KEURVORST KAREL THEODOOR (1724-1799)

Karel Theodoor van Beieren was de enige zoon van Johan Christian Jozef, vorst van Palts-Sulzbach, en Marie Anne Henriette Leopoldine de la Tour d’Auvergne, markiezin van Bergen op Zoom. Beide ouders overleden toen hij nog jong was. Op vierjarige leeftijd erfde hij het markiezaat van Bergen op Zoom. Vijf jaar later stierf ook zijn vader Johan Christiaan en volgde hij hem op als paltsgraaf van Sulzbach. Hij werd opgevoed aan het hof van zijn oudoom Karel III Filips van Palts-Neuburg in Mannheim.
In 1742, toen hij 18 jaar oud was, erfde Karel Theodoor na het overlijden van zijn oudoom een indrukwekkend geheel van vortselijke bezittingen: het keurvorstendom van de Palts, het vorstendom Palts-Neuburg, de hertogdommen Gullik en Berg, het Land van Ravenstein en de heerlijkheid Wijnendale bij Torhout. Daarmee groeide hij uit tot een van de machtigste vorsten van het Heilig Roomse Rijk.
Karel Theodoor resideerde aanvankelijk in Mannheim, de hoofdstad van de Palts. Daar ontwikkelde hij zich tot een een verlicht vorst met een uitgesproken belangstelling voor wetenschappen, kunsten en economie. Zijn hoforkest in Mannheim, met 60 muzikanten, gold als grootste en beroemdste van Europa. Het trok tal van vooraanstaande componisten aan, onder wie Wolfgang Amadeus Mozart. De zogenaamde Mannheimse School zou een blijvende invloed uitoefenen op de Europsese muziekgeschiedenis.
Toen Karel Theodoor in 1777 ook keurvorst van Beieren werd, verhuisde hij zijn residentie naar München. Hoewel hij voortaan vanuit Beieren regeerde bleef hij ook heer van zijn verspreide bezittingen, waaronder de heerlijkehid Wijnendale bij Torhout.
De heerlijkheid Wijnendale was sinds de zeventiende eeuw in handen gekomen van de hertogen van Palts-Neuburg. Geen van hen verbleef er ooit permanent; het domein werd vooral beheerd als opbrengsteigendom. Vooral de houtkap in de bossen rond het kasteel Wijnendale bracht veel geld op, gemiddeld de helft van alle inkomsten van de heerlijkheid. Daarnaast leverden de verpachting van landerijen en molens, evenals feodale rechten zoals vis- en tolrechten, aanzienlijke inkomsten op.
Als heer van Wijnendale gaf Karel Theodoor een belangrijke impuls aan de economische ontwikkeling van West-Vlaanderen. Op zijn initiatief werd een netwerk van steenwegen aangelegd dat de bereikbaarheid van de streek aanzienlijk verbeterde. De eerste steenweg, voltooid in 1752, verbond Brugge, Torhout, Roeselare en Menen. Het traject tussen Brugge en Torhout stond al snel bekend als de Torhoutse Steenweg, de voorloper van de huidige N32. Langs deze nieuwe verkeersaders werden tolbarrières opgericht die vaak de naam droegen van steden uit het uitgebreide bezit van Karel Theodoor. Zo bevond zicht ter hoogte van de huidige afslag naar Loppem de tolbarrière Heidelberg, een naam die daar tot op vandaag is blijven voortleven.
Karel Theodoor huwde in 1742 met zijn nicht Elisabeth Auguste van Sulzbach (1721-1794). Het huwelijk bleef kinderloos. Een jaar na haar overlijden hertrouwde hij met de 52 jaar jongere Maria Leopoldine van Oostenrijk-Este (1776–1848). Ook dit huwelijk bleef zonder wettige nakomelingen, al had Karel Theodoor verschillende buitenechtelijke kinderen.
T
egen die tijd was hij echter geen heer van Wijnendale meer. De Franse revolutionaire troepen vielen in 1792 de Oostenrijkse Nederlanden binnen en maakten een einde aan de feodale rechtsorde in de Zuidelijke Nederlanden. Kasteel Wijnendale werd onteigend door de Franse Staat. Volgens onbevestigde bronnen werd het kasteel in die periode door de boswachter van Wijnendale uitgebaat als een herberg met uithangbord “Au Château de Wynendale”.
In 1811, tijdens de Napoleontische periode, werd het kasteel grotendeels verwoest door de Franse troepen. Voor de verdere geschiedenis van kasteel Wijnendale wordt verwezen naar het werk van Guy Dupont en Hilde Lobelle-Caluwe, Kasteel Wijnendale. Historische en kunsthistorische informatie ten behoeve van de gidsen, Gent-Beernem, 2006.