HUIB HOSTE (1881-1957)

Huib Hoste was een Belgisch architect, ontwerper en stedebouwkundige en een pionier van de moderne architectuur in België. Met zijn vernieuwende realisaties en talrijke geschriften voerde hij een verbeten strijd voor een progressieve architecturale cultuur.
Geboren in Brugge, als derde kind van vier van Léon Hoste (1837-1889) en Adeline Cathérine Vanden Steene, groeide Hoste op in een traditioneel Franstalige en streng katholieke omgeving. Hij volgde onderwijs aan het Sint-Lodewijkcollege en de Kunstacademie in Brugge, waar zijn interesse in kunst en architectuur werd gewekt. In 1908 trouwde hij met Marguerite Van Biervliet (1878 – 1959), met wie hij acht kinderen kreeg.
Hoste studeerde architectuur in Gent en liep stage bij de architecten Charles De Wulf (1862-1904) en Louis Cloquet. Zijn eerste gekende bouwproject was een kunstige renovatie van een huis in de Spiegelstraat in Brugge (1906). Op dertigjarige leeftijd bouwde hij twee huizen in de Canadastraat te Sint-Michiels, landhuis Lindenhof (nr 5) dat hijzelf en zijn gezin bewoonde en de woning ernaast (nr 3) die hij ontwierp voor zijn vriend en kunstschilder Joe Englisch.
Bij het uitbreken van WO I vluchtte Hoste, als sterk Vlaamsgezinde, met zijn gezin naar het neutrale Nederland waar hij werd hij beïnvloed door het werk van Hendrik Berlage. Hij werkte er van 1914 tot 1916 als rijkstekenaar in Leiden en kreeg een architectuurrubriek in de krant de Telegraaf. Tijdens zijn verblijf in Nederland maakte hij o.a. het ontwerp van het Belgenmonument in Amersfoort – een geschenk van België aan Nederland – als dank voor de opvang van de geïnterneerde militairen en hun gezinnen tijdens de oorlog.
Een van zijn eerste ontwerpen, die hij maakte na teruggekeerd te zijn in België, was de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Zonnebeke. In 1919 werd hij aangesteld als architect voor de heropbouw van de door oorlog geteisterde gemeenten Geluveld, Geluwe en Zonnebeke. Hij ontwierp daar onder andere nog de gemeenteschool (1920) en een huizenblok in de Roeselarestraat (1922).
De interesse van Huib Hoste voor de industrialisatie van de bouw en sociale woningbouw leidden hem naar snelle en goedkope bouwmethoden. Hij pleitte voor bouwen zonder bakstenen en experimenteerde met nieuwe materialen, als assebeton, wat hem soms in moeilijkheden bracht. Zijn eerste echt moderne bouwwerk, het huis De Beir in Knokke-Heist (Dumortierlaan nr. 8) gebouwd in 1924-1925), moet gezien worden als een experiment met in de visie van Hoste een beperkte levensduur.
Vanaf de late jaren 1920 richtte Hoste zich, zoals de meeste modernisten, op de bouw van scholen en particuliere woningen voor progressieve opdrachtgevers. Bekende projecten in Sint-Michiels waren de gemeenteschool (1926) en het landhuis de Wolvenhoek in de (later genoemde) Alfons De Baeckestraat (1929). Voor meerdere huizen ontwierp Hoste tevens het interieur en het meubilair. Voor de productie van zijn bijzonder geraffineerde buisstalen meubelen richtte hij de firma Hoste-meubelen op.
In 1928 werd hij door H. van de Velde gevraagd om de architectuurafdeling van het pas opgerichte Cambre-instituut te leiden. Een tragisch bouwongeval waarbij een man om het leven kwam, leidde echter tot zijn ontslag enkele maanden later.
Hoste’s werk in de jaren 1930 combineerde een centrifugale plattegrond met een ruimtelijke organisatie rond een centraal trappenhuis. Deze aanpak is te zien in woningen in Zele (1931), op de Tervurenlaan in Sint-Pieters-Woluwe (1933 en 1935) en in Roeselare (1934).
Vanaf het einde van de jaren twintig toonde Hoste een groeiende interesse in stedenbouw. In 1928 sloot hij zich aan bij de Congrès Internationaux d’Architecture Moderne (CIAM), een organisatie die functionele architectuur en stedenbouwkunde bevorderde. Als hoofdredacteur van Opbouwen nam hij deel aan de levendige discussie voor de ontwikkeling van Linkeroever van Antwerpen en werkte in 1933 samen met Le Corbusier aan de plannen hiervoor. Later volgden een stedelijk saneringsplan voor de Rechteroever van Antwerpen en een wedstrijdontwerp voor de stationsomgeving van Brugge.
In de jaren 1950 woonde en werkte Hoste in Hove waar hij uiteindelijk stierf in 1957. In zijn laatste levensjaren realiseerde hij nog enkele opvallende projecten zoals het Kerkhof van Lot in Vlaams Brabant (1951) waar hij het glooiend terrein structuur gaf door een strakke organisatie van paden, trappen en grafplaatsen.
Met zijn innovatieve werk en vooruitstrevende ideeën liet Huib Hoste een blijvende stempel achter op de Belgische architectuur en stedenbouw.
Voor informatie over Huib Hoste zijn verschillende historische bronnen beschikbaar. De belangrijkste is het boek “Huib Hoste 1881-1957 van Liesbeth De Winter, Tom Avermaete en Marcel Smets. Focus Architectuurarchieven. 2005.