KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

WOONZORGCENTRUM (WZC) TEN BOOMGAARDE

Situering


Anno 2024 is het woonzorgcentrum (WZC) Ten Boomgaarde een van zeven woonzorgcentra in de Brugse agglomeratie die onder het beheer staan van de Vereniging Mintus, voorheen OCMW van de stad Brugge.

Al wie 65 jaar of ouder is, kan terecht in het woonzorgcentrum. In de praktijk is het centrum in de eerste plaats bedoeld voor wie andere zorgformules, zoals mantel- en thuiszorg, geen oplossing meer bieden en permanente verzorging en hulp of toezicht bij het wonen nodig heeft. Het huidige WZC opende de deuren in oktober 2017. In een eigentijdse architectuur biedt het een thuis voor 112 bewoners (108 eenpersoonskamers en vier kortverblijfkamers). Het centrum ontleent zijn naam aan de gelijknamige woonwijk en straat Ten Boomgaarde waar het gelegen is. De geschiedenis van de wijk en straat wordt besproken in een aparte bijdrage.

Historiek

Het WZC Ten Boomgaarde werd gebouwd in de bedding van de Kerkebeek. Het bovenstroomse gedeelte van het stroomgebied van de beek is gelegen ten zuidwesten van Brugge, op de hoger gelegen heuvels van de gemeenten Aartrijke, Veldegem, Zedelgem en een stukje Torhout. Het water stroomt van de hellingen en via een wijdvertakt netwerk van kleine grachtjes naar grotere beken. In Loppem zijn de meeste beken samengevloeid tot een grote waterloop, de Kerkebeek, die vervolgens Sint-Michiels doorkruist. Komende vanuit Loppem kruist de beek de Rijselstraat ter hoogte van de Kortebrugge en loopt vervolgens min of meer parallel met de Rijselstraat om via sifonering onder de spoorwegberm (ter hoogte van het station van Brugge) af te wateren in de benedenloop van het Zuidervaartje.

Gelegen op het laagste punt van het stroomgebied, boden de uiterwaarden van de beek in het zuiden van Sint-Michiels de ruimte om tijdelijke piekaanvoeren aan te kunnen in perioden van grote waterafvoer, voornamelijk in de winterperiode. De jaarlijkse wateroverlast was weliswaar redelijk beperkt maar toch een doorn in het oog van het ambitieuze gemeentebestuur van Sint-Michiels. De verkavelingswoede was na WO II ook in Sint-Michiels uitgebroken en ten stadhuize werd begin zestiger jaren een plan uitgewerkt voor de sanering van de waterzieke gronden. Naast verbetering van het onderhoud en een aantal kleinere werken, waren de belangrijkste onderdelen van het plan het rechttrekken en inkokeren van de beek over een afstand van ongeveer twee kilometer tussen de Sint-Michielslaan en het station van Brugge en de bouw van een nieuw pompstation bij het Zuidervaartje.

In de hoop en verwachting dat de nationale overheid haar belofte voor de geplande werken zou nakomen, werden urbanisatiedeskundigen aan het werk gezet en grondeigenaren benaderd om hun grond in de uiterwaarden van de beek te verkavelen en te verkopen. De verkavelingsplannen werden in 1961 in de Sint-Michielse gemeenteraad goedgekeurd. De nieuwe woonwijk zou de naam Ten Boomgaarde krijgen. Voor de historiek van het gebied wordt verwezen naar het betreffende stratendossier Ten Boomgaarde.

Het noordelijke deel van de verkaveling werd in de periode 1960-61 aangekocht door de gemeente Sint-Michiels. Nadat plannen van de gemeente om er een sportcomplex te bouwen van tafel waren, kreeg het grootste deel een woningbouwbestemming en werd doorverkocht aan particuliere eigenaren. Een deel, ongeveer 1 ha groot, bleef voorbehouden voor een eventueel later te bouwen ouderenvoorziening. Dit deel (een drietal percelen) was al sinds begin 19e eeuw in het bezit van de familie Kervyn de Lettenhove, eigenaars en bewoners van kasteel Vogelzang aan de Torhoutse Steenweg. Hoe deze drie percelen aan de Kerkebeek in het bezit zijn gekomen van de familie Kervyn is een raadsel dat nog moet opgelost worden.

Via vererving aan vrouwelijke zijde was de eigendomstitel eind jaren vijftig overgegaan op barones Geneviève de Gargan en haar echtgenoot Robert van Zeller d’Oosthove. De gemeente benaderde de in Parijs woonachtige familie van Zeller die maar al te graag af wilde van de drassige en zompige weilanden. Het proces van milieubewustzijn was in die tijd nog niet op gang gekomen en de gemeente verleende, als eigenaar, vergunning voor het ophogen en volstorten van het terrein met bouwafval, een praktijk die toen vaker voorkwam. De rapporteur (Intergemeentelijke dienst archeologie Brugge en Ommeland) van een later uitgevoerd archeologisch proefonderzoek meldde dat bij het graven van proefsleuven het puinpakket al op nauwelijks 20-30 cm diepte werd aangetroffen. De schatting is dat de puinlaag tussen de twee en drie meter dik is.

Ondertussen schoot het plan voor de bouw van het ouderenzorgcentrum niet op. De gemeentelijke OCMW had geen financiële middelen en een belangrijk onderdeel van het plan, het rechttrekken en inkokeren van de Kerkebeek, liep grote vertraging op. Pas in mei 1969 werd een contract met aannemer Christian Dhont uit Brugge getekend en in 1970 werden de werken voltooid. Het oude en nieuwe tracé van de beek is aangegeven op mutatieschets 1970-36 van het kadaster, die samen met een paar foto’s van de inkokering in bijlage is toegevoegd. Bovenop de ingekokerde beek werd later een fiets- en wandelpad aangelegd dat op 24 september 1983 officieel werd ingehuldigd door burgemeester Frank Van Acker (onder de vrolijke noot van de Harmonie Sint-Cecilia van Steenbrugge).

In januari 1971 ging de eigendomstitel van de gemeente Sint-Michiels vanwege de fusie over op de stad Brugge. Vijf jaar later kregen de plannen voor de bouw van het zorgcentrum eindelijk vorm. Op 9 januari 1976 kocht de toenmalige Brugse Commissie van Openbare Onderstand (COO) de kavel van ongeveer 1 ha van de stad Brugge en verleende architect Wilfried van Oyen de opdracht voor het ontwerp van het woonzorgcentrum. Het kreeg de naam “Ten Boomgaarde” verwijzend naar de aanpalende verkaveling ten Boomgaarde die toen al gerealiseerd was. Kort daarna (om precies te zijn op 8 juli 1976) werden de Commissies van Openbare Onderstand (COO) vervangen door Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW). Als instelling met eigen rechtspersoonlijkheid en een eigen bestuur, kreeg het OCMW Brugge de opdracht het sociale en maatschappelijk welzijn van de lokale bevolking in de brede zin van het woord voort te zetten.

WZC ten Boomgaarde I (1982-2012)

Het ontwerp van architect Van Oyen werd in mei 1977 door het OCMW-bestuur goedgekeurd en de bouwvergunning werd in maart 1978 verleend. Het ontwerp voorzag in de bouw van 71 eenpersoonkamers, 10 tweepersoonskamers en 4 driepersoonskamers, goed voor een totaal van 103 bedden.

De aanbesteding verliep vlot. Lot 1 (ruwbouw) werd na openbare aanbesteding in september 1978 gegund aan pvba Vandewalle voor een bedrag van 50 miljoen BEF (afgerond). Op 31 oktober 1978 verleende het Ministerie van Volksgezondheid de officiële goedkeuring en kende een investeringssubsidie van 60% toe. In november en december 1978 volgden de aanbestedingen voor sanitair, liften, verwarming en elektriciteit. Geheel volgens het protocol, kreeg de aannemer op 18 december 1978 bevel tot aanvang van de werken.

Begin jaren zeventig werd nog niet gesproken van woonzorgcentra, maar van bejaarden- of ouderrusthuizen. Destijds beheerde het OCMW nog vier rusthuizen in de Brugse agglomeratie: ter Potterie, Sint-Clara, Fabiola en Zeven Torentjes. Later in de jaren zeventig kwamen daar de Gulden Kamer en Huize Minnewater nog bij.

In Sint-Michiels verliepen de bouwwerkzaamheden voorspoedig. Aannemer Vandewalle leverde de ruwbouw in de loop van 1980 op. De aanbestedingen van keuken, schilderwerken, meubilering en weg/tuinaanleg volgden in 1981. Tegen eind 1981 was het zorgcentrum volledig ingericht en op 12 juli 1982 werden de eerste bewoners verwelkomd.

De opening van het zorgcentrum kwam geen dag te vroeg. Het rusthuis Sint-Jozef, een christelijk geïnspireerde instelling, was destijds de enige oudedagsvoorziening in Sint-Michiels met een overigens beperkte opvangcapaciteit van een vijftigtal bedden, uitsluitend voor valide bejaarden.

Serviceflats

Vanaf de jaren tachtig groeide de ouderenbevolking snel, wat leidde tot een toenemende druk op de ziekenhuisbedden door zwaar zorgbehoevende ouderen. Ook de werkdruk op de mantelzorgers en thuisverpleging nam toe en er kwam meer en meer behoefte aan aangepaste professionele zorg. Ouderenzorg viel destijds nog onder de federale bevoegdheid, maar het in 1983 opgerichte Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap nam ook een aantal sociale beschermingsmaatregelen die het probleem van de ouderenzorg in Vlaanderen moesten verlichten. Een pakket van tegemoetkomingen en financieringssystemen werd in de loop der jaren ontwikkeld dat het nodige soelaas moest brengen. Er kwamen financiële tegemoetkomingen voor mantelzorgers en terugbetalingen en voordelen voor langer thuis wonen. Er werden hogere kwaliteitseisen aan de woonzorgcentra gesteld en een toenemend aantal centra kon beroep doen op een extra toelage van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) voor de werving van verpleegkundigen en verpleegkundige zorg in het algemeen.

Voor ouderen die nog zelfstandig konden wonen, maar met een zorgproblematiek, werd gezocht naar aangepaste woonvormen. Zowel in de private als de publieke sector kwam er belangstelling voor de bouw van aanleunwoningen of flats (ook bekend als serviceflats) in de nabijheid van verzorgingstehuizen.

In de publieke sector richtte de Vlaamse regering in 1995 Serviceflats Invest NV op, een openbare bevak (beleggingsvennootschap met vast kapitaal) die belast werd met de bouw en financiering van serviceflats voor OCMW’s en sociale vzw’s. De samenwerking met de OCMW’s werd vastgelegd in een onroerende leasingsovereenkomst, waarbij het OCMW als grondeigenaar het recht van opstal verleent aan de NV en, na oplevering, een erfpachtovereenkomst van 30 jaar afsluit, waarbij het de volledige exploitatie van het gebouw op zich neemt tegen een maandelijkse vergoeding. Deze vergoeding, ook wel canon genoemd, dekt de rente op het door de NV geïnvesteerde kapitaal. Na afloop van de 30-jarige periode is het OCMW een eindopstalvergoeding aan de NV verschuldigd om eigenaar te worden van de flats.

Het OCMW Brugge maakte gebruik van deze financieringsconstructie voor de bouw van een serviceflatcomplex dat aanleunt bij het bestaande WZC Ten Boomgaarde.

Het nieuwe serviceflat (SF)-complex werd in de loop van 2012 in gebruik genomen. Anno 2025 is het complex met 38 flats (19 met 1 slaapkamer en 19 met 2 slaapkamers) het grootste van de 4 SF complexen onder het beheer van het OCMW Brugge, dat inmiddels Mintus heet. De flats hebben een autonoom of zelfstandig statuut, maar de bewoners staan via een oproepsysteem in contact met een permanentiedienst van het aanpalende WZC. Ze kunnen daarbij een beroep doen op bvb de thuisverpleging, bejaardenhulp, poetshulp, maaltijdbedeling en sociale hulpverlening van het OCMW.

In 2022 is begonnen met de bouw van een tweede SF-complex in de onmiddellijke nabijheid met niet minder dan 113 erkende assistentiewoningen. Hiervoor verdwenen een verpakkingsbedrijf met bedrijfswoning en twee vrijstaande ééngezinswoningen in de aanpalende Ten Boomgaarde-verkaveling. De serviceresidentie Het Reihof maakt geen deel uit van het Mintus WZC-complex maar is een privaat project van de Franse onderneming Domitys, gespecialiseerd in het ontwikkelen en beheren van seniorenresidenties. Het nieuwe project bestaat uit drie bouwblokken die met elkaar verbonden zijn door passerelles, en is in de loop van 2024 in gebruik genomen.

WZC Ten Boomgaarde II (2017- )

Na oplevering van de 38 serviceflats in 2012 werd gestart met de grondige totaalrenovatie van het oude woonzorgcentrum. Het 30 jaar oude gebouw vertoonde nogal wat technische kwalen en de huisvestigsomstandigheden voldeden niet meer aan de eisen van de moderne tijd. De bewoners werden tijdelijk in andere WZC’s van het OCMW ondergebracht, waarna het gebouw in de loop van 2013 werd gesloten en tot op het betonskelet na volledig gestript. De renovatie duurde ruim vier jaar.

Hoewel het OCMW weinig details vrijgaf over de problemen tijdens de renovatie, is bekend dat er ernstige technische complicaties waren. Uit onderzoek bleek dat de betonnen skeletstructuur ernstige gebreken vertoonde, wat leidde tot aanzienlijke vertraging en hogere kosten voor de nieuwbouw. De totale kosten liepen op tot € 26,5 miljoen. Het ontwerp van het gerenoveerde gebouw werd verzorgd door het architectenbureau Pluspunt uit Waregem, maar het OCMW blijft terughoudend in het verstrekken van verdere informatie over het bouwdossier. Eens te meer werd duidelijk dat bouwen in een eeuwenoude rivier- of beekbedding risico’s met zich meebrengt die niet onoverkomelijk zijn, maar wel speciale aandacht vereisen.

Het nieuwe WZC opende de deuren in oktober 2017. Het eigentijdse ontwerp biedt plaats aan 112 bewoners (108 eenpersoonskamers en 4 korte verblijfkamers).

Lokaal Dienstencentrum (LDC)

Sinds de heropening herbergt het nieuwe WZC een Lokaal Dienstencentrum (LDC). Het LDC Ten Boomgaarde maakt deel uit van een netwerk van twaalf LCD’s die onder het beheer van het OCMW Brugge staan. De dienstencentra bestaan al sinds 1973 en bieden een breed scala aan informatie, recreatieve en vormende activiteiten en diensten, gericht op mensen in een beginnende zorgsituatie. Het doel is om de zelfredzaamheid en het sociale netwerk van de deelnemers te versterken. Anno 2024 waren er in het LDC Ten Boomgaarde ruim 2.000 inschrijvingen voor deelname aan allerlei activiteiten en een 200-tal ouderen die gebruikmaakten van de dienstverlening,

Pages ( 1 of 3 ): 1 23Next »
Zoeken