HERFSTLAAN
Situering
De Herfstlaan is een zijstraat van de Witte Molenstraat in de wijk Ter Linden, genoemd naar het kasteeldomein Ter Linden dat in de jaren vijftig werd verkaveld. De laan ligt pal naast de Expressweg N31 en heeft een lengte van 270 m. Aan het einde van de laan bevindt zich een haakse, smalle doorgang tot de Graaf Pierre de Brieylaan.
Het straattracé is 10 m breed en biedt ruimte voor een 6 m brede geasfalteerde rijweg, zonder voetpaden, maar met een 3,5 m brede groenstrook. Een geluidsscherm biedt enige bescherming tegen geluidsoverlast van de drukke expressweg.
In het woningenregister zijn 15 woningen opgenomen, waarvan 14 hun toegang hebben in de laan. Het gaat om mooie, vrijstaande éengezinswoningen met verdieping en een kleine voor- en achtertuin. Een hoekpand heeft toegang in de Witte Molenstraat. Locatie, woningenbestand van de laan zijn toegevoegd.
De meeste straatnamen in de voormalige domeingronden van Ter Linden verwijzen naar de jacht. De naam Herfstlaan sluit aan bij dit thema: de herfst is traditioneel de periode van het jachtseizoen dat van 21 september tot 31 december loopt, met enkele kortere periodes in het voorjaar en de zomer.
Historiek
Het grootste deel van het gebied van de huidige Herfstlaan en Kloppersweg maakte tot in de jaren vijftig deel uit van kasteeldomein Ter Linden, waarvan de voorgeschiedenis in een aparte bijdrage is beschreven (zie Kastelen – Ter Linden).
Na het overlijden van kasteelvrouwe Louise Kervyn de Lettenhove, weduwe van Louis (Lodewijk) de Briey (1850-1918), kwam het domein in 1932 in handen van haar vijf nog levende kinderen. De nalatenschap bleef nog zeven jaar onverdeeld, tot de erfgenamen in 1939 uit de onverdeeldheid traden en het kasteel en landerijen werden toebedeeld aan de jongste van de 5 kinderen, Pierre.
Graaf Pierre de Briey (1896-1984) was kort daarvoor, in Sint-Michiels, in het huwelijk getreden met gravin Joanna Ghika (1909-2002), een lid van een Oostenrijkse adellijke familie die hij in zijn diplomatieke dienst had leren kennen.
Het gezin de Briey-Ghika kon nauwelijks genieten van de erfenis. Kort na de verdeling brak WO II uit. Wat verder tijdens en na de bezetting is gebeurd met het kasteel en het domein wordt uitvoerig besproken en toegelicht in het boek van Dr. Carlos Vlaeminck, Operatie Ramrod 1934. Het kasteel werd in september 1944 gebombardeerd en zodanig beschadigd dat het niet meer bewoonbaar kon worden gemaakt. Binnen de familie werd daarop beslist het volledige domein te verkavelen en te verkopen.
Eigenaar graaf Pierre de Briey (1896-1984) schakelde het Brugse notariskantoor van Henry Van Caillie en bouwpromotor Maurice Ballegeer in, om het verkavelingsproces te faciliteren. Nogal wat burgers fronsten de wenkbrauwen bij deze afspraak, omdat de gronden uit de hand werden verkocht en de heer Ballegeer een bekende zakenpartner van de burgemeester was. Hierdoor kreeg het hele verkavelingsproces en de toewijzing van de gronden een (gemeentelijk) politiek tintje.
In opdracht van de gemeente Sint-Michiels ontwierp de Brusselse urbanist en architect Ray Huyghebaert een “voorontwerp van de nieuwe wijk ter Linden”. “Overwegende het enorm belang voor de gemeente Sint-Michiels en eerstdaags zal overgegaan worden tot de aankoop van gronden” werd het ontwerp in de gemeenteraad van 16 juni 1959 goedgekeurd. Het ontwerp hield rekening met de toekomstige aanleg van een westelijke grote ring van Brugge, die een belangrijke verbinding moest vormen naar de haven van Zeebrugge. Naast woningbouw voorzag het ontwerp ook in de aanleg van een industriezone en een stratennetwerk waarvan de namen later zouden worden vastgesteld. Een kopie van het voorontwerp van het meest zuidelijke deel is hierbij toegevoegd.
Op basis van het voorontwerp werkte gemeente-ingenieur Amand Jonckheere, in overleg met eigenaar Pierre de Briey, een viertal erkavelingsplannen uit. VK 6542 (ongeveer 4 ha) voorzag in een verlenging van de Molenstraat (tot aan de geplande N31-snelweg) en de aanleg van 2 nieuwe straten: de Kloppersweg en de Herfstlaan. De verkavelingsaanvraag werd door notaris Van Caillie in april 1965 ingediend en stante pede goedgekeurd in de gemeenteraad van 11 mei 1965. Wel op voorwaarde dat de verkopende grondeigenaar op eigen kosten de rijweg en riolering zou aanleggen en kosteloos ter beschikking zou stellen aan de gemeente.
Het verkavelingsproces liep vertraging op door onzekerheid over de aanleg van de expressweg N31. Een eerste voorstel om de weg gedeeltelijk op palen en gedeeltelijk op een verhoogde berm aan te leggen, stuitte op veel weerstand. Er kon ook geen consensus bereikt worden over een alternatief voorstel om de weg uit te graven. Uiteindelijk werd, uit kostenoverwegingen, gekozen voor een gelijkvloerse expresswegverbinding met verkeerslichten.
Daarbij kwam nog een discussie over het tracé van de weg, met name in het traject Koning Albert I-laan en (Witte) Molenstraat. De opvallende bocht die de snelweg daar vandaag maakt, is opvallend. Waarom afgeweken is van het eerder geplande rechte tracé, is onderwerp van discussie waarover hier niet verder wordt gespeculeerd. De werken werden uiteindelijk toegewezen aan de aannemersfirma Blanckaert voor BF 296 miljoen, en ging van start in februari 1974.
Het schepencollege van Sint-Michiels had ondertussen al in januari 1969 de nieuwe straatnamen Herfstlaan en Kloppersweg goedgekeurd. De naamgeving werd niet verder toegelicht, maar past wel in de reeks van straatnamen in de directe omgeving, die allen verband houden met de jacht. De herfst is de periode waarin het jachtseizoen traditioneel op 21 september wordt geopend en duurt tot 31 december.
De onzekerheid rond de aanleg van de N31 verklaart waarom de Herfstlaan pas vanaf 1973 effectief werd bebouwd. Door de wijziging van het tracé van de expressweg, kon de laan over een afstand van ongeveer 100 m niet meer aan beide zijden bebouwd worden. In september 1973 diende eigenaar Pierre de Briey alsnog een aangepaste, nieuwe verkavelingsaanvraag (VK 7337) in voor de oostzijde van de laan. De aanvraag werd goedgekeurd, maar niet gerealiseerd. De reden waarom pas 15 jaar later (juli 1988) een tweede aanvraag (VK 7620) werd ingediend, is voorlopig nog onduidelijk. Dit verklaart waarom de woningen aan de oostzijde van de Herfstlaan pas dateren uit het begin van de jaren 1990.




