PARKLAAN
Situering
De Parklaan is een doodlopende zijstraat van de Spoorwegstraat, gelegen in het zuidoosten van Sint-Michiels. De straat is bijna 500 m lang met een relatief breed profiel van 15 m die plaats biedt aan een 5 m brede betonrijweg met smalle voetpaden en een met bomen beplante groenstrook aan weerszijden.
De basisbebouwing dateert grotendeels uit de periode 1950-60. Het woningbestand bestaat uit 23 eengezinswoningen waarvan een drietal alleenstaand en de rest gekoppelde woningen, telkens met een kleine voor- en achtertuin. Daarnaast zijn er nog twee kleinschalige meergezinswoningen: Residentie Walakker (nr. 37 met 8 appartementen) en Residentie Lieven (nr. 18 met 10 appartementen).
Locatie en woningenbestand zijn aangeduid op de toegevoegde kaart.
De zuidzijde van de straat wordt over een afstand van ongeveer 200 m begrensd door het oude park van kasteel Leisele, thans locatie van het WZC Sint-Jozef. Op de hoek van de Parklaan en de Spoorwegstraat staat de kapel van Onze Lieve Vrouw van Banneux, die op 26 mei 1960 plechtig werd ingehuldigd door Z.E.H. Deken Gryspeerdt. Op de veldstenen luifel staat een witstenen Mariabeeld met opschrift “Ik ben de maagd der armen” en “Ik kom het lijden verlichten“. Het beeld werd vervaardigd in het atelier van beeldhouwer G. Dupon (Roeselare).
In het park, dat zo’n 2,5 ha beslaat, bevindt zich ook een publiek toegankelijk speelplein. Het park werd in 1998 opengesteld voor het publiek ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van WZC Sint-Jozef, opgericht op de site van kasteel Leisele. De toenmalige eigenaars, de Zusters van de H. Vicenzo a Paolo, sloten hiertoe een bruikleenovereenkomst met de stad Brugge, waarbij de stad, in ruil voor gedeelde renovatiekosten, instond (en nog steeds instaat) voor het onderhoud.
De weinig inspirerende straatnaam Parklaan verwijst naar de locatie aan de rand van het park van kasteel Leisele dat ten tijde van de aanleg van de straat in 1938 aangekocht en bewoond werd door de Congregatie van de Zusters van de H. Vicenzo a Paolo uit Merkem.
Historiek
Tot begin negentiende eeuw was het gebied ten zuidoosten van de dorpskern van Sint-Michiels vrijwel onbewoond, braakliggend of bebost terrein. Ten tijde van het opstellen van het primitief kadasterplan van 1835 was het, op de woonkern Steenbrugge na, in handen van vier vooraanstaande Brugse adellijke of vermogende burgerfamilies die zich daar al eerder gevestigd hadden met fraaie buitenverblijven of kastelen. De voorgeschiedenis van de families vander Beken de Cringhe, van Zuylen van Nyevelt, Doudan en Sinave en hun respectievelijke landgoederen Rode Poort, Leisele, Leiselebeke en Sinave wordt in aparte bijdragen besproken. De locaties van de landgoederen en hun kastelen c.q. buitenverblijven zijn aangeduid op de bijgevoegde kaart.
Zoals op de kaart te zien is, bevond het gebied van de Parklaan zich binnen de contouren van kasteeldomein Leisele. Dit domein ontstond als een van de oudste nederzettingen uit de fiscus Weinebrugge en is op oude kaarten terug te vinden onder benamingen als Lensele, Leynsele, Leyzele, Linceele. De geschiedenis van deze nederzetting, die zou uitgroeien tot het kasteeldomein Leisele, wordt in een aparte bijdrage besproken (zie kastelen – kasteel Leisele).
Bij het opstellen van het kadasterregister in 1835 was het domein eigendom van Johannes Jacobus van Zuylen van Nyevelt (1752-1846) en besloeg het ongeveer 150 ha. Het bleef in familiebezit tot 1887, toen het werd verkocht aan grootgrondbezitter Oscar Hanneuse en echtgenote Hortensia Oppenheim. Het moet een nogal excentriek echtpaar geweest zijn: hun huwelijk eindigde in 1896 in een echtscheiding. Na verdeling van de huwelijksgemeenschap werd Hortensia de enige eigenaar. Na haar overlijden in 1925 werd het hele domein in zes loten verkocht.
Het kasteel zelf werd gekocht door Frederic Coppieters ’t Wallant en de pachthoeve Blijdenburg door Henri Schoutteet. Het grootste deel van de overige landerijen kwam in handen van Richard Brutsaert en Urbain Bossuyt. De eerste was een bekende Brugse handelaar met een handelshuis op de Mallebergplaats in Brugge. Urbain Bossuyt was ook handelaar en grootgrondbezitter-eigenaar-bewoner van kasteeldomein Zevecote in Assebroek. Beide heren moeten elkaar goed gekend hebben en werkten in onderling overleg de plannen uit voor de verkaveling en het bouwrijp maken van kasteelpark en landerijen tussen de Dorpsstraat en het kasteelpark.
In de gemeentearchieven is geen spoor te vinden van enige betrokkenheid van de gemeentelijke overheid bij het verkavelingsgebeuren. In die tijd waren er nog geen stedebouwkundige voorschriften en beslisten de grondeigenaren zelf over de inrichting van hun eigendommen.
Het verkavelingsplan voorzag in een netwerk van woonstraten, ingetekend op het bijgevoegde oude kadasterplan, waarop de huidige straatnamen zijn vermeld.
De eerste bouwkavels werden in 1929 verkocht langs de bestaande, imposant met lindebomen omzoomde toegangsdreef tot het kasteel, die de toepasselijke naam Leiseledreef kreeg (later Leiselestraat) en de nieuw aangelegde Baron de Serretstraat. Beide straatdossiers worden nog in aparte bijdragen besproken.
De plannen voor de verdere ontsluiting van het kasteelpark zijn van iets latere datum. Ze dateren van de periode 1938-39, toen de Zusters van de H. Vicenzo a Paolo (ook bekend als de Zusters van Merkem) hun intrek namen in kasteel Leisele en een groot deel van het kasteelpark werd verkaveld, met vier nieuw aan te leggen straten: de Prins Karellaan (later Casenbroodtlaan), Parklaan, Kasteellaan (later Sint-Arnolduslaan) en Walakker.
Vrijwel het hele tracé van de nieuw ingeplande Parklaan was, bij de verkoop en verkaveling van het kasteeldomein in 1925, aangekocht door Urbain Bossuyt. De eerste bouwkavels langs de laan werden al in 1929 doorverkocht maar de verkaveling kwam pas goed op gang in de periode 1941- 42 nadat de familie Coppieters ‘t Wallant, bewoner-eigenaar van het kasteel, “plaats gemaakt had” voor de Congregatie van de Zusters.
Het waren moeilijke economische tijden en de eerste kavels werden pas in 1953-54 bebouwd (nrs. 2, 4 en 24 bij de ingang van de laan aan de Spoorwegstraat). In de daaropvolgende jaren 1960-1970, werd de laan geleidelijk volgebouwd. Het gaat deels om gekoppelde en een paar rijen met vijf tot zeven aaneengeschakelde woningen.
Later kwamen daar ook nog twee kleinschalige appartementsgebouwen bij: Residentie de Walakker (nr. 37) gebouwd in 1979 met 3 bouwlagen en 8 appartementen en Residentie Lieven (nr. 18) gebouwd in 1994, met twee bouwlagen en 10 appartementen.
In 1998, toen het WZC zijn 60-jarig bestaan vierde, werd het nog resterende 2,5 ha grote kasteelpark opengesteld voor het publiek. De eigenaars, de Zusters van Merkem, sloten daarvoor een bruikleenovereenkomst met de stad Brugge. In ruil voor gedeelde renovatiekosten nam de stad de verantwoordelijkheid voor het verdere onderhoud van het park op zich. In een latere fase werd een deel van het park ingericht als openbaar speelplein.
In aansluiting op de hoogbouw in het naburige Walakker wordt in 2025 een grootschalig meergezinswoningenproject ontwikkeld door projectontwikkelaar Christiaens Project, Residentie Meer (nr. 43), genoemd naar haar ligging aan de oever van de Boudewijnparkvijver. De ingebruikname van de 28 appartementen is gepland in de loop van 2025.




