KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

JOE  ENGLISH (1882-1918)

Joe English groeide op in Brugge als zoon van de Ier Henry English en Marie Dinnewet. Zijn vader richtte aan het Sint-Salvatorskerkhof een goudborduuratelier op, samen met zijn echtgenote. Marie kwam uit een kunstenaars- familie en ook hun kinderen groeiden op in een omgeving waarin kunst en ambacht centraal stonden. Het gezin telde tien kinderen – vier zonen en zes dochters – die allemaal meewerkten in het atelier van hun ouders.  

Al op jonge leeftijd viel het tekentalent van Joe op. Op school tekende en schilderde hij voortdurend. Om zijn talent verder te ontwikkelen, volgde hij teken- en schilderlessen aan de Stedelijke Academie te Brugge. Hij bleek er zoveel aanleg te hebben dat hij, op aanbeveling van de directeur, vanaf 1901 tot 1908 een opleiding tot kunstschilder kon volgen aan de Koninklijke Academie te Antwerpen.

Tijdens zijn Antwerpse studiejaren ontmoette hij Eliza Goedemé, een getalenteerde pianiste en muzieklerares, die later zijn vrouw werd. Ze huwden op 14 juni 1910 en vestigden zich definitief in Brugge. Vanaf 1911 woonde het jonge echtpaar eerst aan de Verversdijk nr. 11, waar op 7 maart 1912 hun eerste kind, Lieve, werd geboren. Eind 1913 verhuisde English met zijn gezin naar de Veldstraat nr. 3 in Sint-Michiels, in een kunstenaarshuis dat werd ontworpen door zijn buurman, architect Huib Hoste. Een kleine gedenkplaat, ingemetseld in de voorgevel, herinnert aan zijn eerste bewoner.

In 1914 werd Joe English gemobiliseerd. Aanvankelijk diende hij als infanterist aan het IJzerfront. Nadat hij zowat 2 jaar als kasseilegger werd versleten, zorgde Prof Dr. Frans Daels ervoor dat hij opnieuw ruimte kreeg om zijn artistieke talenten te gebruiken. Dr. Daels was militair arts aan het IJzerfront en raakte sterk betrokken bij de Vlaamse Frontbeweging. In 1916 kreeg hij in het Bisschoppelijk College van Veurne de leiding over een onderzoekscentrum dat zich bezighield met bescherming tegen de gifgasaanvallen. Hij zorgde ervoor dat Joe English kon worden ingezet bij het onderzoek.

Joe English maakte in Veurne illustraties, prentkaarten en ontwerpen voor de Vlaamse frontsoldaten,  tekende prentkaarten, illustreerde “Het mis- en gebedenboek van de “Vlaamschen Soldaat” en ontwierp sluitzegels en briefhoofden. Een van zijn bekendste ontwerpen was het Heldenhuldekruis, een eenvoudig kruis dat de herinnering aan gesneuvelde Vlaamse soldaten levend moest houden. Uit deze traditie van heldenhulde groeide later het idee dat later zou leiden tot de bouw van de IJzertoren. In 1917 werd hij officieel benoemd tot schilder van het leger. Zijn werk was op dat moment al sterk verbonden geraakt met de Vlaamse frontbeweging en met de herinnering aan de vele soldaten die aan de IJzer waren gesneuveld.

Joe English zou het einde van de oorlog niet meer meemaken. In de nacht van 31 augustus 1918 overleed hij op slechts 36-jarige leeftijd in het legerhospitaal van Vinkem aan een onverzorgde blindedarmontsteking. Hij werd begraven op de Belgische militaire begraafplaats van Steenkerke. Zijn overlijden maakte diepe indruk. Na de oorlog groeide hij uit tot een symbolisch boegbeeld van de Vlaamse Beweging. In 1920 vond bij zijn graf in Steenkerke de eerste IJzerbedevaart plaats. Tien jaar later werd zijn stoffelijk overschot overgebracht naar de crypte van de eerste IJzertoren, die tussen 1928 en 1930 in Diksmuide werd gebouwd als herdenkingsmonument voor de Vlaamse gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog. De toren werd in 1946 door een explosie fel beschadigd. Op dezelfde plaats verrees later een nieuwe toren, die in 1965 werd voltooid en ingewijd.

Het gezin English-Goedemé kreeg twee kinderen: Lieve en Raf. Joe schilderde zijn echtgenote en dochter regelmatig in huiselijke taferelen.

Zoon Raf was nog maar drie jaar oud, toen zijn vader overleed. Moeder Eliza stierf in 1926 en zijn zuster Lieve overleed in 1934, op slechts 22-jarige leeftijd.

Het huis van de familie English in Sint-Michiels bleef ook na Joe’s dood een bijzondere plaats. Van januari tot september 1938 woonde Joris Van Severen er korte tijd. Van Severen was de stichter en leider van het Verbond van Dietsche Nationaal Solidaristen (Verdinaso), een Vlaams-nationalistische beweging met fascistische en solidaristische kenmerken. Later werd het huis bewoond door Joe’s zoon Raf, die er tot aan zijn overlijden in 1967 bleef wonen.

Het werk van Joe English werd na de oorlog nauw verbonden met de Vlaamse herinnerings- cultuur. Vooral het Heldenhuldekruis en zijn afbeeldingen van de frontsoldaat maakten van hem een blijvend symbool.  

Voor informatie over Joe English zijn verschillende betrouwbare literaire en historische bronnen beschikbaar. Enkele belangrijke bronnen zijn Paul De Baere, “Joe English 1882-1918. Leven, werk en betekenis“, Luc Schepens “English, Joseph Alphonse Marie” in Nationaal Biografisch Woordenboek, Luc Vandeweyer “Joe English 1914–1918. Kunstenaar tussen Frontbeweging en Activisme” en de Digitale Encyclopedie van de Vlaamse beweging.

Zoeken