GRASDREEF
Situering
De Grasdreef is gelegen in de wijk Ter Linden, een weidegebied in het westen van deelgemeente Sint-Michiels, dat in de zestiger jaren van de vorige eeuw werd verkaveld.
Het terrein was oorspronkelijk bestemd voor de vestiging van de Bus & Car Company, een Amerikaans busconstructiebedrijf dat in 1978 faillietging. Met de overnemer (het Belgische MOL, een producent van zware machines) kwam de Stad Brugge overeen het ongebruikte bedrijfsterrein (ongeveer 5,5 ha) terug te kopen en in te richten als KMO-zone. Op het terrein zijn anno 2026 een twintigtal ambachtelijke of dienstverlenende KMO’s gevestigd.
Historiek
Het gebied van de huidige Grasdreef maakte tot de beginjaren vijftig deel uit van kasteeldomein Ter Linden, waarvan de voorgeschiedenis in een aparte bijdrage wordt besproken (zie Kastelen – Ter Linden).
Het terrein gelegen tussen de historische woonkern van Sint-Michiels (langs de Rijselse Heirweg) en de Torhoutse Steenweg, ten noorden van het Tillegemdomein had tot vóór WO II een landelijk karakter.
Begin negentiende eeuw was de adellijke familie de Heere de Beauvoorde de voornaamste landeigenaar. De familie was in 1667 in de adelstand opgenomen en vanaf de 15e eeuw waren al voorvaders burgemeesters van Veurne, Brugge en het Brugse Vrije geweest. Zo was Bruno-Maximilien de Heere (1757-1815) de laatste schout van Brugge. De familie de Heere woonde in die tijd in een groot huis op de Markt van Brugge,
Ten tijde van het opmaken van het eerste primitieve kadasterplan van 1835 was het Ter Lindendomein eigendom van Rosalie de Heere (1788-1855) die in 1816 getrouwd was met Gustave de Laage de Bellefaye, “sous-préfet” in het Noord-Franse Saint-Omer. De oude landbouwnederzetting was intussen uitgegroeid tot een heus kasteeldomein. Het bestond uit een 50-tal kadastrale percelen, gelegen tussen de huidige Torhoutse Steenweg, Koningin Astridlaan en Witte Molenstraat, een gebied van ongeveer 60 ha.
Dochter Eugénie de Laage de Bellefaye (1820-1880) erfde het domein van haar vader Gustave in 1861. Ze was in 1839 getrouwd met haar “buurman” Joseph-Bruno Kervyn (1817-1891) en zoon van Joseph-Guillaume Kervyn, bewoner en beheerder van het Vogelzangdomein. Na zijn overlijden werden het kasteel en het grootste deel van het ter Lindendomein in 1893 toebedeeld aan dochter Louise Kervyn de Lettenhove.(1852-1932), die toen gehuwd was met Louis (Lodewijk) de Briey (1850-1918). Moeder Louise stierf in 1932. De nalatenschap bleef nog 7 jaar in onverdeeldheid eigendom van de 5 overlevende kinderen de Briey, tot ze in 1939 uit de onverdeeldheid traden en het kasteel en omliggende terreinen werd toebedeeld aan de jongste van de 5 kinderen, Pierre.
Graaf Pierre de Briey (1896-1984) was in 1934 in Sint-Michiels in het huwelijk getreden met gravin Joanna Ghika (1909-2002), een lid van een Oostenrijkse adellijke familie die hij in zijn diplomatieke dienst had leren kennen.
Het gezin de Briey-Ghika kon nauwelijks genieten van de erfenis. Kort na de verdeling brak WO II uit. Wat verder tijdens en na de bezetting is gebeurd met kasteel Ter Linden en het domein wordt uitvoerig besproken en toegelicht in het boek van Dr. Carlos Vlaeminck, Operatie Ramrod 1934. Het kasteel werd in september 1944 gebombardeerd en was niet meer bewoonbaar te maken. De beslissing was toen al bij de familie de Briey gevallen om het hele kasteeldomein te verkavelen en te verkopen.
Eigenaar graaf Pierre de Briey (1896-1984) nam het Brugse notariskantoorv an Henry Van Caillie en bouwpromotor Maurice Ballegeer onder de arm om het verkavelingsproces te faciliteren. Nogal wat burgers fronsten de wenkbrauwen bij deze afspraak, omdat de gronden uit de hand werden verkocht en de heer Ballegeer een bekende zakenpartner van de burgemeester was.
In opdracht van de gemeente Sint-Michiels ontwierp de Brusselse urbanist en architect Ray Huyghebaert een “voorontwerp van de nieuwe wijk ter Linden”. “Overwegende het enorm belang voor de gemeente Sint-Michiels en eerstdaags zal overgegaan worden tot de aankoop van gronden” werd het ontwerp in de gemeenteraad van 16 juni 1959 goedgekeurd. Daarbij werd ruimte gereserveerd voor de aanleg van een westelijke grote ring van Brugge die fungeert als belangrijke ontsluitingsweg voor de haven van Zeebrugge. Naast woningbouw voorzag het ontwerp ook in de aanleg van een nijverheidszone en een stratennetwerk waarvan de namen later zouden worden vastgesteld: Amazonedreef, Dianadreef, Artemislaan, Herfstlaan, Kloppersweg, Grasdreef, Konijnenpijp, de Stropersgracht, Kwarteldreef, Graaf Pierre de Brieylaan, Wittemereldreef en Domeindreef
De plannen voor de inplanting van de nijverheidszone kregen in de loop van 1959 vaste vorm toen gemeente-ingenieur Amand Jonckheere opdracht kreeg een onteigeningsplan op te stellen voor de verwerving van de nodige grond aan de Koningin Astridlaan, tussen (de toen al bestaande) Veemarkt en de geplande Expressweg N31. De gemeente was van plan om de betreffende grond (ongeveer 9 ha) te onteigenen, maar het kwam uiteindelijk tot een minnelijke schikking met grondeigenaar Graaf Pierre de Briey.
Gecombineerd met een gunstige doorgeeflening, slaagde de gemeente erin om de nieuw opgerichte Bus & Car Company naar Sint-Michiels te halen. Met de vestiging van de Texaanse bussenbouwer kreeg burgemeester Michel Van Maele ruime aandacht in de nationale pers. Meer informatie over het prestigieuze project is te vinden in een aparte bijdrage (zie Industrie – Bus & Car). Daarin wordt beschreven hoe het bedrijf begin jaren zeventig in zwaar weer terechtkwam en in 1978 faillietging. Met de overnemer (het Belgische MOL (een producent van zware machines) kwam de Stad Brugge overeen het ongebruikte bedrijfsterrein (ongeveer 5,5 ha) terug te kopen en in te richten als KMO-zone.
De ligging en goede toegankelijkheid waren belangrijke troeven die de KMO-zone aantrekkelijk maakten voor het Brugse midden- en kleinbedrijf. De gronden werden door de Stad (de gemeente was intussen gefuseerd) in de periode 1982-84 vlot verkocht.
Intussen keurde de stedelijke Commissie voor Toponymie en Straatnamen in februari 1983 het voorstel goed om de toegangsweg tot de nijverheidszone de naam Grasdreef te geven.
De eerste bedrijven op het heringerichte terrein openden hun deuren in 1984 (zie bijgevoegde foto’s). In de daaropvolgende jaren 1985-1987 werd het terrein volledig operationeel.
TEKST IN BEWERKING
R





