KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

ONZE-LIEVE-VROUWEDREEF

Situering

De Onze-Lieve-Vrouwedreef is gelegen in de dicht beboste zuidwestelijke helft van deelgemeente Sint-Michiels. Oorspronkelijk was het gebied één van de heidevelden waarin talrijke moerassige vennen en vijvers voorkwamen die pas in de loop van de 18e eeuw door de heren van kasteeldomein Tillegem werden drooggelegd en bebost.

De dreef is ruim 500 m lang en heeft een 3 meter brede betonverharding zonder zijbermen of voetpaden. Ze verbindt de Generaal Naessens de Loncinlaan in het zuiden met de Abelendreef in het noorden. De dreef is opgenomen in het stratenregister van de stad Brugge maar is door de verkavelaar nooit overgedragen aan het openbaar domein

Ze is vrijwel onbewoond. Aan de westzijde is ze over de volle lengte begrensd door het landgoed Aandekooi waarvan de geschiedenis beschreven is in een aparte bijdrage. Aan de oostkant zijn 3 van de 10 bospercelen onbebouwd gebleven. Van de 7 met residentiële villa’s bebouwde percelen hebben 2 toegang aan de Sneppendreef en 5 in de Onze-Lieve-Vrouwedreef. Locatie en woningenbestand zijn aangeduid op de toegevoegde kaart

Historiek

De historiek van het Tillegemdomein gaat terug tot de 11e eeuw en wordt besproken in een apart hoofdstuk. In oorsprong behoorde het zuidelijke deel van Sint-Michiels tot één van de heidevelden waarin talrijke moerassige vennen en vijvers  voorkwamen. Pas in de loop van de 18de eeuw werd begonnen met de drooglegging en bebossing ervan. In de jonge bossen werden door de toenmalige eigenaars, de familie le Bailly de Tilleghem, dreven aangelegd in de vorm van een ster cf. de wijknaam “Ster”. Heemkundige Gerard Franchoo heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de vorming van het karakteristieke stervormige netwerk van dreven. Uit het onderzoek blijkt dat ”de Sterre”, een hoogte was, een soort mote van waaruit 8 rechte dreven vertrokken die aangelegd werden tussen 1758 en 1767. Het drevennetwerk is terug te vinden op de primitieve kadasterkaart van 1835 die in annex is toegevoegd.

Bij de eerste opmeting van het kadaster in 1835 was het kasteeldomein ongeveer 50 ha groot. Kasteelheer Charles le Bailly de Tilleghem (1786-1833) was toen net gestorven. Het werd een erfenisgevecht tussen de weduwe en haar twee kinderen dat 35 jaar zou aanslepen. Pas bij het overlijden van weduwe Emilie Goethals in 1868 kwam het kasteeldomein definitief in het bezit van zoon Hector le Bailly de Tilleghem. (1822-1877) die getrouwd was met Eulalie Goethals. Ze konden er niet lang van genieten. Echtgenote Eulalie stierf in 1873 en kasteelheer Hector in 1877. Het echtpaar bleef  kinderloos en op zijn sterfbed wees Hector zijn toen negenjarig nichtje en petekind Marguerite Koenig aan als erfgenaam.

Marguerite Koenig was de dochter van Marie-Therèse le Bailly de Tilleghem, een tante van Hector, die gehuwd was met Jean-Chrétien Koenig. De familie Koenig zat in zware financiële problemen en maakte de riante erfenis te gelde. Het domein raakte snel in verval en vader Jean-Chrétien, de wettelijke voogd van Marguerite, verkocht twee jaar later (1879), het gehele Tillegemdomein in drie grote loten.

Een groot deel ten zuiden van de toegangsdreef van het kasteel werd in 1879 aangekocht door Albert van Caloen (1856-1933), zoon van Charles van Caloen (1815-1896), bouwer van het kasteel Loppem. Het noordelijk gedeelte van het aangekocht gebied was grondgebed Sint-Michiels, het zuidelijke deel (ten zuiden van de huidige Valkenbosdreef) was toendertijd grondgebied Loppem. Albert overleed in 1933 en zijn vrouw Marie-Therèse van Ockerhout zeven jaar later in 1940.

Albert van Caloen stierf in 1933. Na de dood van zijn vrouw Marie-Therèse van Ockerhout in 1940, erfde de zevende van de dertien kinderen, Karl van Caloen het door vader Albert aangekochte deel van het Tillegembos.

Bij het passeren van de erfenisaktie in 1941 werd al duidelijk dat baron Karl plannen had om het bosrijke gebied te verkavelen. Het grondpercelenpatroon werd kadastraal hertekend met het oog op verkoop en inrichting van het gebied als woonpark. Woonparken vormden toen (en nog steeds) fel begeerde woonbuurten die, ondanks een aantal ongemakken, een rustige, groene en ruime woonomgeving met veel privacy boden en nog bieden.

In de gemeentelijke administratie van de vroegere gemeente Loppem is niets terug te vinden van enige betrokkenheid van de provinciale en nationale stedenbouwkundige diensten bij de verkavelingsplannen. Er werd geen lastige bestemmingsplanprocedure gestart voor het Tillegemgebied. Alles werd op gemeentelijk niveau afgehandeld. De inrichting van het woonpark werd beschouwd als een privé project van de familie van Caloen. Eén en ander had wellicht te maken met het feit dat eigenaar Karl van Caloen na de oorlog tot burgemeester van Loppem was gekozen en de familie van Caloen, als groot-grondbezitter, een groot aanzien genoot in de gemeente en ver daarbuiten

Het voorgestelde straten- en verkavelingsplan Tillegem-Zuid werd in december 1962 zonder verdere opmerkingen door het schepencollege en de gemeenteraad van Loppem goedgekeurd. De voornaamste bouwvoorschriften waren 1) alle percelen zijn bestemd voor alleenstaande woningen; 2) slechts 1/20 van de perceeloppervlakte mag gebruikt worden voor het oprichten van het hoofdgebouw; 3) de bestaande bossen dienen zoveel mogelijk behouden. In de naoorlogse tijd waren de voorschriften zeer summier en voor zover die er waren, was het toezicht op de naleving ervan nogal slordig. De voorschriften werden steeds explicieter en strenger naarmate ze later werden opgemaakt. Een kopie van het originele stratenplan is toegevoegd in annex. Uit de vergelijking met oude kaarten wordt duidelijk dat het plan voor een belangrijk deel geënt was op het toen bestaande bosdreefnetwerk. Het karakteristieke stervorming netwerk was in de periode 1758-1767 aangelegd door de toenmalige eigenaars, de familie le Bailly de Tilleghem. De “Sterre”, was een soort mote van waaruit 8 rechte dreven vertrokken die terug te vinden zijn op de primitieve kadasterkaart van 1835.

Het zuidelijk deel van woonpark Tillegem was vanwege de autosnelweg Brussel-Oostende, op een smalle tunnel na, volledig geïsoleerd van de Loppemse gemeentekern. De fusie van de Brugse randgemeenten in 1971 was een mooie gelegenheid om een grenscorrectie met Sint-Michiels cq. de stad Brugge uit te voeren.

Pages ( 1 of 3 ): 1 23Next »
Zoeken