GUSTAAF VERMEERSCHSTRAAT
Situering
De Gustaaf Vermeerschstraat is gelegen in de Leiselewijk, in het zuidoosten van deelgemeente Sint-Michiels. Het is een doodlopende zijstraat van de Spoorwegstraat die het karakter heeft van een woonerf met een binnenplein, bestraat met betonklinkers. Een deel van het plein is ingericht als kinderspeeltuin.
Het woningenbestand bestaat uit 17 moderne eengezinswoningen gegroepeerd rondom het plein in blokken van resp. 2, 4, 5 en 6 woningen
De benaming van de straat werd door de raadgevende Commissie voor Toponymie en Straatnamen van de stad Brugge op 17 juni 1997 vastgesteld ter ere van Gustaaf Vermeersch (1877-1924), een Vlaamse schrijver, die na zijn huwelijk in 1899 een vijftal jaren in Sint-Michiels heeft gewoond. Een fotogalerij en een korte synopsis van zijn leven en werk zijn hierbij toegevoegd.
Historiek
Tot begin negentiende eeuw was het gebied ten zuiden van de dorpskern van Sint-Michiels vrijwel onbewoond, braakliggend of bebost terrein. Ten tijde van het opmaken van het primitief kadasterplan van 1835 was het zuidoostelijke deel, op de woonkern Steenbrugge na, in het bezit van vier vooraanstaande Brugse adellijke of vermogende burgerfamilies die zich daar al eerder gevestigd hadden met fraaie buitenverblijven of kastelen. De voorgeschiedenis van de families vander Beken de Cringhe, van Zuylen van Nyevelt, Doudan en Sinave en hun respectievelijk landgoederen Rode Poort, Leisele, Leiselebeke en Sinave wordt in aparte bijdragen besproken. De locaties van de landgoederen en hun kastelen zijn aangegeven op de bijgevoegde kaart.
Zoals op de kaart te zien is, lag het gebied van de Gustaaf Vermeerschstraat in het westelijk deel van kasteeldomein Leiselebeke, dat destijds eigendom was van de familie Doudan-Dumortier en in 1838 werd verkocht aan Henri Sion.
In de loop van 1838 werd een flink stuk van de oostelijke landerijen van het domein door de Belgische Staat onteigend voor de aanleg van de spoorlijn 50 Brugge-Gent en een spoorwegemplacement. Langs de spoorlijn ontstond een landweg die later de toepasselijke naam Spoorwegstraat zou krijgen.
Rond de eeuwwisseling kwamen de plannen op tafel om een nieuw station te bouwen aan de rand van de oude binnenstad, net buiten de vesten. De gekozen (huidige) locatie bevond zich echter op grondgebied Sint-Michiels.
In de notulen van de Sint-Michielse gemeenteraad van 1905 zijn de eerste sporen terug te vinden van het overleg dat plaatsvond met de Belgische Spoorwegen over de bouw van het nieuwe station. Om alle ellende van gelijkvloerse spoorovergangen te vermijden, werd besloten spoorlijn 50 op een verhoogd talud naast de gelijkvloerse lijn aan te leggen met tunneldoorgangen op de voornaamste doorgangswegen. De nodige terreinen en grond voor de aanleg van het talud werden door de Belgische Staat in 1912 onteigend. De berm was, en is nog steeds, vanaf grondgebied Oostkamp tot aan het Waggelwater ruim 10 km lang. Voor Sint-Michiels betekende dit dat op het traject vanaf de Heidelbergstraat tot aan het nieuwe station van Brugge drie gelijkvloerse spoorwegovergangen verdwenen, ter hoogte van de huidige Josue Maertenstraat, ten Briele en kasteel Leisele. Het talud bleef jarenlang een onafgewerkte, zanderige dijk die pas in 1936 in gebruik genomen werd. Dat veroorzaakte in eerste instantie nogal wat beroering in Brugge, omdat het nieuwe station toen nog gebouwd moest worden en de treinen dus niet meer stopten in Brugge. Het station werd uiteindelijk op 12 augustus 1938 plechtig ingewijd.
Ondertussen was de familie Doudan, heer van kasteel Leiselebeke, begonnen met de verkoop van de gronden tussen het kasteel en de spoorweg. Het grootste deel werd in 1928 gekocht door Urbain Bossuyt, grootgrondbezitter en bewoner van kasteel Zevecote in Assebroek, die het verkavelde om door te verkopen aan particulieren.
Emile Damman was de voornaamste koper. Hij bouwde er in 1930 een voor die tijd indrukwekkende woning langs de toen nog onverharde Spoorwegstraat en startte er een bloemen- en plantenkwekerij die zich over een oppervlakte van ongeveer 6.500 m2 uitstrekte tussen de Spoorwegstraat en de huidige Sint-Arnolduslaan. De laatste heette tot de jaren zestig overigens de Emile Dammanstraat (zie kaart). Het was in eerste instantie een openluchtkwekerij van laurieren, met een kleine serre waarin bloemen werden gekweekt. Vader Emile overleed in 1951 en werd opgevolgd door zijn zoon Antoon, die na zijn overlijden in 1983 op zijn beurt opgevolgd werd door zoon Christiaan.
Vooral in de dichtbevolkte stedelijke gebieden kregen veel tuincentra en kwekerijen in de loop der jaren moeilijker en moeilijker. Voornaamste problemen waren de beperkte uitbreidingsmogelijkheden en de opvolging in de vaak kleine familiebedrijven die niet konden weerstaan aan de verleiding tot verkavelen. Zo verging het ook de Damman kwekerij.
In de loop van 1995 kreeg Christiaan Damman te kampen met gezondheidsproblemen. Zijn enige zoon had ondertussen een eigen bloemenzaak uitgebouwd in het Brugse stadscentrum en in overleg met zijn vader werd besloten het bedrijf te beëindigen en te verkopen aan de NV Immotel, een vastgoedmakelaar uit Meulebeke. Het studiebureau van Ir. Lobelle uit Sint-Andries zorgde voor de uitwerking van een verkavelingsplan dat voorzag in de bouw van 18 eengezinswoningen rond een binnenplein met uit- en ingang in de Spoorwegstraat, naast het ouderlijk huis van grootvader Emile. Een kopie van het plan, gedateerd 8 december 1995, is toegevoegd. De verkavelingsvergunning VK 9525 werd, na een paar aanpassingen (het werden uiteindelijk 17 woningen), door de diensten van de stad Brugge in de loop van oktober 1997 verleend.
Intussen boog de raadgevende Commissie voor Toponymie en Straatnamen van de stad Brugge zich over de naam van de nieuwe straat. In haar zitting van 17 juni 1997 stelde ze vast dat er geen goede toponiemen waren voor de locatie en greep ze terug op een oude lijst van Vlaamse schrijvers en letterkundigen die al enige jaren voor de naamgeving van nieuwe straten was opgesteld. Ze koos voor Gustaaf Vermeersch (1877-1924), een Vlaamse schrijver, die na zijn huwelijk, een vijftal jaren in Sint-Michiels heeft gewoond in de Pesthuizenstraat, de huidige Titecastraat. In de bevolkingsregisters van die tijd is terug te vinden dat zijn vrouw Elodie Coart pianiste was. Het nieuwe straatnaambord bij de ingang van de straat kreeg de vermelding “letterkundige”.
Het is overigens een raadsel waarom de straat niet naar de familie Damman is genoemd die er bijna 70 jaar lang een alom bekende plantenkwekerij heeft uitgebaat.
Het bouwrijp maken en saneren van de site vergde de nodige tijd. De eerste woningen werden in het jaar 2000 opgeleverd, de rest volgde in 2001 en 2002. Er vestigden zich nogal wat jonge gezinnen en de stad Brugge stemde in 2006 in met de wens van de bewoners een kleine speeltuin in te richten op het binnenplein, die in 2018 een opfrisbeurt kreeg. Schepen Franky Demon kondigde met enige fierheid aan dat de ouders voortaan rustig konden verpozen aan de gloednieuwe picknicktafel.




