KASTEEL KRANENBURG
Situering
Het kasteel Kranenburg bestaat niet meer. Het was gelegen langs de Spoorwegstraat bij de Boeveriepoort, de zuidelijke toegangspoort tot Brugge.
Het kasteel werd door eigenaar Bisdom Brugge in 1963 gesloopt en het 10 ha grote kasteeldomein werd de daaropvolgende jaren ingericht als onderwijscampus van het katholiek onderwijs, bekend onder de naam Ter Groene Poorte.
Historiek
De eerste geschreven bronnen die het bestaan van een omwalde hofstede Cra(e)nenburg vermelden, dateren van 1488. In het Woordenboek der Toponymie in Westelijk Vlaanderen, meesterwerk van Karel De Flou, zijn een twintigtal referenties te vinden die wijzen op het bestaan van de hofstede. Zo is in de Zestendelen van de stad Brugge van 1580 sprake van ” t Goet van Cranenburg te St Michiels nabij Steenbrugghe. Eene behuusde hofstede ghenaemt ’t Goet van Cranenburch, groot omtrent 60 ghemeten”. Op de kaart van Jan Lobberecht uit 1708 is vermeld ” Een huys van plaisance daerop staende genaemd Cranenburg met nederhof ten zuytwest ende de dreve zuytwaert tot in den halve kerckwegh”. Ook de Omlopers van Sint-Michiels van 1714 en 1715 bevestigen het bestaan van de hofstede. Let wel: een “huis van plaisance” was niet wat velen denken maar de toenmalige benoeming van een buitenverblijf van meestal in de stad wonende vermogende burgers.
Op het primitief kadasterplan van 1835 is sprake van “kasteel Cranenburgh” wat erop wijst dat de hofstede het karakter van een kasteelgoed had gekregen. Volgens het kadasterregister was Pieter de Vrière toen de eigenaar. De familie de Vrière was een bekende Brugse adellijke familie waarvan de pater familias Alois de Vrière directeur van de directe belastingen, douane en accijnzen was voor West-Vlaanderen. Een paar jaar later werd de spoorweg Brugge-Gent aangelegd en kwam de kasteel-hofstede vlak naast de spoorweg te liggen. De Atlas der Buurtwegen van 1843 toont dezelfde configuratie met een opperhof en neerhof, een uitgebreid grachtenstelsel en toegang naar het kasteel met een brug over een gracht.
In 1864 werd de kasteel-hofstede aangekocht door het bisdom Brugge. De naam van bisschop Jan-Baptiste Malou wordt vaak genoemd als zijnde de koper, maar de bisschop stierf in maart 1864 en het is dus niet zeker of zijn naam aan de aankoop kan worden verbonden. Opvallend is dat de eigendom kadastraal niet geregistreerd stond op naam van het bisdom of mgr. Malou maar op naam van het Groot Seminarie van Brugge.
Alle bestaande bebouwing werd toen gesloopt en de omwallingen gedempt. In 1866-67 liet de opvolger van Mgr. Malou, bisschop Johan Faict, er een nieuw kasteeltje bouwen in neogotische bouwstijl naar een ontwerp van de Engelse architect August W. Pugin, de pionier van de neogotiek. Pugin ontwierp honderden kerken, kastelen, scholen en kloosters in Engeland en had een architectenbureau in Ramsgate. Naast het buitenverblijf van de bisschop aan de Spoorwegstraat kreeg hij nog 2 grote opdrachten in België: de grote kerk van Dadizele en het bekende kasteel van Loppem. Hij had het in zijn korte leven zo druk (hij werd maar 40 jaar) dat hij geen tijd had om te trouwen.
Aan de zuidkant van het kasteel werden paardenstallen gebouwd voor de bisschoppelijke koetsen. De toegang verliep via een monumentale poort met grote, groengeschilderde houten deuren. Dit zou verklaren waarom het domein in de volksmond de Groene Poorte werd (en nog steeds wordt) genoemd. Deze verklaring klinkt aannemelijk, ware het niet dat de naam Groene Poorte al veel eerder in combinatie met kasteelgoed Cranenburgh wordt vernoemd. De reden waarom het kasteel ook Bisschopskasteel werd genoemd, spreekt voor zich.
Rond 1880 breidde bisschop Faict het domein uit met een broeikas, een tuinpaviljoen en een moes-, planten- en bloementuin. Hij overleed in 1894. Zijn opvolger, Gustavus Waffelaert kwam er vaak en ook Guido Gezelle kwam er de laatste jaren van zijn leven regelmatig. Hij schreef, een jaar vóór zijn dood, nog een stuk van achttien zesregelige strofen over de geschiedenis van het buitenverblijf (Biekorf 1889).
Bisschop Henricus Lamiroy was de laatste bisschop die er af en toe kwam. Als zoon van de stationschef volgde hij van daaruit de werkzaamheden aan de bouw van het nieuwe station van Brugge en de aanleg van de spoorwegberm in de jaren dertig. Tijdens de mobilisatie was het Belgisch leger er gehuisvest (ter bescherming van het station) waarna het bezet werd door de Duitse troepen.
Bisschop Emiel-Jozef De Smedt, de opvolger van Lamiroy, kwam er niet meer en stelde het domein ter beschikking van de Brugse jeugd. Vanaf 1956 werd het kasteeldomein meer en meer gebruikt en aangepast als vakantiepatronaat. In de volgende jaren kwamen in de vakantiemaanden honderden kinderen daar spelen en hun picknick gebruiken. Het domein groeide uit tot een volledig recreatieoord met allerlei activiteiten, het hele jaar door. In de Beeldbank van Brugge is een groot aantal foto’s van de speelpleinwerking uit die tijd bewaard. Priesters EH Vandeberghe en EH Deketelaere waren de eerste proosten van het park. Bekende Bruggelingen zoals Dries Van den Abeele en Jean-Luc Dehaene organiseerden er activiteiten. Er werden een paar afgedankte tramstellen en later legertenten geplaatst als schuilplaats. Onder leiding van EH Parmentier werd in 1956 een rechthoekig bakstenen bouwwerk naast het kasteel gebouwd als gelagzaal met bar en keuken. Het bouwwerk is nog terug te vinden op mutatieschets 1956-55 van het kadaster, die is toegevoegd in annex.
Vanaf eind jaren vijftig evolueerde het domein geleidelijk naar een opleidings- en scholencampus voor het vrij onderwijs. Voor het kasteel zelf was er geen toekomst meer: in 1963 kreeg de firma Gardeyn de opdracht om het te slopen om plaats te maken voor een parkeerterrein. En zo verdween het kasteel in de vergetelheid.
De speelpleinwerking ging nog door tot in de jaren zeventig. Tot eind jaren tachtig werd er op het domein nog gevoetbald op een paar sportvelden en werd in de sporthal nog basketbal gespeeld (de hoogtijdagen van Avanti Brugge).
Met de voortschrijdende inrichting als scholencampus werd de functie van het domein als ontspanningsoord en sportterrein in de negentiger jaren volledig uitgefaseerd. Vandaag is het voormalige bisschoppelijke domein uitgegroeid tot een indrukwekkende onderwijscampus waar anno 2025 vier onderwijs- en opleidingsinstellingen van het vrij onderwijs gevestigd zijn. De geschiedenis van Syntra-West, de hotelschool Groene Poorte, het Vrijhandels- en Sportischool en de KU Leuven wordt in aparte bijdragen besproken.


