PIERSSENSDREEF
Situering
De Pierssensdreef is gesitueerd ten zuiden van de dorpskern van Sint-Michiels en verbindt de Rijselstraat met de Koning Albert I-laan, in het landelijke gebied dat in de jaren zestig van de vorige eeuw is verkaveld. Zoals aangeduid op de toegevoegde kaart, deelt de dreef de toegang tot de Koning Albert I-laan met de Tillegem- en Jagerstraat, die de Koning Albert II-laan op dat punt kruisen.
De dreef is ongeveer 200 meter lang en heeft een 6 meter breed asfaltwegdek zonder voetpaden, maar met 2 m brede grasstroken. Het straatbeeld wordt bepaald door een bebouwing met in totaal 14 vrijstaande eengezinswoningen, waarvan 10 met toegang in de dreef en 4 hoekpanden met toegang in Jager/Tillegemstraat en Rijselstraat. De bouwkavels bieden ruimte voor een kleine tuin aan de voorkant en een bescheiden tuin aan de achterzijde. Een kaart met het woningenbestand is toegevoegd.
De dreef is de oude toegangsweg tot het 125 jaar oude kasteel les Bouleaux (de Berken) aan de Koning Albert II-laan dat nog goed bewaard is gebleven. Thans is er het orthopedisch Dienstencentrum ter Dreve gevestigd, een instelling die mentaal gehandicapte kinderen, jongeren en volwassenen begeleidt in hun ontwikkelingsmogelijkheden. Ze is genoemd naar de eerste bewoners van kasteel les Bouleaux, de familie Pierssens-van Nieuwenhuyse, die het tot 1936 bewoonde. De familie was zeer actief in het sociale leven van Sint Michiels. Kasteelvrouwe Emilie van Nieuwenhuyse was toen, met haar twee (ongetrouwde) zusters Marie en Henriette, mede-eigenaar van kasteeldomein Zwaenekerke in de Rijselstraat.
Historiek
Bij het opmaken van de eerste kadasterplannen van de Franse bezetter en de nieuwe Belgische staat in 1835 was 80 procent van het grondgebied van de toenmalige parochie c.q. gemeente Sint-Michiels in het bezit van de adel en hogere burgerij. In het huidige geval ging het om een stuk weiland van ongeveer 2,5 ha aan de westzijde van de Rijselstraat dat eigendom was van de familie de Coninck de Merckem. Het meest bekende familielid was Patrice de Coninck, een jurist, die in de periode 1800-1827 verschillende bestuursfuncties uitoefende onder het Franse bewind en minister van Binnenlandse en Buitenlandse Zaken was onder de Nederlandse koning Willem I.
De rust in het landelijke zuidelijke gebied van Sint-Michiels werd in 1846 ruw verstoord door de aanleg van de spoorlijn Brugge-Kortrijk die, komende vanuit Loppem, langs de dorpskom van Sint-Michiels bij de Boeveriepoort Brugge binnenging (de huidige Koning Albert I-laan). De gronden waren toen in handen gekomen van Patrice de Coninck’s kleinzoon Gustave. Een deel werd door de Belgische staatdomeinen onteigend en de rest werd verkocht aan Frans Dumon, die het een goeie 40 jaar later (1889) doorverkocht aan het echtpaar Louis Lodewijk de Briey – Louise Kervyn de Lettenhove.
Ten noorden van de spoorlijn lag een kleine landbouwnederzetting die het echtpaar uitbouwde tot een kasteelhoeve die de naam les Bouleaux kreeg. In de erfgoedinventaris van de stad Brugge is vermeld dat de kasteelhoeve dateert van 1909. Onderzoek in het kadasterarchief wijst uit dat deze datering niet helemaal juist is. Mutatieschetsen maken duidelijk dat het centrale deel dateert van 1896 en nog twee uitgebouwde vleugels later in 1904 zijn toegevoegd. Het opschrift “ANNO/ 1909” boven de ingangsdeur verwijst derhalve naar het jaar dat het kasteel waarschijnlijk voor het eerst werd bewoond.
Het jaar 1909 is ook het jaar dat een toegangsweg cq. pad is ingetekend op de kadasterkaarten vanuit de toenmalige Rijselse Heirweg naar het kasteel. Het werd Pierssensdreef. genoemd naar de eerste bewoners van het kasteel, het jonge echtpaar Ernest Pierssens – Emilie van Nieuwenhuyse. Het echtpaar was in 1895 in Sint-Michiels getrouwd. Emilie was na het overlijden van haar vader Jules van Nieuwenhuyse in 1902, samen met haar twee (ongetrouwde) zussen Marie en Mariette, eigenaar geworden van kasteeldomein Zwaenekerke in de Rijselstraat.
Het echtpaar Pierssens was zeer actief in het sociale leven van Sint-Michiels, hij als voorzitter van de kerkfabriek en zij o.a. als voorzitster van Kinderwelzijn. Het echtpaar had vier kinderen: Marie, Henri, Marie Louise en Simone. Het gezin werd zwaar op de proef gesteld. Drie van de vier kinderen stierven op jeugdige leeftijd. Dochter Marie-Louise stierf o.a. op 20-jarige leeftijd aan tyfus die ze als verpleegster had opgelopen aan het IJzerfront. Het jaar 1936 was een rampjaar voor de familie toen moeder Emilie en haar twee zusters binnen één jaar tijd overleedden. Na de dood van Emilie in 1936 verliet vader Ernest kasteel les Bouleaux om zich te vestigen in villa Wilgenhof die hij in 1938 liet bouwen op erfgrond van zijn vrouw op het kasteeldomein Zwaenekerke.
Ondertussen was eigenares Louise Kervyn in 1932 ook overleden en was kasteel les Bouleaux en omgevende landerijen toebedeeld aan de 3 kinderen van haar dochter Jeanne die op 33-jarige leeftijd schielijk overleden was. Jeanne was getrouwd met Charles de Gargan
De kinderen Geneviève en Françoise de Gargan erfden het kasteel met park dat ze vrijwel onmiddellijk na het vertrek van de familie Pierssens in 1937 verkochten aan de Zusters van de Kindsheid van Maria Ter Spermalie. Hun zuster Madeleine de Gargan (1928-2000) erfde de landerijen met de pachthoeve de Drie Linden in de Jagerstraat. De landerijen bleven nog tot 1958 eigendom van Madeleine en haar echtgenoot Guy Charpentier (woonachtig in Parijs) toen ze de hoeve te koop stelden en de pachter (de familie De Keyser) gebruikmaakte van haar recht op voorkoop. De resterende landerijen, ongeveer 2,5 ha, bleven nog eigendom tot 1963, toen notaris Georges Van Caillie, namens de familie Charpentier-de Gargan, een verkavelingsvergunning bij de gemeente aanvroeg. Het schepencollege verleende de vergunning in juni 1964. Het ging in totaal om ongeveer 32 bouwkavels (zie verkavelingsplan).
Het tracé van de oude Pierssensdreef bleef nagenoeg behouden maar kreeg naar aanleiding van de herbestemming van de gronden de nieuwe naam Hazenpad. Waarom het gemeentebestuur van Sint-Michiels de naam veranderde, is een vraag die nog beantwoord moet worden.
Het Hazenpad was tot die tijd altijd onbebouwd gebleven, op 2 kavels na (bij de toegang in de Rijselstraat) die buiten de verkaveling vielen, waar in 1957 de familie Proesmans de eerste woning van de straat bouwde (Hazenpad nr. 1). Alhoewel er geen directe aanleiding toe was, besliste de in 1971 opgerichte raadgevende Commissie voor Toponymie en Straatnamen van de stad Brugge de straat alsnog te herbenoemen in Pierssensdreef, de naam waarmee veel Sint-Michielsnaren al vele jaren vertrouwd waren.
De grondeigenaren waren overigens niet haastig met de bouw van woningen. Een tweetal woningen volgden nog in 1965-66 maar de rest volgde pas in de jaren tachtig; de laatste bouwkavels werden pas in 2022-24 bebouwd.




