KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

KASTEEL ZWAENEKERKE

Situering

Het kasteel Zwaenekerke bestaat niet meer. Het kasteel was gelegen in een bebost park net buiten de Boeveriepoort aan het begin van de Rijselstraat, de locatie van de huidige schoolcampus Howest en het ex-Belgacom-gebouw.

Een aantal fotos van het oude kasteel en het prachtige park zijn in bijlage toegevoegd.

Historiek

De geschiedenis van het kasteeldomein is grondig bestudeerd door apotheker-heemkundige Gerard Franchoo, die zijn bevindingen publiceerde in de eerste jaargang van het tijdschrift Brugs Ommeland van 1961. Zijn opzoekingswerk ging terug tot 1291, toen in de Rekeningen van Brugge een referentie werd gevonden van een leengoed buiten de Boeveriepoort “binnen de pale en het schependom van Brugge” dat bestond uit een welbehuisde hofstede en een lustgoed of speelgoed. Het eigendom was een leen dat deels toebehoorde aan het prinselijk leenhof van de Burg van Brugge en deels aan het Hof van Assebroek. In de periode tot ongeveer midden 15e eeuw was het leenhof bekend onder de naam leengoed Boter(Beuter)beke, een naam die volgde uit het feit dat het hof het eerste gebouwcomplex was dat buiten de Boeveriepoort lag waar de waterweg, de Boterbeke, komende van Sint-Andries in de buitenveste van Brugge uitmondde. In de loop van de 15e eeuw is sprake van het leengoed Stuyvenbergh. Een goede verklaring voor het toponiem is tot op heden niet bekend. Een gedetailleerd overzicht van alle eigenaar-bewoners van het leengoed is terug te vinden in bovenvermelde publicatie.

Uit de verdere geschiedschrijving van de heerlijkheid Burg van Brugge (periode 1531-1769) en Omlopers van Sint-Michiels (1714-1715) kan afgeleid worden dat de oppervlakte en bebouwing van het leengoed tot 1835 vrijwel onveranderd bleef.

We krijgen iets meer vaste grond onder de voeten vanaf 1835 met de uitgave van het eerste primitieve kadasterplan, waarin de contouren en eigenaar van het leengoed officieel werden vastgesteld. Het leengoed was in die tijd eigendom van Maximilianus van Lede, koopman in lakens. Op de kaart is te zien dat het omwalde domein bestond uit een kasteel, een neerhof met vier gebouwen en een grotendeels bebost terrein. 

Bij nalatenschap ging de erfenis van Maximilianus in onverdeeldheid over naar zijn drie kinderen, Jules, Louis-August en Charles van Lede, die het goed vervolgens in 1841 verkochten aan Louis van Nieuwenhuyse (1799-1870). De familie van Nieuwenhuyse was een bekende familie die in het Brugse stadscentrum woonde en het kasteeldomein als zomerverblijf gebruikte. Louis studeerde rechten en trouwde Caroline Van Maldeghem. Hij werd in 1864 liberaal volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Brugge. Zoon Jules van Nieuwenhuyse (1826-1892) erfde het domein in 1870. Hij was gehuwd met Romanie Van Dromme. In 1877 verbouwde en breidde hij het kasteel uit. Rond de eeuwwisseling duikt een nieuw toponiem Zwaenekercke op. Hoe het tot stand isgekomen, is niet duidelijk. “Zwaene” betekent in het Oudnederlands “waterplas, poel, een zompige meers” wat van toepassing zou kunnen zijn voor de locatie van het domein dat naast de Kerkebeek lag. Sindsdien werd het kasteel in de volksmond bekend als kasteel Zwaenekerke. Het gezin Van Nieuwenhuyse-Van Dromme had drie dochters, Marie, Henriette en Emilie Van Nieuwenhuyse, die bij het overlijden van hun vader in 1892 het domein in onverdeeldheid erfden. Twee van de dochters (Marie en Henriette) bleven ongehuwd. De derde dochter, Emilie, huwde in 1895 met Ernest Pierssens. Het echtpaar Pierssens woonde in kasteel Les Bouleaux, een paar kilometer verderop.

Het jaar 1936 was een rampjaar voor de familie Van Nieuwenhuyse, toen de drie zusters binnen een jaar overleden. De (aangenomen) dochter Simone Pierssens (1902-1969) erfde het aandeel van haar moeder Emilie (een derde) van het kasteeldomein, maar was ook erfgenaam van haar twee tantes Marie en Henriette (elk een derde). Ze erfde dus het hele Zwaenekerkedomein, inclusief het oude kasteel. Simone was toen getrouwd met André Deudon de le Veilleuze.(1895-1952), telg uit een Brusselse adellijke familie die jarenlang aan het hoofd stond van de Berg van Barmhartigheid in Brugge.

Na de dood van zijn vrouw Emilie verliet vader Ernest Pierssens het kasteel Les Bouleaux en bouwde in 1938 een villa in het zuidelijke deel van kasteeldomein Zwaenekerke, bekend als villa Wilgenhof. Het landhuis is voor het eerst terug te vinden op de kadasterkaarten van 1938 en was in adellijke kringen bekend als “Clos de Saules”, de Franse vertaling voor Wilgenhof.  De inventaris van het Brugs Erfgoed beschrijft het landhuis als “een vrijstaande, witbeschilderde villa in historiserende stijl met een scherp pannendak tussen zijpuntgevels. Als puntgevel uitgewerkt dakvenster van twee bouwlagen boven de rondboogdeur in geprofileerde simili-omlijsting. Links torenvolume, overbouwde doorgang naar de achterliggende tuin en aanpalende garage. Aan tuinzijde, twee erkervensters op de verdieping. Luifel en terras op de begane grond“. Het landhuis was bereikbaar vanuit de Rijselstraat via een indrukwekkende beukendreef. Vader Ernest Pierssens kon niet veel van de nieuwe woonst genieten. Hij overleed in 1944. Na zijn dood bleef dochter Simone met echtgenoot André en haar drie kinderen  Charles (1926-2008) kapitein-commandant, Louis (beter bekend als Ludovic) (1928-2015) en Martial (1932-2018) de le Veilleuze op het landhuis Wilgenhof wonen. Het kasteel bleef na de dood van de drie zussen van Nieuwenhuys in 1936, onbewoond.

De gunstige ligging van het kasteeldomein net buiten de Brugse stadsmuren en de algemene verkavelingswoede die in die periode uitbrak, waren factoren die grote druk zetten op de verdere toekomst van het Zwaenekerke-domein. Vader André Deudon was ondertussen in 1952 overleden en moeder Simone en haar drie zonen stonden er alleen voor. Ook al omdat de onderhoudskosten (o.a. van het oude kasteel) zwaar begonnen te wegen, werd uitgekeken naar verkoop van het domein.

Burgemeester Michel Van Maele en zijn gemeentebestuur hadden grootse verkavelingsplannen in gedachte, maar de familie Deudon ging niet op de voorstellen in. De Belgische Staat had echter zijn oog laten vallen op het kasteeldomein. De overheid was op zoek naar gronden voor de relocatie van het Rijkstechnische School die veel te krap gehuisvest was in de Brugse binnenstad (Jacobinessenstraat). Wat er precies is gebeurd, moet verder uitgezocht worden. Feit is dat per gerechtelijk vonnis d.d. 10 maart 1958 een stuk  grond van bijna 2,5 ha door de Belgische Staat werd onteigend “om redenen van openbaar nut“. Het betrof een stuk grond tussen het oude kasteel en villa Wilgenhof dat grotendeels bebost was en het domein letterlijk in twee deelde. Wat de Belgische Staat bezield heeft om precies op deze locatie, midden in het kasteeldomein, een terrein van ongeveer 110 m bij 220 m te onteigenen, is een raadsel. Het werd een bittere strijd met de Staat, die de familie Deudon uiteindelijk verloor. De nieuwe vestiging van het Rijks Technisch Onderwijs (RTO) opende zijn deuren in 1965 (zie kadaster mutatieschets 1966-1). Milieuactivisten trachtten nog de indrukwekkende beukendreef van de Rijselstraat naar de villa van de familie Deudon (Wilgenhof) te redden, maar daar had vadertje Staat geen oren naar.

Na het overlijden van moeder Simone in 1969, en om uit onverdeeldheid te komen, verkochten de drie broers Deudon het resterende zuidelijke en noordelijke deel van het kasteeldomein. Het zuidelijke deel (met villa Wilgenhof) werd verkocht aan de Belgische Staat. Het kwam gelukkig niet meer tot een onteigeningsproces en de verkoop werd in 1970 in der minne geregeld. De schooladministratie- en directiefuncties van het RTO werden ondergebracht in de villa maar dat was een tijdelijke oplossing en al gauw kwam de villa leeg te staan. Op het terrein van ongeveer 2,5 ha werd (langs de Rijselstraat) later de sporthal van de school gebouwd en werden sportvelden aangelegd met een atletieksintelbaan.

De verkoop van het noordelijke deel had heel wat voeten in de aarde. Het oude kasteel Zwaenekerke was al sinds het overlijden van de 3 zusters Van Nieuwenhuyse in 1936, niet meer vast bewoond. Gerard Franchoo, hoofdman van de rederijkers van het Heylich Cruys, beschreef nog lyrisch hoe de gildekamer “huizenierde’ in het kasteel “gelukkig en zot welgezind te mogen leven vrij en los, gelijk de puiten uit de vijver, in de toverpracht van ’t groen geboomte en Gods brede en rijke natuur. ’t Is er zo stil en rustig, zo deugdoende en zo schoon“. De roemruchte rederijkerskamer was al in 1690 opgericht in de schoot van de Sint-Sebastiaans schuttersgilde van Sint-Michiels, maar in 1956 was onenigheid ontstaan bij de verkiezing van een nieuw bestuur. Zestien leden werden geroyeerd en richtten een eigen rederijkerskamer op (het nog bestaande Retorika).

Zonder vaste bewoning verkommerde het kasteel snel. Het lag voor de hand dat de Belgische Staat ook dit deel zou aankopen voor de uitbreiding van de rijksscholencampus. Burgemeester Van Maele had echter grootse plannen in gedachten om er een, voor die tijd revolutionair nieuw shopping center te vestigen. In 1967 al had het Sint-Michielse gemeentebestuur en een delegatie van de gemeenteraad een studiereis gemaakt naar Scandinavië e om daar de eerste ervaringen met grote shoppingcentra te bekijken en te leren van ervaren deskundigen. De reis haalde nog de pers omdat een gewaardeerd (oppositie) gemeenteraadslid, Etienne Beuselinck, tijdens de reis in Stockholm aan een hartaanval bezweek.

Burgemeester Van Maele wist de familie Deudon te overhalen om dit deel van het dichtbeboste kasteelpark (ongeveer 6 ha), op een klein stukje na, aan de NV Swaenehof te verkopen. Het kleine stukje betrof een laaggelegen en zompig terrein van ongeveer 7.000 m2 dat verkocht werd aan het Bisdom Brugge voor de bouw van het Vrij Handels Instituut (VHI).

De NV Swaenehof was een vastgoedvennootschap van de bevriende Zedelgemse ondernemersfamilie Claeys. De plannen voor het shoppingcenter werden getekend en besproken. Het geheel zou gefinancierd worden met een doorgeeflening van de gemeente Sint-Michiels van BF 290 miljoen. Het project ging uiteindelijk niet door. Na de veemarktaffaire in de vijftiger jaren, deden de plannen opnieuw veel stof opwaaien in de Brugse regio. De Brugse middenstand schreeuwde moord en brand en er waren flinke twijfels over de financiële haalbaarheid. De NV Swaenehof zag zich verplicht de site, na 4 jaar vergeefse lobby, in 1974 door te verkopen aan de Belgische Staat. Een interessante vraag is hoeveel de NV Swaenehof aan de verkoop na 4 jaar netto heeft overgehouden, maar dat is slecht achterhaalbaar.

De naburige rijksscholencampus had gehoopt en verwacht dat ook het noordelijke deel van het kasteeldomein door de Staat aan haar zou worden toebedeeld maar de vraag van de minister van Onderwijs werd afgewezen. De site werd toegewezen aan de toenmalige Regie voor Telegraaf en Telefonie (RTT) die krap behuisd was in de Brugse binnenstad en op zoek was naar een nieuwe locatie.

Het totaal verkommerde kasteel werd nog in hetzelfde jaar 1974, gesloopt en de kasteelgrachten gedempt. Zo verdween kasteel Zwaenekerke van de kaart. En nu maar hopen dat het allerlaatste restant bos en groen van het oude roemruchte kasteeldomein (ongeveer 1 ha) behouden mag blijven.

In een aparte bijdrage wordt besproken hoe, veertig jaar later, de site alsnog een onderwijsbestemming kreeg (zie rubriek Onderwijs).

Pages ( 1 of 3 ): 1 23Next »
Zoeken