KASTEEL TER LINDEN
Situering
Het kasteel Ter Linden bestaat niet meer. Het stond bij het huidige ondertunnelde kruispunt van de Witte Molenstraat en de Expressweg N31. Op Pinksterzondag 28 mei 1944 werd het kasteel zwaar gebombardeerd en beschadigd bij twee geallieerde luchtaanvallen. Het was onherstelbaar beschadigd en werd in 1952 gesloopt.
Historiek
Over de oorsprong van het kasteel is maar weinig bekend. Heemkundige en apotheker Gerard Franchoo heeft in de zestiger jaren van de vorige eeuw diepgaand onderzoek gedaan naar de oorsprong, die terugging tot het begin van de 15e eeuw. De oudste bij de Brugse toponymist Karel de Flou aangetroffen vermelding dateert pas van 1544. Toen behoorde Ter Linden aan de Jerusalemkapel uit Brugge. Het was eerst een pachthoeve die later uitgebouwd werd tot een landgoed en kasteel dat ongetwijfeld een achterleen moet zijn geweest van de heerlijkheid Tillegem tot het einde van het ancien régime in 1795.
Vanaf 1835 is de geschiedenis van het landgoed c.q. kasteeldomein beter in kaart te brengen met de publicatie van het eerste primitieve kadasterplan van de gemeente Sint-Michiels, waarin de ligging, de eigenaar en de omvang van het domein zijn aangegeven. Uit de toegevoegde kaart kan afgeleid worden dat het bestond uit een 35-tal kadastrale percelen gelegen, tussen de huidige Torhoutse Steenweg, Koningin Astridlaan en Witte Molenstraat, een gebied van ongeveer 40 ha. Het domein was toen geregistreerd op naam van het echtpaar Gustave de Laage de Bellefaye (1786…) en Rosalie de Heere de Beauvoorde (1788-1855). Gustave stamde uit een Frans adellijk geslacht en kwam in Sint-Michiels terecht via zijn huwelijk met Rosalie, zuster van de burgemeester van Sint-Michiels Bruno-Désiré de Heere en telg van de West-Vlaamse familie de Heere, die al in 1667 in de adelstand was opgenomen. Het echtpaar was in 1816 gehuwd in Brugge, waar de familie de Heere een groot herenhuis bewoonde op de Markt. Het echtpaar had 3 kinderen.
Dochter Eugénie de Laage de Bellefaye (1820-1880) erfde het kasteeldomein van haar vader in 1861. Ze was in 1839 getrouwd met haar neef en “buurman” Joseph-Bruno Kervyn (1817-1891) zoon van Joseph-Guillaume Kervyn, bewoner en beheerder van het Vogelzangdomein. Joseph-Bruno was, net als zijn vader, een bekend historicus, lid van de Academie van België, volksvertegenwoordiger en Belgisch minister van Binnenlandse Zaken. In 1861 ontving hij de titel baron en in 1871 werd de titel overdraagbaar op al zijn afstammelingen. In 1884 kreeg hij vergunning om voor hem en de drie zoons (Gustave, Joseph en Henri) de Lettenhove aan hun naam toe te voegen. Net voor zijn overlijden had de kasteelheer nog twee vleugels en een overdekt terras laten bijbouwen bij het oude centrale gedeelte van het kasteel (zie kadaster mutatieschets 1890-2). Het echtpaar had 8 kinderen die opgevoed werden op het kasteel.
Na het overlijden van vader Joseph-Bruno werd het kasteel en het grootste deel van het domein in 1893 toebedeeld aan dochter Louise Kervyn de Lettenhove (1852-1932) wn een kleiner deel aan zoon Henri Kervyn de Lettenhove. Louise was toen gehuwd met Louis (Lodewijk) de Briey (1850-1918). Rond de benaming van echtgenoot de Briey bestaat enige verwarring, omdat hij soms benoemd wordt met zijn tweede voornaam Edouard. Van Edouard is bekend dat hij in 1878 verkozen werd tot katholiek volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Virton en zetelde tot in 1880. Het echtpaar had acht kinderen, waarvan 3 jong stierven.
Moeder Louise overleefde haar echtgenoot 14 jaar en stierf in 1932. De nalatenschap bleef nog 7 jaar in onverdeeld eigendom van de 5 overlevende kinderen de Briey. Tot ze in 1939 uit de onverdeelheid traden en het kasteel en landerijen werd toebedeeld aan de jongste van de 5 kinderen, Pierre.
Wat verder tijdens WO II en na de bezetting is gebeurd met het kasteel en het domein wordt uitvoerig besproken en toegelicht in het boek van Dr. Carlos Vlaeminck, Operatie Ramrod 934. Het bombardement op Sint-Michiels, uitgegeven in 1984. Daarin wordt beschreven dat het kasteel toen nog voorzien was van een neerhof met allerlei aanhorigheden zoals paardenstallen, kennels voor jachthonden, schuren, bergplaatsen, een huis voor de hovenier en een garage met woning voor de chauffeur. Op het domein stonden eeuwenoude bomen en nabij de toegangspoort stonden twee reusachtige platanen.
Bij het uitbreken van de oorlog werd het bewoond door een industrieel uit Roeselare die het Belgische leger vervoegde. In eerste instantie werden er opeenvolgend Belgische en Franse soldaten ingekwartierd. Midden december 1940 kwamen Duitse militairen opdagen die het domein inrichtten tot Marinepeilstelle. De “Marine-Peilstelle Brügge” (MPHS) hing rechtstreeks af van het Oberkommando der Marine (OKM) te Berlijn en stond in dienst van de Abwehr. De basis hield zich bezig met het lokaliseren van het geallieerd scheepvaartverkeer op de Noordzee, het Kanaal en zelfs op de Atlantische Oceaan.
In de voorbereidingsfase van de geallieerde landing in Normandië was het van groot belang dat alle Duitse installaties die in staat waren om de geallieerde scheepvaart te onderscheppen, uitgeschakeld werden. Kasteel Ter Linden was een van de 42 radar- en peilstations die in de week voorafgaand aan D-day vanuit de lucht werden aangevallen. Operatie Ramrod 934 zou de geschiedenis ingaan als het bombardement op Sint-Michiels dat het peilstation Ter Linden moest uitschakelen. Op Pinksterzondag 28 mei 1944 werd het kasteel zwaar gebombardeerd en beschadigd bij twee geallieerde luchtaanvallen. Helaas werd de dorpskern en burgerbevolking van Sint-Michiels ook getroffen. Details over het bombardement en de gevolgen ervan zijn in het boek van Carlos Vlaeminck terug te vinden. Met 40 doden en 38 zwaargewonden en grote materiële schade zorgde het bombardement voor grote ontreddering bij de bevolking. Als eerbetoon aan de burgerslachtoffers van de bombardementen organiseert de Stad Brugge elk jaar nog een officiële herdenking.
Uit de bijgevoegde foto kan afgeleid worden dat het kasteel onherstelbaar beschadigd was en niet meer bewoonbaar te maken. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Michiels richtte zich in april 1948 al tot de familie de Briey met de vraag om de kasteelruïne op kosten van de gemeente te slopen en het puin te mogen gebruiken voor wegverharding. De sloopwerkzaamheden werden uitgevoerd door de firma Seghers uit Ieper voor een bedrag van BF 35.000 en werden in de loop van 1952 voltooid. Het hele terrein was tot die tijd niet toegankelijk voor het publiek vanwege mijnontploffingsgevaar.
De beslissing was toen al bij de familie de Briey gevallen om het hele kasteeldomein te verkavelen en te verkopen. Het verkavelingsproces startte in 1951 met de verkoop van een 3 ha groot stuk grond aan de huidige Graaf de Brieylaan en Koningin Astridlaan voor de bouw van de overdekte veemarkt, een actie die voor veel commotie in de Brugse politiek zorgde (zie Veemarktdossier). In het verkavelingsdossier trad jonkheer graaf Pierre-Marie-Jules de Briey (1896-1984) als grondeigenaar op. De graaf was in 1934 in het huwelijk getreden met gravin Joanna Ghika (1909-2002) lid van een Oostenrijkse adellijke familie die hij in zijn diplomatieke dienst had leren kennen. Hij nam notaris Georges Van Caillie en vastgoedmakelaar Maurice Ballegeer onder de arm om het verkavelingsproces te faciliteren. Nogal wat burgers fronsten de wenkbrauwen bij deze afspraak, omdat de gronden uit de hand werden verkocht en de heer Ballegeer een bekende zakenpartner van de burgemeester was, waardoor het hele verkavelingsproces en de toewijzing van de gronden een (gemeentelijk) politiek tintje kreeg.
In de loop van 1959 kreeg de Brusselse urbanist en architect Ray Huyghebaert opdracht van het gemeentebestuur van Sint-Michiels tot het maken van een verkavelingsplan en een Bijzonder Plan van Aanleg waarvan een kopie is toegevoegd in annex. Naast woningbouw voorzag het urbanisatieplan in de aanleg van een nijverheidszone van ongeveer 8,5 ha.
Een viertal verkavelingsaanvragen werd in de loop van hetzelfde jaar door notaris Van Caillie in de Sint-Michielse gemeenteraad besproken en goedgekeurd. Wel op voorwaarde dat de verkopende grondeigenaar op eigen kosten het basiswegennetwerk en de riolering zou aanleggen en kosteloos ter beschikking zou stellen aan de gemeente.
Het verkavelingsproces werd ingezet in het zuidelijke deel van het domein waar het kasteel stond, met de verlenging van de toenmalige Molenstraat (thans Witte Molenstraat) en de aanleg van de Amazonestraat en de Jachtveldstraat. De rest werd begin jaren zestig in snel tempo verkaveld met de aanleg van de Amazonedreef, Artemislaan, Stropersgracht, Domeindreef, Konijnenpijp, Dianadreef, Kloppersweg, Grasdreef, Kwarteldreef, Herfstlaan en de hoofdweg de Graaf Pierre de Brieylaan. Meer details over de evolutie van het verkavelingsproces zijn te vinden in de respectievelijke stratendossiers.
Aparte aandacht wordt besteed aan drie prominente instellingen die zich in de loop der jaren in het gebied hebben gevestigd (Veemarkt , Bus & Car en de Hogeschool VIVES) en de aanleg van de Expressweg N 31 die het oude kasteeldomein doorkruist.


