KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

TREURWILGENWEG

Situering

De Treurwilgenweg is een doodlopende zijstraat van de Veldstraat, op een honderdtal meter van de aansluiting op de Koningin Astridlaan. De 5 meter brede, licht afgebogen, geasfalteerde weg is ongeveer 100 meter diep, zonder voetpaden maar met een 2 meter brede grasstrook.

De weg telt 7 vrijstaande eengezinswoningen met 2 bouwlagen, hellend dak en een kleine voor- en achtertuin. Ze bevindt zich in een gebied waarin een aantal straten benoemd werden naar verschillende boomsoorten (Notelarendreef, Vlierstraat, Vogelkersstraat).Voor wie het niet mocht weten, de treurwilg (Salix babylonica, synoniem Salix pendula) is een veelvoorkomende boomsoort van de wilgenfamilie (Salicaceae), bekend om zijn afhangende gele twijgen met lancetvormige blaadjes tot aan de grond. Een voor de hand liggende verklaring voor de naamgeving zou de aanwezigheid kunnen geweest zijn van wilgen en/of treurwilgen in het gebied, maar of dit in werkelijkheid zo was, is niet goed verifieerbaar.

Historiek

De geschiedenis van de weg is logischerwijs verbonden aan die van de Veldstraat, waarvan het een (doodlopende) zijstraat is. De Veldstraat is een van de oudste straten van Sint-Michiels die in de 19e eeuw de Kleine Kakstraat noemde en niet veel meer was dan een zandpad dat parallel liep (en nog loopt) met de toenmalige spoorlijn Brugge-Kortrijk (thans Koning Albert I- laan).

Zoals aangeduid op de toegevoegde kaart, stond het 1,3 ha grote stuk weiland op de hoek van de Veldstraat en Koningin Astridlaan bij het opmaken van de eerste primitieve kadasterkaart in 1835 op naam van Maximilianus Van Lede, grootgrondbezitter. Het kwam in 1872 in handen van Albert Coppieters, de pater familias van de familie Coppieters, die burgemeester was van het Brugse Vrije en heer van kasteel Mon Plaisir aan de Diksmuidse Heirweg. Eugenia Coppieters erfde, als jongste van twaalf kinderen, het weiland en alle andere eigendommen van haar vader. Ze was een ongetrouwde “vrome” of “devote vrouw” die in het Begijnhof van Brugge woonde en er in 1868 overleed. Het was zoeken naar een erfgenaam, want al haar broers en zussen waren al overleden (waarvan 5 overigens vrijgezel waren gebleven).Via vererving in de vrouwelijke lijn kwam het weiland in handen van de familie Arents de Beerteghem, een adellijke familie die behoorde tot de notabelen van de stad Brugge. De laatste eigenaar was Marguerite Arents de Beerteghem. Tante Margo, voor de ingewijden, was een ongetrouwde, levenslustige vrouw die in 1958 op 83-jarige leeftijd overleed. Ze was de laatste van haar naam en met haar doofde de familie Arents uit. Haar zuster Juliette en echtgenoot René de Peellaert waren al vroegtijdig overleden, waardoor de erfenis terechtkwam bij hun enige dochter Denise de Peellaert (als vruchtgebruiker) en haar 8 kinderen (als blote eigenaars). Denise was gehuwd met Ferdinand Janssens de Bisthoven.

Om uit de onverdeeldheid te komen, werd het weiland, na het overlijden van tante Margo, door de familie Janssens  de Bisthoven in de loop van 1959 te koop gesteld. Het was in de periode dat de verkavelingswoede was uitgebroken in Sint-Michiels en burgemeester Michel Van Maele al in contact was met de familie om al hun eigendommen op Sint-Michiels te verkopen. Meetkundige-schatter van onroerende goederen Gaston Cools uit Sint-Andries kreeg opdracht tot het maken van een verkavelings- of inplantingsplan dat hierbij is toegevoegd. Hij trad ook op als verkopend makelaar van de 17 bouwkavels die in het plan waren opgenomen, waarvan 7 met toegang in de nieuw aan te leggen straat, 5 in de Koningin Astridlaan en 5 in de Veldstraat. Het plan werd in 1962 door het schepencollege van de gemeente Sint-Michiels goedgekeurd in de zitting van 24 juli. De kavels waren toen al allemaal verkocht aan particuliere eigenaren.

De straat werd op kosten van de verkavelaar nog in hetzelfde jaar aangelegd en de eerste woning werd in het daaropvolgende jaar 1963 gebouwd op de hoek van de nieuw ontworpen straat en de Veldstraat (woning van Dr. Colpaert). De rest van de woningen zijn de daaropvolgende jaren 1965-66 gebouwd.

Treurwilgenweg is overigens niet de originele naam van de straat. De oorspronkelijke naam was Wilgenstraat en moest bij de fusie met de stad Brugge in 1971 gewijzigd worden vanwege overlapping met de Wilgenlaan in Sint- Andries (omgedoopt tot Knotwilgenlaan) en de Wilgenlaan in Sint-Kruis (omgedoopt tot De Waterwilgen). De straat werd in 2016 volledig heraangelegd.

Pages ( 1 of 3 ): 1 23Next »
Zoeken