
Albert van Caloen (1856 – 1933)
Baron Albert van Caloen was éën van de zoons van senator Charles van Caloen (1815-1896) en Savina de Gourcy-Serainchamps, de bouwers van het kasteel van Loppem. Hij promoveerde in 1879 tot doctor in de rechten aan de KUL en was van 1881 tot 1908 advocaat aan de Balie van Brugge.
Hij trouwde met Marie-Thérèse van Ockerhout (1858-1940. Ze hadden dertien kinderen. Van Caloen was bestuurslid van het Genootschap voor Geschiedenis in Brugge van 1880 tot 1903 en was ook proost van de Edele Confrerie van het Heilig Bloed en kerkmeester van verschillende kerken in Brugge.
Albert Van Caloen was burgemeester van Loppem (1890-1932) in opvolging van zijn vader. Hij bleef dit tot kort voor zijn overlijden. Hij was het die van 24 oktober tot 25 november 1918 gastvrijheid verleende aan koning Albert I en zijn vrouw Elisabeth die van het kasteel hun hoofdkwartier maakten, in afwachting dat de Duitsers uit Brussel verdreven waren.