NOTELARENDREEF
Situering
De Notelarendreef is een doodlopende zijstraat van de Veldstraat met een verbreding aan het eind om auto’s op een veilige manier rechtsomkeer te laten maken. De 5 meter brede asfaltweg is ongeveer 200 meter diep, zonder voetpaden, maar met bome beplante groenstrook van 2 m aan beide zijden.
Het woningenbestand bestaat uit 23 deels vrijstaande en deels half-vrijstaande eengezinswoningen met 2 bouwlagen en een kleine voor- en achtertuin. Locatie en woningenbestand van de dreef zijn hierbij toegevoegd.
Eén woning is opgenomen in de inventaris van het Brugse Onroerend Erfgoed. De woning van de familie De Groote-Tanghe (huisnummer 20) wordt omschreven als “compacte woning op vierkante plattegrond onder typerend vlinderdak en straat/tuingevel opengewerkt met grote glaspartijen.” De vrijstaande woning werd ontworpen in 1956-1957 door de Brugse architect Jozef Lietaert en is een van de eerste ontwerpen van de Brugse architect die een klein maar fascinerend oeuvre heeft achtergelaten. Hij was ook de ontwerper van het huis van de dichter Jan Vercammen in de naburige Domeindreef, maar is vooral bekend door zijn ontwerp van het woonhuis van de Vlaamse schilders Octaaf Landuyt (in Heusden) en Jef Wauters (in Mariakerke).
Op het eind van de straat is de woning en het werkatelier van schriftbeeldhouwer Pieter Boudens. Hij wordt beschouwd als de pionier die het letterbeeldhouwen in Brugge. Velen gingen bij hem in de leer en traden sindsdien in zijn voetsporen, waaronder zoon Robrecht, die intussen meewerkt in het atelier.
Een voetganger-fietsgrindpad geeft toegang tot een kinderspeelplein dat de achterliggende Vlier- en Vogelkersstraat met elkaar verbindt.
Voor wie het niet mocht weten, de walnoot of okkernoot (Juglans regia) is een plant uit de okkernootfamilie (Juglandaceae). In de Griekse mythologie wordt Carya door de God Dionysos in een notenboom veranderd. De notelaar staat daarom voor het symbool van de wijsheid. Onder het christendom werd de walnotenboom een boom van de duivel die macht en wellust symboliseerde. Men geloofde dat men ernstig ziek kon worden als men onder de boom in slaap viel. Het is twijfelachtig of de keuze van de straatnaam in verband kan worden gebracht met deze mythologische betekenis. De straat maakt deel uit van een cluster van 4 straten die in dezelfde periode zijn aangelegd en de naam dragen van bomen (Treurwilgenweg, Vlierstraat en Vogelkersstraat).
Historiek
Bij het opmaken van de eerste kadasterplannen van de Franse bezetter en de nieuwe Belgische staat was 80 procent van het grondgebied van de toenmalige parochie c.q. gemeente Sint-Michiels in het bezit van de adel en hogere burgerij. Zo ook het gebied van de Kleine Kakstraat (later hernoemd in Veldstraat). Het bestaan van de straat duikt al op in de 16e eeuw onder verschillende benamingen: kacstratken, cackstratkin, of Cacstraetkin. In werkelijkheid was het niet meer dan een grindweg die tot begin 19e eeuw vrijwel onbewoond was. Het buitenverblijf van de familie Dhont de Bouchoute was het enige bouwwerk van betekenis dat ter hoogte van de huidige Veldstraat nr. 28 stond. Ten tijde van het opmaken van de primitieve kadasterkaart van 1835 was Hippolyte Dhont burgemeester van Sint-Michiels, ambt dat hij tot juni 1839 uitoefende. Zijn twee zonen bleven vrijgezel en zijn dochter bleef kinderloos. Via de zijlijn kwam de erfenis voor het grootste deel bij de familie le Jeune d’Allegeersheque terecht, een adellijke familie uit het Gentse.
Begin jaren vijftig van de vorige eeuw brak de verkavelingswoede uit in Sint-Michiels en werden alle grootgrondbezitters door burgemeester Van Maele benaderd om hun gronden te verkopen en te verkavelen. In het huidige geval ging het om een stuk weiland van ongeveer 1,8 ha aan de oostzijde van de Veldstraat, waarvan ongeveer 1 ha eigendom was van de familie le Jeune en 0.8 ha van de familie Van Wint, bewoner en eigenaar van kasteel Bloemenoord (latere gemeentehuis).
Zoals te doen gebruikelijk in die tijd werden de plannen door de gemeentelijke overheid goedgekeurd op voorwaarde dat de verkavelaar de aanleg van de straat voor zijn rekening zou nemen en kosteloos ter beschikking zou stellen van de gemeente. De nieuw aan te leggen straat kreeg de naam Notelarendreef. Een naamsverklaring of toelichting is niet terug te vinden in de gemeentelijke administratie.
De noordzijde van de nieuwe straat, van de familie le Jeune, werd verkaveld in een 12-tal bouwkavels, bestemd voor deels vrijstaande en deels halfvrijstaande eengezinswoningen met een kleine voor- en achtertuin. De oudste woningen dateren van 1953 (nrs. 2 en 6).
De zuidzijde is op 3 woningen na (bij het begin en op het einde van de straat) van latere datum. Het tussenstuk van ongeveer 0,4 ha werd door de familie Van Wint in 1952 verkocht aan Roger De Mey, zoon van oud-burgemeester Louis De Mey en bekende van de familie. Hij was ingenieur en zette het aannemersbedrijf voort dat zijn vader Louis had opgezet. Na de dood van zijn vader in 1943 wilde hij in de sporen van zijn vader treden en ging hij als vrijzinnig socialistisch militant in de Sint-Michielse politiek. Hij kwam in de gemeenteraad, maar kon met zijn kompaan (bloemist Romain Van Eeghem) als tweekoppige socialistische fractie niet opboksen tegen de met overmacht gekozen negenkoppige CVP-fractie onder leiding van Michel Van Maele. Roger De Mey was zakenman en oa. ook beheerder van de hypotheekmaatschappij Bouw en Grondkrediet op wiens naam de transactie met de familie Van Wint werd geregistreerd. Hij was niet haastig met het indienen van een verkavelings- en inplantingsvoorstel. Het door de meetkundige-schatter van Onroerende Goederen Gaston Cools uitgewerkte voorstel werd pas in 1964 ingediend. De woningen werden mondjesmaat gebouwd. Een drietal werd pas in de jaren tachtig gebouwd.de




