KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

 

 

GROENE POORTDREEF

 

De Groene Poortdreef ligt ten oosten van de dorpskern van Sint-Michiels en vormt de verbinding tussen de Dorpsstraat en de Spoorwegstraat. De geasfalteerde dreef bestaat uit twee rechte delen die haaks op elkaar aansluiten. Het eerste deel, ongeveer 300 meter lang, loopt in noord-zuidrichting vanuit de Dorpsstraat tot aan het domein Ter Groene Poorte. Daar maakt de dreef een scherpe knik naar rechts, waarna het tweede deel zich over een afstand van ongeveer 200 meter verderzet in oost-westrichting tot aan de Spoorwegstraat.

Het eerste deel loopt grotendeels langs het kerkhof van Sint-Michiels, waarvan een deel in gebruik is van de technische stadsdiensten van de Stad Brugge. Aan de overzijde staan een tiental vrijstaande eengezinswoningen, ingeplant in een vrij open straatbeeld.

In de knik van de dreef bevindt zich het restaurant de Casserole dat deel uitmaakt van de aanpalende hotelschool Ter Groene Poorte. Voor de geschiedenis van het restaurant wordt verwezen naar een aparte bijdrage (zie Hoeven – Hoeve Emmaus). Een witbeschilderde bakstenen korfboogdoorgang herinnert nog aan de toegang tot de eertijds hier gelegen hofstede, later kasteelgoed, genoemd “Ter Groene Poorte”, waarvan de geschiedenis ook besproken wordt in een aparte bijdrage. Het opschrift “TER GROENE POORTE” is bij de laatste opknapbeurt helaas verdwenen.

Tussen de restaurantsite en de werkplaats van de stadsdiensten van de stad Brugge is een korte doodlopende zijstraat in pijpekopvorm aangelegd met zeven vrijstaande eengezinswoningen.

Het tweede deel van de Groene Poortdreef loopt over de volledige afstand langs het domein Ter Groene Poorte. Aan de zuidzijde bestaat de bebouwing uit twee appartementsblokken met elk 6 appartementen en een cluster van vier oudere aaneengeschakelde eengezinswoningen.

Historiek

Het woongebied van de Groene Poortdreef was tot begin jaren vijftig van de vorige eeuw een weidegebied dat deel uitmaakte van de historische Emmaushoeve waarvan het woonhuis en bijgebouwen in 1963 omgevormd werden tot restaurant en opleidingscentrum van de naburige Bakkerij-, Slagerij-, Hotelschool Ter Groene Poorte, onder de naam de Casserole. De geschiedenis van de hoeve, die teruggaat tot de 16e eeuw, wordt uitgebreid behandeld in een aparte bijdrage (zie Hoeven Emmaushoeve).

Daarin wordt onder meer vermeld dat de hoeve in 1920 in handen kwam van de familie Bonte, die gedurende drie generaties actief was in het politieke en sociale leven van de gemeente Sint-Michiels. August Bonte senior (1845-1937) was gedurende 35 jaar schepen van de gemeente Sint-Michiels en voorzitter van de Commissie van Openbare Onderstand (COO).

Het domein van de familie Bonte kromp geleidelijk in de loop der jaren. Na de Eerste Wereldoorlog steeg de vraag naar bouwgrond sterk door de snelle wederopbouw van steden en infrastructuur. Een vijftal jaren na de aankoop van de hoeve, verkocht August Bonte drie vrij grote stukken weiland langs de Dorpsstraat en de toenmalige Prins Leopoldstraat (de huidige Josue Maertensstraat). Achiel Neels was een van de eerste en belangrijkste kopers en startte er een bekend tuindersbedrijf.

Na het overlijden van August Bonte in 1937 werd zijn zoon, die ook August heette, eigenaar-beheerder van de hofstede. August Bonte junior (1875-1946) huwde Maria-Theresia Rosseel (1883-1965) en was net als zijn vader actief in de gemeentepolitiek als schepen en voorzitter van de kerkfabriek. Het gezin Bonte-Rosseel telde 4 kinderen, drie dochters (Irma, Rachel en Marie-Louise) en een zoon André die, na het overlijden van zijn vader in 1946, het beheer van de hoeve overnam.

André Bonte kwam al snel tot het inzicht dat de verkoop van gronden financieel interessanter was dan het verderzetten van het landbouwbedrijf. Het was een periode waarin vele  grootgrondbezitters massaal hun eigendommen begonnen te verkavelen en te verkopen. Zo ook in Sint-Michiels, waar de nieuwverkozen burgemeester Michel Van Maele , die via zijn grootmoeder verwant was, André aanspoorde om zijn inmiddels kwakkelende boerenbedrijf stop te zetten en het domein te verkopen.

Na de eerste verkoop in de periode 1925-36, startte in 1950-1951 de verkaveling en verkoop van het resterende deel van het domein. Daarbij werden twee nieuwe straten aangelegd: de August Bontestraat en de Karel de Wolfstraat. op kosten van de verkavelaar. Het verloop van de verkaveling wordt in de respectievelijke stratenbijdragen besproken.

Tot het einde van de jaren vijftig was het bestaande oude, bijna 300 meter lange, stuk dreef vanaf de Dorpsstraat tot aan het woonhuis, een private toegangsweg naar het woonerf. Het woonhuis was toen “gedomicilieerd” in de dichtsbijzijnde openbare weg, zijnde de Dorpsstraat. In vroegere tijden werd deze weg ook wel de Kerkwegel genoemd, omdat ze de verbinding vormde tussen de pastorie, die naast het woonhuis gelegen was, en de kerk op het kerkhof in de Dorpsstraat.

Ook het tweede deel van de straat vanaf het woonhuis tot aan de huidige Josue Maertensstraat bestond reeds als oude voetweg en stond in de volksmond bekend als het Papewegelken, eveneens een verwijzing naar de nabijgelegen pastorie. De namen van de twee wegels zijn al terug te vinden in de 16e eeuw.

Op het woonerf van de Emmaushoeve en enkele bouwkavels na, die in bezit van de familie Bonte bleven, werden de eerste bouwkavels langs het tracé van beide wegels in de loop van 1950-51 verkocht. Enkele foto’s van de oudste woningen, die dateren van 1952, zijn in bijlage toegevoegd.

Naarmate de verkaveling vorderde en beide wegels een meer openbaar karakter kregen, besliste het schepencollege van Sint-Michiels om de toegangsdreef tot het woonhuis de naam Groene Poortdreef te geven. De naam verwijst naar de naastgelegen historische hofstede Kranenburg, die later uitgroeide tot een kasteelgoed en nog later tot de scholencampus “Ter Groene Poorte”. Voor de geschiedenis hiervan wordt verwezen naar een aparte bijdrage (zie Kastelen – kasteel Kranenburg/Bisschopskasteel). De naam Emmausdreef had nochtans voor de hand gelegen. De verwijzing naar de historische hoeve bleef echter behouden toen het schepencollege, een viertal jaren later, een straat in de verderop gelegen Leisele nieuwbouwwijk alsnog de naam Emmauslaan gaf.

Het oude Papewegelken kreeg de naam Richard Maertensstraat. Josué Richard Maertens, geboren te Proven op 17 maart 1882, noemde zichzelf altijd Richard. Hij was een actief lid van het Willemsfonds en de Liberale Partij, die een vrijzinnige en liberale benadering van cultuur en taal voorstonden, met nadruk op open debat en onafhankelijk denken. In het Willemsfonds was hij eerst secretaris en later voorzitter van het Verbond West-Vlaanderen, in opvolging van Julius Sabbe, medestichter van het Willemsfonds.

Het verkavelings- en verkoopproces van de historische hofstede was grotendeels voltooid in de periode 1963-64. De familie Bonte vestigde zich toen in een naburige nieuwbouwvilla en het woonerf werd deels verhuurd en deels verkocht. Het woonhuis, samen met een deel van het erf, werd verhuurd aan een privérestaurateur, de familie De Schepper. Het woonhuis werd op kosten van de huurder grondig gerenoveerd en ingericht als restaurant naar een ontwerp van architect R. Vyncke uit Sint-Michiels. Het was (en is) wellicht niet gebruikelijk om een restaurant Emmaüs te noemen. Het kreeg de meer toepasselijke naam de Casserole. Het huurcontract met de familie De Schepper werd later, in 1974, beëindigd. In datzelfde jaar werd het restaurant verkocht aan de vzw Instituut voor de Voeding (IVV), die op de naburige scholencampus Ter Groene Poorte was (en nog steeds is) gevestigd.

Het overige deel van het voormalige woonerf werd verkocht en verkaveld in een achttal bouwkavels, ontsloten via een pijpekop. De vrijstaande villa’s die hier werden opgetrokken dateren uit 1964.

Als afsluiting van de verkaveling bouwde de familie Bonte, in de periode 1964-67, op eigen gebleven grond, nog twee appartementsgebouwen met elk zes appartementen langs de toenmalige Richard Maertensstraat.

Bij de vorming van Groot-Brugge in 1970 besliste de Commissie voor Toponymie en Straatnamen van de stad Brugge om het oude Papewegelken, dat in 1951 de naam Richard Maertensstraat had gekregen, bij de Groene Poortdreef te voegen, waardoor de huidige knik in het tracé van de dreef ontstond.

In dezelfde vergadering werd het voorstel besproken om de verlengde Groene Poortdreef te hernoemen in de Deken De Bostraat, als eerbetoon aan Leonard De Bo. Deze West-Vlaamse priester, leraar en taalvorser was een tijdgenoot van Guido Gezelle. Na zijn priesterwijding in 1851 gaf hij les aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge. Later werd hij achtereenvolgens pastoor in Elverdinge, Ruisselede en Poperinge, waar hij uiteindelijk tot deken werd benoemd. De Bo verwierf vooral bekendheid door zijn onderzoek naar taal en dialecten, met als bekendste publicatie het Westvlaamsch Idioticon. Het voorstel van de Commissie kwam ter sprake in de Brugse gemeenteraad van 15 december 1972, maar werd uiteindelijk verworpen, omdat De Bo geen directe verbondenheid had met de gemeente.

 

Pages ( 1 of 3 ): 1 23Next »
Zoeken