FORT ZEVENBERGEN
Situering
Fort Zevenbergen is een straat in het westen van de Brugse deelgemeente Sint-Michiels, in de wijk die bekendstaat als het Zevenbergenkwartier.
De geasfalteerde straat is ongeveer 500 meter lang en loopt parallel aan de Diksmuidse Heirweg. Aan beide uiteinden sluit ze via een korte, haakse verbinding aan op de Keurvorst Karel Theodoorstraat, die eveneens parallel aan de Diksmuidse Heirweg loopt (zie kaart).
De eerste 350 meter van de straat werden halverwege de jaren 1950 aangelegd op het grondgebied van de deelgemeente Sint-Andries. Dit gedeelte wordt in dit artikel niet verder behandeld (zie kaart). Begin jaren 1960 werd de straat op het grondgebied van Sint-Michiels met ongeveer 150 meter verlengd. Dit deel van de straat sluit via een korte eenrichtingsverbinding aan op de Torhoutse Steenweg.
Het verlengde deel van de straat telt een tiental klassieke, vrijstaande eengezinswoningen met een kaveloppervlakte variërend tussen de 500 en 600 m2, met ruimte voor een kleine voor- en achtertuin.
De naam verwijst naar een oud versterkt fort dat zich in de omgeving van de Diksmuidse Heirweg bevond en tegen het einde van de Spaanse tijd, tussen 1580 en 1590, zou zijn gebouwd. Waarschijnlijk kreeg het fort de naam Zevenbergen in de Oostenrijkse tijd. Voor de naamgeving van het fort en kasteeldomein Zevenbergen wordt verwezen naar de bijgevoegde nota.
Restanten van het fort zijn nog terug te vinden in het Galgebosje aan het einde van de straat. Het is een bijzondere historische plek waarvan de naam verwijst naar de middeleeuwse galg van de stad, die vanaf de dertiende eeuw tot 1795 werd gebruikt. In het bosje zijn ook nog restanten gevonden van een leprozenkolonie, de zogenaamde akkerzieken, die buiten de stad moesten wonen. In het bos staan oude hakhoutstoven van haagbeuk, waarvan sommige honderden jaren oud zijn. Meer over het historisch belang van de site is te vinden in een artikel gepubliceerd in Tijd-Schrift jaargang 4 nr 12 , 2014.
Het bosje maakte deel uit van het kasteeldomein Zevenbergen van de familie Coppieters dat in de Franse tijd in handen kwam van het bestuur der Burgerlijke Godshuizen. die het een eeuw later terugschonk aan burgemeester Paul Coppieters van Sint-Andries, eigenaar van kasteel Zevenbergen en bijhorende bos aan de overkant van de Diksmuidse Heirweg. Het bleef in bezit van de familie Coppieters tot het in 1977 werd aangekocht door de Stad Brugge. In 2010 werd het beschermd vanwege de combinatie van zijn historische, archeologische en natuurlijke waarde.
Het bosje bleef nog eigendom van de familie Coppieters tot het in 1977 verkocht werd aan de Stad Brugge, die het nu, onder de naam ‘Galgenbergbosje’ beheert. Het werd bij ministerieel beschermingsbesluit van 14 juli 2010 erkent als een markante hakhoutbegroeiing met zeer oude bomen (tot 300 jaar) en als een “zeldzaam relict van een fortificatie aansluitend bij een middeleeuwse terechtstellingsplaats van de Stad”.
Historiek
Ten zuiden van Brugge bevindt zich een groene gordel die vandaag bekendstaat als de Kasteelbossen. De bossen ontstonden rond kastelen en landgoederen die aangelegd werden door adellijke families of gegoede burgers voor houtproductie, jacht en landschappelijke inrichting.
Dwars door het bosrijke gebied liep (en loopt nog steeds) de Diksmuidse Heirwerg, een eeuwenoude verbindingsweg waarvan de oorsprong teruggaat tot de Romeinse tijd. De weg vormde een belangrijke verbinding tussen Kassel in Noord-Frankrijk en Brugge, via Poperinge, Woumen en Aartrijke. In Brugge sloot hij aan op andere oude wegen richting de kust en Aardenburg. Vanaf de 18e eeuw verloor de oude heirweg zijn belang door de aanleg van bredere en beter berijdbare steenwegen, zoals de Gistelse en Torhoutse Steenweg.
Het was langs deze oude weg dat Albert Coppieters (1741–1832) in 1772 een kasteel liet bouwen dat hij de naam Mon Plaisir gaf. Rond het kasteel ontstond geleidelijk een uitgestrekt landgoed van ongeveer 40 ha, met tuinen, dreven en landbouwgronden.
Albert Coppieters behoorde tot een van oorsprong Kortrijkse familie, die in de loop van de 18e eeuw uitgroeide tot een invloedrijke burgerlijke familie die actief was in handel, rechtspraak en bestuur van stad en gewest. Hij studeerde rechten in Leuven en werd burgemeester van het Brugse Vrije tijdens de woelige overgang van de Oostenrijkse naar de Franse periode.
Toen de Fransen in 1794 Brugge definitief in handen kregen, vluchtte Albert Coppieters naar Antwerpen. Zijn eigendommen werden geplunderd en ook kasteel Mon Plaisir bleef niet gespaard. Het domein bleef bijna een eeuw lang in handen van de Burgerlijke Godshuizen (de latere OCMW) van de stad Brugge tot het in 1885, in totaal verloederde staat, weer in handen kwam van de familie Coppieters. Hoe de eigendomsoverdracht precies tot stand kwam, moet nog uitgezocht worden. In tussentijd verbleef de familie op het Vijverkasteel in Loppem.
De terugkeer van het domein naar de familie luidde een nieuw hoofdstuk in. Paul Coppieters (1862-1938), een kleinzoon van Albert, liet het vervallen kasteel slopen en bouwde er, na zijn huwelijk met Marie-Aimee de Madre de Mauville (1864-1947), een nieuw kasteel dat de naam Zevenbergen kreeg. Voor de naamgeving wordt verwezen naar de bijgevoegde nota.
Het nieuwe kasteel Zevenbergen lag verscholen in het groen en was bereikbaar via een 800 m lange dreef die vanaf de Gistelse Steenweg in Sint-Andries naar het domein liep. De dreef kreeg later de naam Schoolstraat. Paul Coppieters had destijds het plan om de kasteeldreef door te trekken naar de Torhoutse Steenweg, maar die plannen werden nooit uitgevoerd.
De zoon van Paul, Fernand Coppieters (1894-1961) werd de laatste bewoner en beheerder van kasteeldomein Zevenbergen. Hij was net als zijn vader politiek actief in Sint-Andries als gemeenteraadslid, schepen van openbare werken en, van april 1952 tot 1958, burgemeester van Sint-Andries. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1958 verloor zijn partij Gemeentebelangen de meerderheid, waarna hij nog 2 jaar zetelde in de gemeenteraad tot aan zijn dood in 1961. Na de dood van haar echtgenoot, verliet de weduwe Antonia de Moreau (zijn derde vrouw) het kasteel en trok zich terug op een appartement in het nabijgelegen Sint-Baafs. Intussen had de familie Coppieters al plannen aangekondigd om het kasteel te verkopen en het grotendeels beboste domein te verkavelen en te verkopen.
In deze bijdrage wordt alleen het verkoop- en verkavelingsproces besproken dat tot het grondgebied Sint-Michiels behoort. Het betreft een bebost areaal van ongeveer 10 ha tussen de Diksmuidse Heirweg en de Torhoutse Steenweg.
De gemeente Sint-Michiels was al jaren vragende partij om een rechtstreekse verbinding tussen de dorpskernen van Sint-Michiels en Sint-Andries te realiseren, maar had daarvoor de medewerking van kasteelheer Coppieters en de gemeente Sint-Andries nodig. Het ontbrekende stuk tussen de Schoolstraat op Sint-Andries en de Koningin Astridlaan op Sint-Michiels, ongeveer 600 meter, liep dwars door het kasteeldomein Zevenbergen en lag ook voor 60% op grondgebied Sint-Andries. Medewerking van de familie Coppieters en de gemeente Sint-Andries was dus onontbeerlijk. Dat was geen groot probleem, eigenaar Fernand Coppieters was immers ook burgemeester van Sint-Andries.
In onderling overleg werden in de loop van 1958 de plannen voor de weg door de technische diensten van beide gemeenten uitgewerkt. Voor het Sint-Michielse deel, tussen de Diksmuidse Heirwerg en de Torhoutse Steenweg, namen vier aannemers deel aan de aanbesteding die in oktober 1958 werd uitgeschreven. De opdracht werd voor een bedrag van BF 1 miljoen toegewezen aan aannemer Dewaele uit Eernegem en opgeleverd in de loop van 1959. De parallelle aanbesteding voor het Sint-Andriesdeel, tussen de Doornstraat en de Diksmuidse Heirweg, werd toegewezen aan aannemer Decock.
Met de aanleg van Koning Leopold III-laan begon een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van het Zevenbergenkwartier. De hiernavolgende historiek van het verkoop- en verkavelingsproces van het kasteeldomein is beperkt tot het deel dat tot het grondgebied Sint-Michiels behoort.
Waar het gebied voordien nog sterk verbonden was met het kasteel en zijn uitgestrekte gronden, bracht de nieuwe laan een eerste duidelijke breuk met het verleden. De veranderingen voltrokken zich niet alleen op het terrein. Ook binnen de familie die het domein generaties lang had beheerd, brak een nieuwe periode aan. Ongeveer drie jaar nadat het verkavelingsproces was begonnen, overleed kasteelheer Fernand Coppieters en kwamen kasteel en gronden in handen van zijn drie kinderen Regine, Solange en Antoine Coppieters.
De gronden ten noorden van de Koning Leopold III-laan werden toebedeeld aan zijn dochter Solange en zoon Antoine Coppieters. Het proces nam enige tijd in beslag. De definitieve versie van verkavelingsplan VK 6220 werd op 25 september 1962 door het schepencollege van Sint-Michiels goedgekeurd. Het voorzag in de aanleg van een nieuwe straat, de Kapelweg en de verlenging van de eerder op grondgebied Sint-Andries aangelegde Fort Zevenbergen en Keurvorst Karel Theodoorstraat.
De verkoop van de 10 bouwkavels langs de verlengde Fort Zevenbergen was ondertussen al in de loop van 1962 gestart. De oppervlakte van de bouwkavels varieert tussen de 500 en 600 m2, met ruimte voor een vrijstaande eengezinswoning en een bescheiden voor- en achtertuin. De eerste twee woningen dateren van 1964, de rest volgde in de periode 1964-1970.





