KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

GALBERTUSLAAN

Situering

De Galbertuslaan ligt in de Leiselewijk, een laaggelegen weidegebied in het zuiden van deelgemeente Sint-Michiels dat in de zestiger jaren van de vorige eeuw werd verkaveld. De laan verbindt, met een haakse bocht, de Rietlaan met de Graaf Boudewijn I-laan. De 5 meter brede betonweg is ongeveer 280 m lang, met een groenstrook en voetpad aan beide zijden.

Het woningenbestand telt een 33-tal deels vrijstaande en deels gekoppelde eengezinswoningen met 2 bouwlagen, hellend dak en een kleine voor- en achtertuin.

De straatnaam refereert naar Galbertus (Latijn) of Galbert (Vlaams), een geestelijke en notarius van de kanselarij van Karel de Goede

Historiek

Tot begin negentiende eeuw was het gebied ten zuiden van de dorpskern van Sint-Michiels vrijwel onbewoond, braakliggend of bebost terrein. Ten tijde van het opmaken van het primitief kadasterplan van 1835 was het zuidoostelijke deel, op de woonkern Steenbrugge na, in het bezit van vier vooraanstaande Brugse adellijke of vermogende burgerfamilies die zich daar al eerder gevestigd hadden met fraaie buitenverblijven of kastelen. De voorgeschiedenis van de families vander Beken de Cringhe, van Zuylen van Nyevelt, Doudan en Sinave en hun respectievelijke landgoederen Rode Poort, Leisele, Leiselebeke en Sinave wordt in aparte bijdragen besproken. De locaties van de landgoederen en hun kastelen zijn aangegeven op de bijgevoegde kaart.

Zoals op de kaart te zien is, lag het gebied van de Galbertuslaan in het westelijk, blauw gearceerd deel van kasteeldomein Leiselebeke dat door toenmalige eigenaar de familie Doudan-Dumortier in 1848 werd verkocht aan Henri Sion.
Henri Sion, een aannemer uit Gent die destijds in de Wijnzakstraat in Brugge woonde, was op dat moment al eigenaar van het kasteel Bloemenoord in het centrum van Sint-Michiels – het kasteel dat later dienstdeed als gemeenschapshuis dat tegenwoordig leegstaat.


Na zijn overlijden in 1870 gingen kasteel en de landerijen in het Leiselegebied, over naar zijn echtgenote Petronella Vandenabeele. Het echtpaar had geen eigen kinderen, maar wel een aangenomen dochter, Clemence Marie Vandaele. Vooralsnog is onduidelijk of Clemence een bloedverwant was of niet. In 1856 trouwde Clemence met Joannes Van Wint “propriétaire et directeur de la messagerie de Gand “ Ze kregen 3 kinderen Victor, Leon en Clementine.

Nog tijdens haar leven schonk de weduwe Petronella het kasteel en de landerijen aan haar nog ongehuwde stiefkleinzoon Victor Van Wint (1857-1876). Het noodlot sloeg echter toe in de jonge familie Van Wint. Vader Joannes stierf op 41-jarige leeftijd en Victor overleed twee jaar na de schenking, op slechts 20-jarige leeftijd. De erfenis ging naar Victors broer Leon Van Wint (1858-1919), die getrouwd was met Marie-Antoinette Carton (1860-1949). Leon overleed ook vroegtijdig in 1919. Zijn weduwe bleef kasteel Bloemenoord bewonen tot WO II. Ze stierf in 1949 op 89-jarige leeftijd, waarna de landerijen naar de twee dochters, Agnes en Suzanne, gingen.

Burgemeester Michel Van Maele had inmiddels goede banden opgebouwd met de familie Van Wint. Na WO II had hij al het kasteel Bloemenoord gekocht en als gemeentehuis ingericht. Eind jaren vijftig benaderde hij de zusters Van Wint om de minder waardevolle en zompige graslanden tussen Kerke- en Leiselebeek ook te verkopen. Het was in de naoorlogse tijd dat de verkavelingswoede in Vlaanderen losbarstte en de ambitieuze burgemeester grote plannen voor woningbouw in het gebied had.

Agnes en Suzanne Van Wint hadden wel oren naar de verkoop. De zoon van Agnes, Roger de Preudhomme d’Hailly de Nieuport, onderhandelde namens de familie met de gemeente Sint-Michiels over de verkoopvoorwaarden. Bouwpromotor Maurice Ballegeer kreeg het mandaat om de gronden uit de hand te verkopen. Het akkoord bepaalde dat de verkoper het basiswegennetwerk en de riolering op eigen kosten zou aanleggen en kosteloos aan de gemeente zou overdragen.

Een voorontwerp van het Bijzonder Plan van Aanleg (BPA) nr. 13, opgesteld door gemeente-ingenieur Amand Jonckheere, werd in mei 1959 door het college van Burgemeester en Schepenen goedgekeurd en voorgelegd aan de verantwoordelijke provinciale en nationale diensten van Stedebouw. In een eerste reactie, gedateerd 29 april 1960, oordeelden ze dat het gepresenteerde plan geen duidelijke visie op het gebied gaf en er sprake was van “een eentonige en zuivere stratentrekkerij eerder dan een doordacht en logisch opgevat en verantwoord bestemmingsplan waarvan de aanleg beter ingestudeerd moet worden”.

De verhouding met de betreffende diensten verslechterde verder toen een delegatie van Stedebouw bij een inspectiebezoek aan het gebied in juni 1960 vaststelde dat er zonder goedkeuring alvast was begonnen met wegeniswerken en geen rekening werd gehouden met “de meest elementaire begrippen van de stedebouw“.

Geconfronteerd met de kritiek, liet het gemeentebestuur in een brief van september 1960 aan het ministerie van Openbare Werken en Wederopbouw weten dat architectenduo Remy Van der Looven en Raymond Huyghebaert was aangesteld voor het “opstellen, voor rekening van de staat, van het volledig ontwerp van de uitrustingswerken van een tuinwijk op het grondgebied van de gemeente Sint-Michiels. Het ontwerp in kwestie behelst: wegen, riolering, waterleidingen, beplantingen en al wat er mede verband houdt.”

Het nieuw uitgewerkte Bijzonder Plan van Aanleg nr. 13A, waarin het ruimtelijk patroon van het voorontwerp behouden bleef, werd in augustus 1962 goedgekeurd door de gemeenteraad. Na verdere bijsturing volgde een jaar later de formele bekrachtiging door de Stedebouwkundige diensten.

De nieuw ontworpen straat kreeg oorspronkelijk de naam Karel de Goedelaan, genoemd naar Karel van Denemarken, graaf van Vlaanderen van 1119 tot aan zijn dood in 1127. Om verwarring te voorkomen met de Karel de Goedestraat in Brugge, werd bij de fusie met de stad Brugge in 1971 de naam van de straat veranderd in Galbertuslaan. Vreemd genoeg kreeg de Karel de Goedestraat in Brugge ook een nieuwe naam, de Dirk Boutsstraat.

De 33 bouwpercelen werden in de loop van 1961 en 1962 uit de hand verkocht aan individuele kopers. De grootte varieert tussen de 400 en 850 m2. De eerste woningen (de koppelwoning nr. 18/20 en nr. 42) dateren van 1963. Ze bleven gelukkig gespaard van de wateroverlast waarmee het gebied te kampen kreeg in de jaren 1965-1966, maar het duurde nog tot 1967 voordat de riolering en andere straatvoorzieningen afgerond waren. De laan werd de volgende jaren mondjesmaat volgebouwd.

Pages ( 1 of 3 ): 1 23Next »
Zoeken