DANA Spicer Off-Highway Products
Spicer Off-Highway Products Belgium maakt deel uit van de Off-Highway Drive and Motion Technologies-groep van DANA Incorporated, een beursgenoteerde Fortune 500 Amerikaanse multinational met hoofdkantoor in Maumee (Ohio) USA.Wereldwijd stelt DANA meer dan 30.000 mensen te werk. Het is een belangrijke strategische leverancier in de automotive-industrie en marktleider in de ontwikkeling en productie van aandrijfsystemen, inclusief assen, transmissies, warmtemanagementsystemen en afdichtingsproducten.
Het bedrijf is in Sint-Michiels terechtgekomen via een overname van Clark Automotive, een joint-venturepartner van BN. In de zestiger jaren van de vorige eeuw sloot het toenmalige BN een aantal productielicentieovereenkomsten met meestal buitenlandse producenten van transportmaterialen o.a. het Amerikaanse Clark. De joint-venture Clark Automotive nv startte in 1969 de productie van de bekende gele heftrucks in een bestaande montagehal van BN langs de spoorlijn Brugge-Gent. De joint-venture werd twee jaar later een 100 procent dochterbedrijf van Clark Equipment. Er werkten toen al een 300-tal mensen. De volgende twintig jaar breidde het bedrijf zich als zelfstandige vestiging van Clark gestaag uit. Tot in 1995 de Amerikaanse groep Ingersoll Rand de Clark Equipment Company overnam. Niet voor lang echter, want in 1997 kwam de Brugse Clark-vestiging in handen van de Amerikaanse DANA-groep. De bouw van heftrucks werd uitgefaseerd en het bedrijf ging zich, onder de naam Spicer Off-Highway Products, richten op de productie van versnellingsbakken, assen, koppelomvormers en aandrijflijnen. De vestiging kreeg het vertrouwen voor de ontwikkeling van alle powershifttransmissies voor Dana wereldwijd.
Voortdurende investeringen zorgden ervoor dat de fabriek in Brugge een state-of-the-art producent bleef. Tot in 2016 het bedrijf toch te maken kreeg met een wereldwijde crisis in de mijnbouwsector, de belangrijkste klant. De nacht- en weekendploegen werden geschrapt en een 50-tal mensen werd ontslagen. De volgende jaren bleven onrustig. De toekomst van het bedrijf bleef onzeker tot in 2020 werd aangekondigd dat er naast de productie van automatische versnellingsbakken in de Brugse locatie een splinternieuw “state-of-the-art” R&D-testlabo zou komen. Met de investering van ca. € 9 miljoen herstelde het vertrouwen bij het personeel en lijkt de toekomst van de vestiging, ten minste op de middellange termijn, verzekerd.


