VEEMARKT
Situering
De veemarkt van Sint-Michiels bestaat niet meer. De markt was gelegen aan de Koningin Astridlaan 10 en sloot een bewogen geschiedenis van 70 jaar definitief de deuren op 30 juli 2019. De markt was eigendom van en werd uitgebaat door de NV Overdekte Veemarkt Sint-Michiels, waarvan het startkapitaal in 1951 bijeengebracht werd door een honderdtal aandeelhouders, voornamelijk West-Vlaamse veehandelaars.
Het 3,2 ha grote terrein, inclusief markthal van 60 m bij 90 m, cafetaria en administratieve ruimte, werd in 2019 verkocht aan de Global Estate Groep, een Oostkampse projectontwikkelaar. Pas midden 2024 verkreeg de ontwikkelaar de nodige bouwvergunningen, waarna de markthal en administratieve gebouwen werden gesloopt.
Op de site verrijst de komende jaren het BULA-project: een duurzaam, futureproof “stadsdorp” met appartementen, kantoorruimtes, ateliers, handels- en horecazaken.
Historiek
Veemarkten vormden eeuwenlang een belangrijke schakel in de keten van producent tot consument en vleesindustrie. Die rol nam in de loop der tijd sterk af, ondermeer door dierziektes, stijgende transport- en personeelskosten, schaalvergroting bij de veehouders en slachterijen en strengere regelgeving.
In Brugge werd al in 1285 op vrijdag veemarkt gehouden aan de westkant van het grote plein dat het Zand of ad Harenas heette. Na verloop van tijd werd de naam Zand verdrongen en heette het hele plein Vrijdagmarkt. In 1838, bij de aanleg van de spoorlijn Brussel-Oostende en de bouw van het station, werd het plein in twee gesneden. Het oostelijk deel werd Statieplaats genoemd en het westelijk deel bleef Vrijdagmarkt. Toen na de sloop van het station in 1950 weer één enkel plein ontstond, kreeg het opnieuw de naam ’t Zand, maar bleef het westelijk deel van het plein zijn oorspronkelijke naam behouden. Hierdoor is een oud toponiem in leven gehouden en kan gemakkelijker de richting worden aangewezen op dit, naar Brugse normen, grote plein.
De traditionele veemarkt op de Vrijdagmarkt bleef bestaan tot begin jaren vijftig toen het geduld van de West-Vlaamse veehandelaars op was. De West-Vlaamse Veehandelsbond, onder leiding van Sint-Andriesenaar Eugène Van Hoorickx, was al jaren vragende partij bij de Brugse overheid om een nieuwe overdekte markthal te bouwen die beter toegankelijk was voor de handel en bescherming bood tegen ongure weersomstandigheden. Het Brugse gemeentebestuur zag daar nut en noodzaak niet van in en hield de boot steeds af. Dat veranderde toen het in 1951 lucht kreeg van de plannen van de Veehandelsbond om op eigen kosten een overdekte markt te gaan bouwen in Sint-Michiels, een initiatief dat ondersteund werd door burgemeester Michel Van Maele en zijn gemeentebestuur.
De deal voor de aankoop van een 3,2 ha groot terrein aan de Koningin Astridlaan was snel gesloten met de familie de Briey, eigenaar van de grond, en de plannen werden vlot door de gemeenteraad van Sint-Michiels geloodst. Dat was tegen het zere been van het Brugse stadsbestuur, dat in de gaten kreeg dat het hen jaarlijks BF 800.000 aan marktstandgeld zou gaan kosten.
Het stadsbestuur deed er alles aan om het plan te boycotten en drong bij de hogere provinciale overheid aan om de plannen voor de nieuwbouw op Sint-Michiels af te keuren. Hoofdargument was dat er geen stedebouwkundig plan was voor het gebied waarin een handelsactiviteit als een veemarkt voorzien was. De juridische positie van het Brugse stadsbestuur was echter zwak. Er waren in die tijd nog geen wettelijk afdwingbare stedebouwkundige voorschriften op basis waarvan de besluiten van de Sint-Michielse gemeenteraad teruggedraaid konden worden.
Met veel ellebogenwerk en politieke druk van alle kanten kreeg de NV Overdekte Veemarkt, onder de bezielende leiding van veehandelaren Eugène Van Hoorickx en Jerome Bultinck, in 1951 een vergunning voor de bouw van de nieuwe markthal op voorwaarde dat deze volledig demonteerbaar en verplaatsbaar zou zijn. Op basis daarvan verleende de gemeenteraad van Sint-Michiels de vergunning voor het houden van de markt (op maandag en vrijdag) te verlenen per 1 januari 1952. Het startkapitaal van de NV Overdekte Veemarkt werd bijeengebracht door een honderdtal aandeelhouders, meestal veehandelaars.
De markthal werd, niet geheel toevallig, op Heilig Bloeddag 5 mei 1952, in een gespannen sfeer officieel geopend. Er waren geruchten verspreid dat de opening niet kon doorgaan vanwege mond-en-klauwzeer. Het Brugse gemeentebestuur bleef ondertussen vasthouden aan zijn plan een eigen veemarkthal te bouwen langs de Sint-Pieterszuidstraat in Sint-Pieters-op-de Dijk, ten noordwesten van de stad. Het initiatief van de Veehandelsbond zorgde voor de nodige opschudding in de Brugse gemeenteraad. die zich grote zorgen maakte over het verlies van de markt en zich in zijn eer aangetast en beledigd voelde.
Het plan voor de bouw van een nieuwe, moderne Brugse veemarkthal werd, naar een ontwerp van de Brugse architect Joseph Lantsoght, op 14 juli 1951 door de Brugse gemeenteraad goedgekeurd en aanbesteed. “Sint-Michiels heeft te rap gelopen en zal haar benen breken” werd er in de gemeenteraad geroepen. Dat was stoere taal. Op de eerste handelsdag in Sint-Michiels (19 mei 1952) werden er 729 dieren aangevoerd en in de halfafgewerkte markthal van Brugge 78. De aanvoer in Brugge verbeterde in de daaropvolgende maanden, maar bleef ver onder het verhoopte volume. Om de financiële schade te beperken, werd in oktober 1953 de groothandelsmarkt in groenten en fruit van het Visartplein naar de nieuwe markthal overgebracht. De oppositie in de gemeenteraad had nogal wat bedenkingen bij het dubbel gebruik van de markt: “’s morgens staan er beesten die hun genoegen doen en als er ’s avonds karoten en salade uit de mand vallen worden ze ’s anderendaags aan de mensen verkocht” riep raadslid Wostyn vertwijfeld uit. Het mocht allemaal niet baten. Terwijl de werken aan de nieuwe markt nog drie jaar duurden, bleef de aanvoer van vee ver onder de maat.
De kapitaalkrachtige Veehandelsbond bleef ondertussen niet stilzitten in Sint-Michiels. Ze kreeg in 1954 van het gemeentebestuur de vergunning voor de bouw van een (permanent) hoofdgebouw aan de voorzijde van de markthal. De aanbouw is nog goed te zien op de luchtfoto van het veemarktcomplex. De aanbouw werd plechtig ingehuldigd op 11 augustus 1956, weer niet toevallig op dezelfde dag dat de nieuwe Brugse markt officieel werd geopend. In Sint-Michiels werd de inhuldiging gevierd met een lunch op het kasteel Tillegem. De kasteelheer baron Georges Verhaeghe was voorzitter van de beheerraad NV Overdekte Veemarkt Sint-Michiels en een verwoed promotor van het project.
Wat volgde was de Brugse “veemarktoorlog“. Bij de inhuldiging in Sint-Michiels bood de Veehandelsbond een premie voor elk aangevoerd dier van BF 500 voor slacht- en melkvee en BF 100 voor kweekvee, kalveren en varkens. Brugge kon natuurlijk niet achterblijven en benaderde de veehandelaars met gelijkaardige premies. Pogingen om het hechte front van de bond uit elkaar te spelen, mislukten. De “oorlog” bereikte zijn hoogtepunt in 1957, toen baron Verhaeghe op een militaire plechtigheid in de stadsschouwburg van Brugge de hand weigerde te schudden van de Brugse burgemeester Pierre Van Damme. “Het wordt hoog tijd dat de leidende figuren van Sint-Michiels betere manieren leren” schreef de verongelijkte Brugse pers. Nog drie jaar lang werden gesprekken gevoerd over een fusie van de twee markten, maar dat stuitte op onoverkomelijke financiële en organisatorische problemen. Op 18 september 1959 besloot de Brugse gemeenteraad van verdere onderhandelingen definitief af te zien.
Hoe de veemarkt in Brugge zich daarna ontwikkelde , is niet onderzocht. Ondanks de aanwezigheid van een nieuw slachthuis naast de markthal bleef de Veehandelsbond en zijn leden trouw aan de veemarkt van Sint-Michiels. In Brugge kwakkelde de aanvoer van vee nog enkele jaren verder, tot de stad in 2008 de handdoek in de ring gooide en alle handelsactiviteiten stopte. Het 26,000 m2 grote terrein werd in 2009 verkocht aan een projectontwikkelaar, de Groep Van Hee uit Oostkamp, die een vergunning kreeg voor het bouwen van een winkelcentrum voor twaalf handelszaken. Het V-markt-project, met een verkoopsruimte van ongeveer 10.000 m2, werd in september 2012 opgeleverd. Het naastgelegen slachthuis bestaat nog steeds. Openbare slachthuizen in België werden in de loop der jaren gesloten of geprivatiseerd. Het Brugse slachthuis werd in 1998 geprivatiseerd en kwam in handen van de vleeshandelsfamilie Lootens. Stichter Paul Lootens is inmiddels opgevolgd door zijn zoon Olivier.
Hoe het met de markt in Sint-Michiels in de loop der jaren verder is verlopen, moet helaas nog uitgezocht worden. Vragen over veehandelsvolumes of statistieken werden door de Veehandelsbond tot op heden niet beantwoord. Naarmate de tijd vorderde verminderden de handelsvolumes aanzienlijk. In 2000 waren er nog zeven veemarkten in België, maar het was toen al duidelijk dat de markten door verschillende factoren hun relevantie aan het verliezen waren. Voornaamste oorzaken waren strengere regelgeving inzake dierenwelzijn, digitalisering en modernisering van de handel (online verkoop), de afname van de kleinschalige landbouw die traditioneel hun vee op de markt verhandelden, afnemende rentabiliteit van de markten die geconfronteerd werden met hoge kosten en dalende handelsvolumes en de toegenomen aandacht voor de impact van de veehouderij op het milieu.
Geconfronteerd met zware financiële verliezen, gooide de NV Overdekte Veemarkt Sint-Michielse in 2019 en was de laatste veemarkt in Vlaanderen die haar activiteiten beëindigde, nadat de markt in Rekkem (gemeente Menen) al in 2015 de deuren had gesloten. Tegen die tijd werd bijna 90 procent van het vee online verhandeld en rechtstreeks van het landbouwbedrijf naar het slachthuis vervoerd. Daarmee kwam een einde aan een eeuwenoude traditie die lange tijd een belangrijke rol had gespeeld in de lokale gemeenschap en economie.
Het terrein van 3,2 ha werd, inclusief markthal van 60 m bij 90 m, cafetaria en administratieve ruimte, in 2019 verkocht aan de Global Estate Groep, een Oostkampse projectontwikkelaar. Het duurde nog vier jaar, tot midden 2024, vooraleer de groep de bouwvergunning kreeg voor de ontwikkeling van de site en de oude markthal en administratieve gebouwen gesloopt werden. Enkele foto’s van de troosteloze markthal en de sloop zijn toegevoegd.
Het BULA-project wordt de komende jaren ontwikkeld tot een duurzaam, toekomstbestendig “stadsdorp” met appartementen, kantoorruimtes, ateliers en handels- en horecazaken. Het doel is om het volledige project over zeven jaar afgerond te hebben.



