KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

.

OORLOGSMONUMENT SINT-MICHIELS

Situering 

Het oorlogsmonument staat op het gemeentepark van Sint-Michiels in de as van het gemeentehuis. Het is een tweedelige hardstenen sokkel met een vierkante naar boven toe versmallende zuil die gebogen uitloopt in een smalle schacht. Bovenop staat een verguld brozen beeld van de patroonheilige van de gemeente Sint-Michiels, de aartsengel Michaël met de draak.

Op de voorkant van de zuil staat bovenaan een beschilderd Belgisch wapenschild in reliëf gedragen door twee leeuwen met eronder een banderol waarop de tekst “Eendracht maakt macht” staat. Onder de banderol staat de tekst “Ter roemvolle en onvergankelijke memorie van de op het eereveld gevallen soldaten uit Sint-Michiels 1914-1918 “. Daaronder staan twee verticale registers met in totaal 33 namen van de gesneuvelde soldaten met de overlijdensplaats en datum. Het waren soldaten van het 4de en 24ste Linieregiment die in Brugge gekazerneerd waren en op 12 augustus 1914 sneuvelden in de Slag der Zilveren Helmen bij het Limburgse stadje Halen. De naam van Joe Englisch, de Vlaamse tekenaar en kunstschilder, staat als bekende Sint-Michielsenaar ook op de lijst. Hij is niet gesneuveld maar overleden aan een slecht verzorgde appendixontsteking.

Op de sokkel staan in reliëf een palmtak en een laurier- en eikenbladkroon.

Op beide zijkanten van de zuil staan bovenaan een eiken- en palmtakkroon. Links staan de namen van 10 burgerlijke slachtoffers uit WO I. Rechts staan twee namen van soldaten die gesneuveld zijn bij gevechten aan de Boeveriepoort in oktober 1918 (Koenigs en Segaert) en drie burgers “alhier gevallen uit zelfopoffering” waaronder Karel Titeca, verzetstrijder naar wie een straat in Sint-Michiels is vernoemd.

Er werden weinig nieuwe monumenten opgericht voor de gesneuvelden van WO II. Zoals dat op meerdere plaatsen is gebeurd, werden referenties naar WO II na de oorlog op het bestaande WO I monument toegevoegd. Zo werden op de linkerkant de 24 namen toegevoegd van burgers die omgekomen zijn in het luchtbombardement van mei 1944. Rechts en aan de achterkant zijn de namen toegevoegd van een tiental WO II slachtoffers o.a. E.L. Dickerson, RAF-piloot en Pierre Debbaut, verzetstrijder naar wie ook een straat is vernoemd.

Historiek

Op aandringen van de overheid werden na WO I in vrijwel alle gemeenten van België oorlogsmonumenten opgericht. Gemeentebesturen werden ook aangezet om een vrijheidsboom te planten ter herinnering aan de oud-strijders en burgers, helden en martelaren die aan het front vochten, gefusilleerd of gedeporteerd waren.

Het waren moeilijke economische tijden en het gemeentebestuur van Sint-Michiels was in eerste instantie niet erg haastig om gehoor te geven aan de oproep. De gemeente was krap bij kas en de kringleden van de culturele vereniging “Toneelgilde Jongelingskring Sint-Michiels” werden gemobiliseerd om een geldinzamelingsactie te organiseren. Een dringend appel werd ook gedaan op de gulheid van overheid, provincie en welgestelde burgers, adel en notabelen van de gemeente.

Het Ministerie van Wetenschappen en Schone Kunsten was bereid om een bijdrage te leveren van 3.000 frank en het gemeentebestuur van Sint-Michiels kon/wilde niet meer dan 2.500 frank inbrengen. De geldinzamelingsactie van de Jongelingskring bracht 6.000 frank op. Samen goed dus voor 11.500 frank en voldoende om de kosten van oprichting van het monument, die begroot waren op 12.000 frank, te dekken

Het was lastig om een geschikte plaats te vinden voor het monument. Het gemeenteplein in zijn huidige vorm bestond toen nog niet. Uiteindelijk waren pastoor Jan Craeynest en het kerkbestuur bereid om enkele vierkante meter grond ter beschikking te stellen op het kerkpleintje naast de ingang van de kerk, op de hoek van de Dorpsstraat en Rijselstraat. Wel op voorwaarde dat de processieweg rond de kerk onbelemmerd zou blijven en bij eventuele verwijdering van het monument alles netjes weer in orde gebracht zou worden.

Baron Henri Kervyn de Lettenhove, eigenaar en bewoner van het kasteel Vogelzang, werd gevraagd het ontwerp van het monument te maken. Hij was in die tijd verbonden aan het Ministerie van Wetenschappen en Schone Kunsten, advocaat, kunsthistoricus en landelijk bekend amateurarchitect. Hij was o.a. ontwerper van de urne aan het graf van de Onbekende Soldaat in Brussel.

De Gentse kunstenaar en beeldhouwer Remi Rooms kreeg de opdracht voor de levering en plaatsing van het monument, inclusief het inkappen en vergulden van de opschriften en de levering van het vergulde beeld. Hij had een eigen atelier in Gent waar hij meubelen, beeldhouwwerken en grafmonumenten maakte. De rekening kwam uiteindelijk op 13.171 frank. Aangenomen mag worden dat het tekort door de gemeente werd aangevuld.

Het monument werd op 4 juli 1920 plechtig ingehuldigd. Een paar foto’s van de locatie bij de kerk zijn in bijlage toegevoegd. Bij deze gelegenheid werd ook een vrijheidsboom geplant bij de ingang van het kerkhof (zie bijdrage Kerkhof).

Het monument is in de loop der jaren driemaal op en rond het gemeenteplein verplaatst. Hoe lang het op het kerkpleintje precies heeft gestaan moet nog worden uitgezocht. Het is waarschijnlijk niet heel lang geweest. De locatie pal op de hoek van de twee drukste straten van Sint-Michiels was niet ideaal. Het is waarschijnlijk in overleg met pastoor de Houck geweest dat het gemeentebestuur besloot om het monument een vijftigtal meter te verplaatsen naar een klein erepark dat aangelegd werd langs de Rijselstraat, tussen de pastorie en de naburige gemeenteschool. August de Houck was pastoor van 1929 tot 1944. Een enkele Sint-Michielsenaar kan zich nog de grote grijze man herinneren die zo ontroerd was over de schoonheid van God en van zijn eigen preken, dat hij regelmatig stond te wenen op zijn preekstoel.

In 1963 werd het monument voor de tweede keer verplaatst. Het was de tijd dat er weinig aandacht was voor bouwkundig erfgoed en de gemeenteraad instemde met de bouw van een nieuwe pastorie. De 100 jaar oude pastorie werd in juni 1963 in twee dagen tijd met de grond gelijkgemaakt. Het naastgelegen oorlogsmonument moest ook wijken voor de nieuwbouw en werd verplaatst naar het graspark aan de overkant van de Rijselstraat, naast het gemeentehuis.

Tot het in 1988 voor de derde keer verplaatst werd, deze keer ter gelegenheid van de heraanleg van het gemeenteplein. Het parkeerterrein aan de voorkant van het gemeentehuis werd omgebouwd tot een kleurrijk bloemenpark en de parkeerplaatsen verhuisden naar de zij- en achterkant. Het monument kreeg een eervolle nieuwe plek in het nieuw aangelegde park waar het tot op de dag van vandaag staat. Tijdens de werken werd het voormalig gemeentehuis ook grondig aangepakt. Het dak werd volledig vernieuwd, de gevel werd gereinigd en het gebouw werd volledig herschilderd. De kosten voor de facelift liepen op tot bijna 15 miljoen BF. De forse rekening was onderwerp van verhitte discussie in de Brugse gemeenteraad. “Wat voor zin heeft het om van het parkeerterrein een park te maken en van het park een parkeerterrein?” riep de oppositie. De herinrichting van het plein kon echter rekenen op ruime steun van de gemeenteraad en – het moet gezegd – van de meeste Sint-Michielsenaren.

Bronnen

  • Archief Ruimtelijke Ordening West-Vlaanderen – Onroerend Erfgoed, archiefnr. W/01416.
  • Rijksarchief Kortrijk, Aanwinsten, nr. 5483: Landboek van de heerlijkheid Leenhove en ammanie Stuerenambacht, 1784, opgemaakt door P.J. Wallays.
  • Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed, Documentatiecentrum, Kaarten en plattegronden K.C.M.L., nr. 1093.
  • DESPRIET P., De Sint-Michielskerk van Kuurne, in De Zuidwestvlaamse parochiekerken, deel 2, Kortrijk, 1983, p. 212-222.
  • DESPRIET P., De Sint-Michielskerk in Kuurne. Geschiedenis – Opgravingen – Kunstbezit, in Archeologische en Historische Monografieën van Zuid-West-Vlaanderen, Kortrijk, 1986.
  • JACOBS M., Zij die vielen als helden…. Inventaris van de oorlogsgedenktekens van de twee wereldoorlogen in West-Vlaanderen, deel 2, Brugge, 1996, p. 202-203.
  • MEIER-ROOSE B., VERSCHRAEGEN H., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Provincie West-Vlaanderen, Kanton Kortrijk I, Brussel 1981, p. 61-62.
  • Van Cuerne tot Kuurne. Het dorp van toen, Kuurne, Kuurne, 2007, p. 35, 52, 76.
Pages ( 1 of 2 ): 1 2Next »
Zoeken