ABDIJ TEN PUTTE
De Abdij Ten Putte in Gistel ontstond op de plek waar volgens de overlevering de heilige Godelieve rond 1070 de marteldood stierf. Volgens de legende werd de abdij gesticht door Edith, een blindgeboren dochter uit het tweede huwelijk van Bertolf van Gistel. Ze zou door haar blindheid genezen zijn door de ogen te wassen met water uit de poel waarin het lijk van de gewurgde Godelieve was geworpen. Kort na haar dood werd de plek een centrum van verering, met een bron die als geneeskrachtig werd beschouwd.

In de 12e eeuw vestigde zich er een gemeenschap van vrouwen die leefde volgens de regel van Sint-Benedictus. Doorheen de middeleeuwen bleef Ten Putte een belangrijk bedevaartsoord dat pelgrims uit heel Vlaanderen aantrok. Tijdens de Beeldenstorm en later de Franse Revolutie, werden de gebouwen verwoest en de kloostergemeenschap ontbonden. De zusters moesten uitwijken en stichtten in 1623 een nieuwe abdij in de Boeveriestraat te Brugge.
In 1891 keerden twaalf zusters naar Gistel terug en namen hun intrek in een nieuw klooster, gebouwd in neogotische stijl, onder leiding van architect baron J.B. Bethune. Later werd het complex nog eens grondig verbouwd en uitgebreid naar de plannen van architect Arthur De Geyter.
Door de afname van roepingen werd het kloosterleven geleidelijk afgebouwd en bleef de abdij een plaats van stilte en devotie. De Benedictinessen bewoonden het klooster tot 2011. Eind 2007 nam de Gemeenschap Moeder van Vrede, een erkende religieuze congregatie van diocesaan recht, haar intrek in de abdij. Vandaag is de site eigendom van de vzw Godelieve van Gistel, die instaat voor het behoud, het beheer en de publieke ontsluiting van dit waardevolle religieuze en culturele erfgoed.
Het abdijcomplex bestaat uit een abdijkerk, een kapel en een woonvolume gelegen rond een binnenplaats met rechts aansluitend, een moderne ontvangst- en bezinningsruimte.
De abdijkerk werd in de loop der jaren herhaaldelijk verbouwd en gerestaureerd. Ze verkreeg haar huidig aanzicht na vergroting in de periode 1958-62. De nieuwe kerk werd op 26 juni 1962 ingewijd door Mgr. Emiel Jozef De Smedt, bisschop van Brugge.
In de kapel wordt sinds 1896 een hemd zonder naad bewaard die verwijst naar een verhaal uit de legende van Godelieve. De moderne ontvangst- en bezinningsruimte dateert van 1990 en bevindt zich op de plaats van de vroegere abdijhoeve, die toen werd afgebroken.
Het poortgebouw sluit aan op een portierswoning met daarachter een museum en een conciergewoning. In een koepelgebouwtje staat de put met het miraculeuze water op de plaats waarin het lichaam van Godelieve werd gedompeld. Op een motte – een in de elfde eeuw opgeworpen heuvel waarop oorspronkelijk een kasteeltoren stond – bevindt zich het witgekalkte kraaienkapelletje dat herinnert aan een andere legende van de heilige Godelieve die in een aparte bijdrage wordt beschreven (zie Kraaienhof).
Het tragische levensverhaal van Godelieve spreekt nog steeds tot de verbeelding. De abdij wordt nog altijd druk bezocht door bedevaarders en toeristen. De Sint-Godelieveprocessie trekt nog jaarlijks, op de eerste zondag van juli, onder grote belangstelling door de straten van Gistel .