugse afdeling van het Willemsfonds. de Vlaamse sociaal-culturele vereniging die zich inzet voor de bevordering van de Nederlandse taal, cultuur en vrijzinnige humanistische waarden.

 

Historiek

 

De huidige Josué Maertensstraat is samen met de Dorpstraat en Rijselstraat een van de oudste straten van Sint-Michiels, waarvan de geschiedenis teruggaat tot de 15e eeuw.

Tot begin twintigste eeuw was het gebied tussen de dorpskern van Sint-Michiels en de Leye (later kanaal Brugge-Gent) een grotendeels braakliggend en onbewoond terrein. Het werd in oost-westrichting doorkruist door een zanderige landweg die vanuit de dorpskern van Sint-Michiels liep tot aan de Leye met een overzet naar de weg van Brugge naar Kortrijk (thans Baron Ruzettelaan). De landweg heette toen Sint-Janshuisdreve, genoemd naar het Sint-Janshospitaal, de belangrijkste eigenaar van het gebied.

Midden in het gebied, langs de landweg, lag het Lappersfort, een verdedigingspost die deel uitmaakte van een verdedigingslinie langs de Leye tegen de Franse invallen en bendes vijandelijke plunderaars. Wanneer het fort precies werd opgericht, is onbekend. In zijn toponymie van Westelijk West-Vlaanderen inventariseerde de Brugse letterkundige en historicus Karel de Flou een aantal bronnen die refereren naar het bestaan van het fort. De oudste dateert van 1580.

De verdedigingspost werd in de Spaanse tijd uitgebouwd tot een militair fort. In de ommeloper van de Paallanden van de Stad Brugge wordt de landweg beschreven als “de wegh die naer ’t Lappersfort loopt”. De Leye was toen al verdiept en verbonden met de Zuidleie in Gent en functioneerde niet enkel als waterweg, maar ook als Spaanse verdedigingslinie tegen de Republiek der Zeven Provinciën, die zich in 1648 had afgescheiden, Op de Ferrariskaart (1770-1778) is te zien hoe de dreef (afgeboord met bomen) van Sint-Michielsdorp tot aan het kanaal liep en aan de overzijde doorloopt tot de steenweg naar Kortrijk (nu Baron Ruzettelaan).

Welke functie het Lappersfort toen nog had, is niet bekend. In de Franse tijd werden alle eigendommen van het Sint-Janshospitaal in beslag genomen en onder beheer gebracht van de Burgerlijke Godshuizen van de stad Brugge. Gerard Franchoo omschreef het fort als “ver van de wereld, verlaten in de meersen tegenaan het Zuidervaartse gewad tussen lis en riet, lucht en stilte was voor het wild een echt leutig, vrij en onbezonnen bestaan”. De dreef, het fort en de Wasschiggebrugghe over het Zuidervaartje zijn terug te vinden op de primitieve kadasterkaart van 1835.

Enkele jaren later (1838) werd de spoorlijn Brugge-Gent-Brussel aangelegd. Op de kruising met de spoorweg kwam toen een gelijkvloerse spoorwegovergang.

Rond de eeuwwisseling kwam er een abrupt einde aan de landelijke rust in het gebied. De Société Anonyme Ateliers de Construction, Forges et Aciéries de Bruges was op zoek naar een betere vestigingsplaats en sloot een deal met eigenaar Burgerlijke Godshuizen om het hele Lappersfortgebied ten oosten van de spoorlijn aan te kopen. Het is de tijd dat de doorgang tot aan de Leye ter hoogte van de spoorlijn en huidige spoorwegberm werd afgesneden door de bouw van de fabriek La Brugeoise, onder het volk bekend als de fabriek van Jagers (voor meer details, zie Industrie – Ten Briele Noord).

Hoe de ingekorte Sint-Janshuisdreef aan de naam Moordenaarstraat kwam, is niet duidelijk. Mogelijk gaat het om een volkstoponiem dat verwijst naar een verlaten, zanderige en slecht onderhouden weg, waar het ’s avonds angstwekkend donker was.

Rond 1920 vond het gemeentebestuur van Sint-Michiels dat de naamgeving een negatieve en slechte connotatie had en de (nog steeds onbewoonde) straat de naam Prins Leopoldstraat zou krijgen. De naamgeving is opnieuw intrigerend, omdat gekozen werd voor Prins Leopoldstraat en niet, zoals in de meeste gemeenten, voor Koning Leopoldstraat. Het moet een eerbetoon geweest zijn aan de oudste zoon van de toenmalige koning Albert, kroonprins Leopold, die toen 19 jaar was en zijn vader in 1934 als Leopold III zou opvolgen.

De Prins Leopoldstraat bleef nog onbebouwd tot middenjaren twintig van de vorige eeuw. De straat doorkruiste toen de weilanden van de Emmaüshoeve waarvan de geschiedenis in een aparte bijdrage wordt besproken (zie Hoeven – Hoeve Emmaüs).

Een drietal jaren nadat eigenaar August Bonte de hoeve had aangekocht, verkavelde en verkocht hij in 1925 alle weilanden ten oosten van de Prins Leopoldstraat aan particuliere kopers.

 

Tot de eerste eigenaars behoorden Achiel Willems en Achiel Neels, die er (naast elkaar) een bloemisterij vestigden. Later werden deze bedrijven verder door hun kinderen uitgebaat. De bloemisterijen maakten deel uit van de vele tuinbouw- en sierteeltbedrijven die zich in de eerste helft van de twintigste eeuw in de Brugse rand vestigden.

Na de Tweede Wereldoorlog kende de sierteelt er een sterke bloei. Vanaf de jaren zestig veranderde het landschap echter geleidelijk. De grond rond Brugge werd steeds waardevoller voor woningbouw en jonge generaties wilden het zware werk in de serres vaak niet voortzetten.

Ook de bloemisterijen van de families Willems en Neels verdwenen uiteindelijk. Hun gronden werden in de loop der jaren verworven door bouwonderneming Arthur Vandendorpe NV. Nadat het bedrijf de site had verlaten, werd het terrein in 2019 herontwikkeld tot een woonerf dat de naam Jeanne De Beirstraat kreeg. Meer informatie over deze ontwikkeling is te vinden in een aparte bijdrage (zie Straten – Jeanne De Beirstraat).

De oostzijde van de straat (even nummers) telt verder een zestiental eengezinswoningen waarvan de oudste dateren van 1929. Hoewel deze woningen doorheen de jaren renovaties hebben ondergaan, is hun oorspronkelijke architecturale karakter uit die periode nog herkenbaar. Ter illustratie zijn enkele foto’s toegevoegd in bijlage.

De weilanden aan de westzijde van de Prins Leopoldstraat bleven nog enige tijd eigendom van de familie Bonte. Een eerste cluster van 4 kavels werd in 1936 verkocht.

Een strook van 40 m bleef onbebouwd en vormt vandaag de begrenzing van een relatief groot terrein van 0,3 ha dat door de stad Brugge werd ingericht als openbaar speelplein. Het terrein was destijds in gebruik van de Emmaüshoeve, maar al sinds de zeventiende eeuw kadastraal eigendom van de kerkfabriek van Sint-Michiels. Wanneer het eigendomsrecht overgegaan is, moet nog uitgezocht worden. De stad Brugge kreeg in 2016 nog een prijs van de Vlaamse Vereniging voor Openbaar Groen voor de herinrichting van het park. Waarom het park het Sincfalpark wordt genoemd, is overigens ook nog een raadsel. Het Sincfal (of Zinkval) was een gebied van stroomgeulen dat zich bevond op de plaats van het huidige Zwin en de huidige monding van de Westerschelde.

De naam Prins Leopoldstraat bleef behouden tot 1971, toen de fusie van de Brugse randgemeenten met de stad Brugge werd doorgevoerd. De fusie bracht tal van administratieve, organisatorische en fiscale uitdagingen met zich mee. Een bijkomend probleem was het bestaan van identieke of sterk gelijkende straatnamen in de verschillende gemeenteafdelingen. Een raadgevende Commissie voor Toponymie en Straatnamen werd opgericht en besloot de Prins Leopoldstraat te hernoemen tot Josué Maertensstraat.

De naam was overigens niet nieuw. Reeds in 1955 was hij toegekend aan de korte verbindingsweg tussen de Prins Leopoldstraat en de Groene Poortdreef. Bij de herziening van 1971 werd dit straatgedeelte opgenomen in de Groene Poortdreef, waardoor de straat haar karakteristieke knik kreeg.

 

Pages ( 1 of 3 ): 1 23Next »
Zoeken