KASTEEL DE RODE POORT
Situering
Het originele kasteel de Rode Poort bestaat niet meer. Het was gelegen in een park langs de Rijselstraat, ten zuiden van de dorpskern van Sint-Michiels waar thans een wit bepleisterde villa en gerestaureerd koetshuis staan die ingericht zijn als kantoorgebouw.
De villa bevindt zich in een bebost park van ongeveer 6.5 ha dat zich over een afstand van 450 meter uitstrekt langs de Rijselstraat. Het park is vrij toegankelijk voor het publiek en deels ingericht als speelpark voor kinderen. Het goed ontwikkelde eiken- en beukenbos in het zuidelijk deel van het park, dat paalt aan de Kerkebeek, is bekend als het Bosje Claeys en is doorkruist met onverharde wandelwegen. Het bosje is genoemd naar de laatste particuliere eigenaar van dit deel van het kasteeldomein. Een fietsdoorsteek verbindt de Stokveldewijk met het centrum van Sint-Michiels.
Sinds 1974 heeft de Stad een bruikleenovereenkomst met de opeenvolgende eigenaars om het bijna 5 ha grote domein de Rode Poort als wandelpark open te stellen voor het publiek. Het park paalt aan de Kerkebeek en staat via een bruggetje in verbinding met het bosje ‘Claeys’ aan de overkant van de beek.
Historiek
De Rode Poort was een van de vele omwalde hofsteden rond de dorpskern van Sint-Michiels. Het betreft een in oorsprong 15de-eeuwse site waarvan de oudste vermeldingen teruggaan tot 1445. Vanaf de jaren 1660 is er sprake van een kasteelhoeve. Ze wordt ook vermeld in een aantal ommelopers. In de ommeloper van de parochie Sint-Michiels van 1714 is sprake van “de Rode Poorte Hofstede te Sint-Michiels “ en de ommeloper van 1715 vermeldt “zuytwesthouck bezuyden t’goet de roode poorte. In 1750 is sprake van “aen de roode poorte bewoont by d’heer baron pelichy”
Ten tijde van het opmaken van het primitief kadastraal plan in 1835 was de kasteelhoeve eigendom van de familie van der Beke de Cringhen. Hoe en wanneer precies het van de familie de Pelichy overgegaan is naar de familie van der Beke moet nog uitgezocht worden. Vast staat dat Charles van der Beke de Cringhen in 1835 eigenaar was. Het grondplan van het toen bestaande kasteel-hoevedomein is toegevoegd in annex. Het is deels afgebakend en deels doorsneden door de Kerkebeek en strekt zich langs de Rijselse Heerweg uit tot aan de Heidelbergstraat. Het 35 ha grote domein werd omschreven als “un chateau, remises, étables, verger, jardinage, deux petites fermes, garages étables, bois, chemins drève à St-Michel”.
Charles van der Beke, geboren in Brugge in 1749, groeide op in Brugge en bracht zijn jeugd door op het Blauw Kasteel, een ander buitengoed van de familie in Sint-Kruis. Hij trouwde in 1774 met Catherine le Gillon de Basseghem (Brugge, 1750-1823), dochter van een schepen en algemeen ontvanger van het Brugse Vrije. Na de Franse Revolutie werd hij tot bestuurder benoemd van de Burgerlijke Godshuizen in Brugge. Hij stierf in 1840 in de gezegende leeftijd van 91 jaar. Hij was een zeer vermogend man. Hij erfde van zijn ouders en ooms en tantes en stond aan het hoofd van een aanzienlijk patrimonium dat bestond uit 1,100 ha landbouw- en hoveniersgrond, met twintig grote en 28 kleine hofsteden en 10 ha bos, gespreid in de provincies Oost- en West-Vlaanderen.
Het echtpaar van der Cringhen-le Gillon had twaalf kinderen, waarvan de helft op jonge leeftijd stierf en slechts twee hun vader overleefden. De erfenis werd verdeeld onder zijn twee nog levende kinderen Pieter en Catharina en twee kleindochters Marie-Prudence en Marie-Mathilde. De laatste erfde kasteelhoeve de Rode Poort
Marie-Mathilde van Caloen (1808-1856) was ten tijde van het overlijden van haar grootvader gehuwd met Jules de Serret (1803 -1869). Sommige bronnen vermelden dat de kasteelhoeve verkocht werd aan Jules de Serret maar dat is onjuist. Jules behoorde tot een familie afkomstig uit Villers-le-Gambon in de provincie Namen die op het einde van de achttiende eeuw in Brugge was komen wonen.
Het gezin de Serret-van Caloen kreeg zes kinderen: Albine, Emma, Polydore, Céline, Laurence en Henri en Jules. De laatste volgde in 1848 Pierre Van Neste op, die sinds 1840 burgemeester van Sint-Michiels was. Hij was 29 jaar burgemeester tot aan zijn dood in 1869. Jules behoorde niet tot de adelstand, ook al werd hij vaak als ‘baron’ vermeld. Pas later verwierven zijn twee zoons Polydore en Henri de erfelijke adeldom met een overdraagbare barontitel. De jongste zoon Henri erfde het kasteel-hoevedomein
Henri de Serret (1838 -1915) trouwde in het jaar dat zijn vader overleed (1869) met Hortense Veranneman de Watervliet (1846-1923) en volgde in hetzelfde jaar als 31-jarige zijn vader op als burgemeester van Sint-Michiels. Hij bleef bijna een halve eeuw burgemeester van Sint-Michiels tot aan zijn dood in 1915. Hij was een actief bestuurslid van de Société du Tir aux pigeons St-Michel de Bruges. In 1877 liet hij in de boomgaard een (nog bestaand) koetshuis bouwen en drie jaar later (1880) besloot hij om de oude kasteelhoeve te slopen en een nieuw kasteel te bouwen in meer noordelijke richting. Mutatieschets 1880-70 toont aan dat het nieuwe grondplan van het kasteel min of meer gelijk was aan het oude met dien verstande dat de vroegere halfronde hoektorens een rechthoekige vorm kregen. Met de dood van Henri in 1915 kwam een einde aan het burgemeesterschap van de familie de Serret. Na de Eerste Wereldorloog werd hij als burgemeester opgevolgd door zijn eerste schepen Gustaaf Baert. Het echtpaar de Serret-Veranneman had 4 kinderen. Na de dood van Henri besloten de weduwe Hortense en haar 4 kinderen (Marguerite, Leontine, Raymond en Madeleine) het kasteel en bijbehorend domein te verkopen. De oorlogssituatie zorgde ervoor dat het nog vijf jaar duurde vooraleer het domein voor BF 235,000 werd verkocht aan Charles Goethals.
Charles Goethals (1870-1944) was een Kortrijkse rechter die getrouwd was met Marguerite de Thibault de Boesinghe (1874-1961). Hij kocht De Rode Poort als buitenverblijf om er gedurende de zomer in de meer mondaine Brugse regio te kunnen verblijven. Het kasteel kwam niet ongeschonden uit de Tweede Wereldoorlog. Het werd bij het uitbreken van de oorlog deels geplunderd en daarna door de bezetter opgeëist. Na de oorlog namen ook de Geallieerden hun intrek in het kasteel. Het gehavende kasteeldomein kwam na de dood van Charles in 1944 in de handen van de 4 kinderen Adrien, Angèle, Simone en Roger. Moeder Marguerite behield het vruchtgebruik, Adrien deed afstand van zijn deel en het kasteeldomein werd verdeeld onder de drie overige kinderen. Simone kreeg gronden achter de moestuin en orangerie, Roger kreeg het zuidelijke beboste deel van het kasteelpark met weilanden en pachthof en Angele erfde het kasteel met omgevende park.
Angèle Goethals (1903-1967) was in 1927 gehuwd met Jacques Kervyn de Volkaersbeke (1903-1979). De nieuwe bewoners zagen in dat de restauratie van het desolate en uitgeleefde kasteel geen sinecure zou zijn. Ze besloten het meer dan 60 jaar oude kasteel te slopen en ongeveer op dezelfde plaats een villa te bouwen die beter zou aansluiten bij de moderne leefcultuur. Voor de nieuwbouw richtte baron Kervyn zich tot de Brugse architect Joseph De Jonghe, ontwerper o.a van het kasteel van Hertsberge. De witbepleisterde villa werd in de loop van 1948 in gebruik genomen en is, op een paar kleine verbouwingen na, anno 2021 nog intact. Het omgevende park was gelukkig vrij ongeschonden uit de oorlogsperiode gekomen en is tot op de dag van vandaag nog behouden gebleven. De kasteelvrouwe Angèle overleed in 1967. Echtgenoot Jacques Kervyn had ondertussen het familiekasteel in Nazareth geerfd en verkocht in 1971 kasteel de Rode Poort en omgevend park. Het meest noordelijke deel van het 3,5 ha grote park, palend aan de Sint-Michielslaan en de Rijselstraat, werd verkaveld en verkocht voor woningbouw en het resterende deel werd verkocht aan de West-Vlaamse Intercommunale voor Autowegen in West-Vlaanderen.(AVW) die de villa ombouwde tot kantoorruimte. De AVW was een intern verzelfstandigd agentschap van de Vlaamse Overheid dat belast was met de bouw van snelwegen in West-Vlaanderen: de A17 Zeebrugge-Brugge-Kortrijk-Doornik, de A18 Jabbeke- Veurne-Franse Grens en de A19 Kortrijk-Ieper via Veurne. Een van de eerste medewerkers die er toen zijn bureau kreeg was de pas afgestudeerde en latere burgemeester van Brugge, Patrick Moenaert. Enkele jaren later (1974) sloot de stad Brugge een bruikleenovereenkomst af met de Intercommunale waarin de stad zich bereid verklaarde de onderhoudskosten van het 3 ha grote park op zich te nemen in ruil voor de openstelling voor het grote publiek.
Eind 2005 werden gebouw en park gebouw eigendom van de Vlaamse Overheid, waarbij werd bedongen dat het park een publieke functie moest behouden. De Overheid maakte echter weinig gebruik van het kantoorgebouw dat langzaam verkommerde. Tot ze in 2015 uiteindelijk besloot gebouw en park van de hand te doen en te verkopen aan een particuliere eigenaar.
In de loop van 2014 werd het wat verloederde speelpark van het park, één van de drie grootste in de stad, door de stad heringericht en werd met eigenaar overeengekomen het publieke karakter van het park ook na 2025 te behouden.
Bronnen
Kadasterarchief West-Vlaanderen te Brugge, Sint-Michiels, Mutatieschetsen
Bonduel P. 1992: Geschiedenis van de Brugse rand. Sint-Michiels, p. 57-58.


