KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

KORTEBRUGGE

Situering

Kortebrugge ligt in de Leiselewijk, een laaggelegen weidegebied in het zuiden van deelgemeente Sint-Michiels, dat in de zestiger jaren van de vorige eeuw werd verkaveld. Het is een doodlopende zijstraat van het Kaproenenhof, met aan het uiteinde een verbreding die als woonerf werd ingericht. De betonnen toegangsweg is 5 meter breed en ongeveer 200 meter lang, met twee haakse bochten en voetpaden aan beide zijden.

Het woningenbestand bestaat uit 19 vrijstaande residentiële villa’s met twee bouwlagen en een hellend dak. De kavels van 600-700 m2 bieden ruimte voor een bescheiden voor- en achtertuin.

Tijdens de zitting van 5 september 1979 keurde de Commissie voor Toponomie en Straatnamen het voorstel van commissielid en Sint-Michielsnaar Gerard Franchoo goed om de verkaveling de naam Kortebrugge te geven. Deze verwijst naar de nabijgelegen brug over de Kerkebeek, waarvan de oorspronkelijke benaming “de Cortebrugghe” was.

Historiek

Tot begin negentiende eeuw was het gebied ten zuiden van de dorpskern van Sint-Michiels vrijwel onbewoond, braakliggend of bebost terrein. Ten tijde van het opmaken van het primitief kadasterplan van 1835 was dit zuidoostelijke deel, op de woonkern Steenbrugge na, in handen van vier invloedrijke Brugse adellijke of vermogende burgerfamilies die zich daar al eerder gevestigd hadden met fraaie buitenverblijven of kastelen. De voorgeschiedenis van de families vander Beken de Cringhe, van Zuylen van Nyevelt, Doudan en Sinave en hun respectievelijke landgoederen Rode Poort, Leisele, Leiselebeke en Sinave wordt in aparte bijdragen besproken. De locaties van de landgoederen en hun kastelen zijn aangegeven op de bijgevoegde kaart.

Zoals aangeduid op de kaart, maakte het gebied van Kortebrugge deel uit van het landgoed de Rode Poort van de familie vander Beken de Cringen.

Charles vander Beken de Cringen (1749-1840) was een zeer vermogend man die na de Franse Revolutie werd benoemd tot bestuurder van de Burgerlijke Godshuizen in Brugge. Hij overleed in 1840 in de gezegende leeftijd van 91 jaar. Zijn kleindochter, Mathilde van Caloen (1808-1856) erfde het landgoed met pachthoeve. Bij het overlijden van haar grootvader was ze gehuwd met Jules de Serret (1803-1869). Het landgoed bleef tot 1924 in het bezit van de familie de Serret, toen het werd verkocht aan rechter Charles Goethals uit Kortrijk. In 1940 erfde zijn zoon Roger Goethals (1910-1979) het zuidelijk deel van het domein. dat grotendeels bestond uit bos en de pachthoeve (bekend als de Klokhoeve vanwege het klokje dat boven op het woonhuis stond).

Toen de verkavelingswoede in Sint-Michiels (en heel Vlaanderen) was losgebarsten, ging Roger Goethals in 1967 in op de vraag van burgemeester Michel Van Maele om zijn erfdeel te verkopen, deels aan de familie Van Maele zelf, deels aan de Interbrugse Maatschappij voor Goedkope Woningen en deels aan de Zedelgemse industrieel Louis Claeys.

De site van Kortebrugge maakte deel uit van het deel dat door de familie Claeys was aangekocht, gelegen ten zuiden van de Kerkebeek. Het betrof een grotendeels bebost terrein van 1,8 ha, waarvoor (in 1977) een verkavelingsaanvraag werd ingediend bij de stad Brugge (VK7622). De vergunning werd aanvankelijk geweigerd. Het project zou “de goede aanleg van de plaats” in het gedrang brengen. De officiële goedkeuring kwam er pas in februari 1983, toen het verkavelingsproces al een eind gevorderd was. Alle 19 kavels waren al in de periode 1978-79 verkocht en ten tijde van de goedkeuring waren al 6 villa’s gebouwd en bewoond.

De relatie tussen de verkavelaar (de erven Claeys) en de stad Brugge bleef de volgende jaren moeizaam: de stad Brugge stelde de verkavelaar in gebreke wegens het niet naleven van de afspraken rond de weginfrastructuur. De plooien werden pas in 1988 gladgestreken. Toen waren, op drie na, alle kavels al bebouwd en bewoond.

Pages ( 1 of 3 ): 1 23Next »
Zoeken