HOEVE DE DRIE LINDEN
Situering
De hoeve de Drie Linden aan de Jagerstraat nr 56 is opgenomen in de Brugse inventaris van het bouwkundig erfgoed, De volgende beschrijving van de hoeve en zijn geschiedenis is deels ontleend aan de inventaris.
Het is een hoeve met losstaande bestanddelen waarvan het boerenhuis oorspronkelijk was omwald. Het woonhuis bestaat uit twee volumes met respectievelijk drie en twee traveeën en twee bouwlagen onder afzonderlijk zadeldak, bedekt met Vlaamse pannen. Een bijgebouw is lager tegenaan gebouwd onder een lessenaarsdak. Het woonhuis heeft een oude kern vermoedelijk uit de 15e – 16e eeuw. Op de verdieping en in de eindgevel van de hogere vleugel zitten stenen fragmenten van kruisvensters met natuurstenen blokken. De zoldering is opgebouwd uit moer- en kinderbalken in de hogere vleugel. Het huidig uitzicht is het resultaat van achtereenvolgende verbouwingen. De gevel is opengewerkt met rechthoekige muuropeningen.
Aan de rand van het erf is nog een imposante dwarsschuur uit de 18e eeuw bewaard met een opengewerkte dubbele wagenbergplaats en twee houten dakkapellen aan de erfzijde. De dwarsschuur bewaart een interne structuur met onder meer de behouden inrichting van de paardenstal, de bewaarde kapconstructie en de bewaarde tasruimte.
De hofstede is genoemd naar drie linden die begin twintigste eeuw op het erf moeten hebben gestaan.
Historiek
Oorspronkelijk wordt de hoeve vermeld als achterleen van het kasteel Tillegem. Op een figuratieve kaart van circa 1668 wordt de hofstede imposant afgebeeld. De hoeve wordt ook afgebeeld op de kaart van Ferraris maar de configuratie is moeilijk afleesbaar.
De legger bij het primitief kadasterplan (circa 1835) beschrijft de site als “huis met dreef, boomgaard, land, dennenbos en weiland”. Het was toen eigendom van de adellijke familie de Coninck de Merckem. De bekendste telg was Patrice de Coninck, een Brugse advocaat die in de periode 1800-1827 verschillende bestuursfuncties uitoefende onder het Franse en Nederlandse bewind.
De rust in het landelijke zuidelijke gebied van Sint-Michiels werd in 1846 ruw verstoord door de aanleg van de spoorlijn Brugge – Kortrijk die, komende vanuit Loppem, langs de dorpskom van Sint-Michiels bij de Boeveriepoort Brugge binnenging (de huidige Koning Albert I laan). De hofstede was toen in handen gekomen van Patrice’s kleinzoon Gustave. Een deel werd door de Belgische Staatsdomeinen onteigend voor de aanleg van de spoorlijn en de rest, inclusief de pachthoeve Drie Linden, werd in eerste instantie verkocht aan Ivo Van den Brande, koopman. In 1889 werd ze weer doorverkocht aan het echtpaar Gustaaf (Edouard) de Briey- Marie-Louise Kervyn de Lettenhove, eigenaars en bewoners van het naburige kasteeldomein ter Linden. Het echtpaar bouwde ter hoogte van de hofstede, maar dan aan de westzijde van de spoorlijn, een tweede kasteel, les Bouleaux, het huidige ter Dreve.
Marie-Louise Kervyn overleefde haar echtgenoot 14 jaar en na haar dood in 1932 werd kasteeldomein les Bouleaux en de pachthoeve Drie Linden toebedeeld aan de kinderen van haar dochter Jeanne, die op 33-jarige leeftijd vroegtijdig overleden was. Jeanne was getrouwd met Charles de Gargan. De kinderen Geneviève en Françoise de Gargan erfden het kasteel met park en Madeleine de Gargan erfde de pachthoeve Drie Linden. De hoeve was ondertussen meerdere keren verbouwd. Meer tijd en middelen zijn nodig om uit te zoeken wie de pachters waren.
De zusters de Gargan verkochten het kasteel met park enkele jaren later aan de Zusters van de Kindsheid van Maria Ter Spermalie maar de Drie Linden bleef nog in het bezit van Madeleine de Gargan tot 1958.
De hoeve werd toen gepacht en bewoond door de familie De Keyser. Vader Richard, getrouwd met Maria Deketelaere, was een bekende persoonlijkheid op de gemeente. Het echtpaar had drie kinderen: de oudste Cyriel werd priester en hoogleraar aan de KUL, dochter Anna trouwde met Gabriël Alloo, de latere directeur van de gemeenteschool en de jongste zoon Camille bleef op de boerderij zijn vader helpen.
Camille de Keyser trouwde in 1956 met Andrea Standaert. Het jonge echtpaar ging eigenaar Madeleine de Gargan en haar echtgenoot Guy Charpentier opzoeken in Parijs. Ze stemden in met de verkoop. De deal werd in 1958 gesloten. Vader Richard had toen al de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en ging met zijn vrouw op zijn lauweren rusten bij hun zoon Cyriel in Leuven.
Het jonge paar (Camille was 30 en Andrea 24) werd baas in eigen huis. In de loop der jaren veranderde de samenleving echter drastisch. Kleine gemengde boerenbedrijven als de Drie Linden konden de vereiste grote investeringen niet meer opbrengen en velen zagen geen toekomst meer voor hun bedrijf. De familie De Keyser ging echter door. De ambitieuze burgemeester Van Maele, die grote verkavelingsplannen had voor de boerderij site, werd de deur gewezen. Het echtpaar bewoonde de hofstede nog tot 2001, toen Camille overleed. De enige zoon Robert was geëmigreerd naar de Verenigde Staten en de weduwe Andrea trok zich terug in een nieuwgebouwde bungalow naast het erf. De Drie Linden werd in 2002 verkocht aan een particuliere eigenaar, waarvan de naam om privacy-redenen niet genoemd mag worden.
Dankzij de familie De Keyser is de 400-jarige boerderij een van de weinige op de gemeente Sint-Michiels die uit de handen is gebleven van de verkavelaars en projectontwikkelaars. Sinds 2012 is de hofstede officieel geklasseerd als monument, wat de eigenaar verplicht zorg te dragen voor het onderhoud en de instandhouding van de gebouwen.



