KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

KASTEEL LA RENAISSANCE

Situering

Het kasteel la Renaissance is gelegen in de Sint-Willebrordwijk van deelgemeente Sint-Michiels, aan de Barrièrestraat. Opvallend is dat, in tegenstelling tot de meeste kastelen, het kasteel niet midden in het kasteelpark gelegen is, maar aan de rand van de straat.

Het is een relatief bescheiden kasteel met neoclassicistische inslag, met nog afleesbaar in de natuurstenen vensteromlijstingen, de kroonlijst en de dakvensters. De baksteenconstructie heeft een leien schilddak met opvallende vorstkam. In het park, van ongeveer 0,5 ha, staat nog het omgebouwde koetsgebouw met typische rondboogritmering en een kantoorgebouw dat later is bijgebouwd.

Anno 2025 is het kasteel en resterende parkgedeelte eigendom van de stad Brugge. Na verbouwing is het kasteel ingericht als dienstencentrum van Mintus, de Zorgvereniging van de stad Brugge,

.

Historiek

Het vermoeden is dat de geschiedenis van kasteel la Renaissance teruggaat tot begin 19e eeuw, afgaande op de Ferrariskaart van 1777-1778 waarop nog geen bebouwing te zien is in het landelijke gebied ten zuiden van de Boeveriepoort. De gronden in het gebied werden in de Franse tijd onteigend en onder het bestuur gebracht van de stad Brugge (de Burgerlijke Godshuizen).

Op de Franse kadasterkaart van 1802 is het grondplan van een nederzetting te zien langs een landweg die een honderdtal meter ten zuiden van de stadspoort (Boeveriepoort) vanuit de Rijselse Heirweg richting Torhoutse Steenweg doorloopt. Op de kaart is te zien dat de toegang tot de nederzetting niet langs de landweg was, maar via een lange dreef vanuit de Rijselse Heirweg.

Nader onderzoek is nodig om na te gaan wat daarna precies is gebeurd, maar zeker is dat bij het opmaken van het eerste kadasterregister van 1835, de nederzetting geregistreerd stond op naam van Pieter Devrieze. Wie hij was, moet ook nog uitgezocht worden, maar het moet een vooraanstaande persoonlijkheid zijn geweest.

De nederzetting c.q. hofstede was toen ongeveer 4,5 ha groot en strekte zich uit over een lengte van 550 meter en gemiddeld 80 meter diep, langs de landweg die toen de naam Oude Galgeweg droeg en later de Barrièrestraat zou worden. Het was de weg die vanuit de stad Brugge leidde naar het galgeveld verderop. Op de bijgevoegde kadasterkaart is te zien dat de weg over de hele lengte verder onbewoond was.

In 1842 werd de nederzetting verkocht aan Eduard de Knuyt de Vosnaer, een grootgrondbezitter en, van 1843 tot 1861, burgemeester van Koolkerke. Hij was gehuwd met Adelaide de Vrière, met wie hij twee kinderen had. Eduard overleed in 1864. De grafkapel van de familie is nog steeds te zien op het kerkhof rond de Sint-Niklaaskerk van Koolkerke.


Alles bleef nog in handen van de familie de Knuyt tot zoon Hector de Knuyt (1835-1913) de nederzetting in 1882 verkocht aan het echtpaar Eduard de Jonghe-Roose. dat in de tuin van het landgoed een nieuw woonhuis liet bouwen dat later uitgebouwd zou worden tot een kasteel. De gedenksteen van de eerste steenlegging (zie foto in bijlage) is ingemetseld in de sokkel van een standbeeld in de tuin van Joseph le Fevere aan de Barrièrestraat. Sinds het overlijden van Joseph in 2014 is de villa niet meer bewoond en in verwaarloosde staat. Hopelijk wordt de gedenksteen bewaard.

Met de bouw van een nieuw woonhuis, was de nederzetting uitgegroeid tot een heus landgoed dat in 1894 werd verkocht aan het echtpaar Victor van de Walle-Alice van Maldeghem. Victor overleed al in 1896, waarna het domein werd beheerd door zijn weduwe Alice en hun toen 10-jarige dochter Marie-Joseph. Alice hertrouwde in 1903 met Eugène Copman (1839-1930), een bekende kunstkenner en conservator van het Brugs Stedelijk Museum voor Oude Kunst.; Het landgoed werd in deze periode herhaaldelijk verbouwd, maar het is onduidelijk wanneer het de naam la Renaissance kreeg.

Het echtpaar van de Walle-Copman stierf binnen een jaar (1929-1930) en het kasteeldomein kwam in handen van dochter Marie-Joseph die in 1910 huwde met Pierre le Fevere de ten Hove (1876-1953). Pierre was een telg uit de Gentse familie le Fevere die de erfelijke adellijke titel in 1752 had gekregen van keizerin Maria-Theresia en in 1885 de vergunning kreeg ten Hove aan de familienaam toe te voegen.

Het kasteel kreeg zijn huidige uitzicht in 1939, toen het onder het beheer van Pierre le Fevere opnieuw grondig werd verbouwd. Het echtpaar le Fevere de ten Hove-van de Walle stierf ook binnen een jaar (1953-1954) en het domein en andere eigendommen werden onder de zes kinderen van het echtpaar verdeeld. Dit leidde in de daaropvolgende jaren tot de verkaveling en verkoop van het hele kasteeldomein.

Het kasteel en een (klein) deel van het kasteelpark werd geërfd door de oudste dochter Marie-Jeanne le Fevere de ten Hove, die was ingetreden in het hoofdklooster van de zusters van Sint-Andreas (les Dames de Saint-André) in Ramegnies, in de buurt van Doornik. De Zusters van Sint-Andreas is een vrouwelijke apostolische gemeenschap waarvan de oorsprong teruggaat tot de 13e eeuw. Ze ontvingen hun eerste canonieke goedkeuring van paus Innocentius IV in 1249. In België werd de congregatie opgericht in Doornik door twee zussen die afstand deden van hun eigen bezit om een hospice te openen dat pelgrims en reizigers ontving. Vanaf de 17e eeuw begon het klooster onderdak en onderwijs te verlenen aan arme meisjes. Na de Franse Revolutie krabbelde de congregatie weer op en onder leiding van de bisschop van Doornik, ontwikkelde het klooster van Doornik zich tot een gereputeerd modelpensionaat voor meisjes dat opvolging vond op verschillende plaatsen in België en het buitenland.

Hoewel vaak wordt vermeld dat het kasteel in 1954 geschonken werd aan de congregatie van de zusters van Sint-Andreas, is dat onjuist. De congregatie is nooit eigenaar geweest. Het eigendom werd geregistreerd op de persoonlijke naam van zuster Marie-Jeanne, die het kasteel (na een drietal jaren leeggestaan te hebben) op haar naam ook weer verkocht. Mogelijk is de opbrengst van de verkoop terechtgekomen bij de congregatie, maar dat is speculeren.

De rest van het kasteelpark, dat zich uitstrekte van de Emiel Vandeveldestraat tot aan de Koning Albert I-laan, werd in de periode 1954-58 door de overige erven le Fevere verkaveld en verkocht. Zoon Jozef le Fevere bouwde o.a. in 1958 een villa voor zichzelf, een vijftigtal meter verderop (in de Barriëestraat). De rest van het prachtige park kreeg een woonbestemming, o.a. het huidige Ten Hove, een deel van de Canadastraat en twee flatgebouwen aan de Koning Albert I-laan. De verkaveling wordt meer in detail besproken in de betreffende straatdossiers.

Het kasteel, koetshuis en een klein stuk van het kasteelpark (ongeveer 4.800 m2), werd door zuster Marie-Jeanne in 1958 verkocht aan vzw la Maison Commune, een vastgoed-vzw van het Algemeen Belgisch Vakverbond (ABVV) en zijn Franstalige tegenhanger de Fédération Générale du Travail (FGTB) . De verkoop door de diep-katholieke familie le Fevere aan de socialistische beweging roept nogal wat vraagtekens op en vraagt om nader onderzoek.

In 1970 vond een interne consolidatie plaats van alle vastgoedactiviteiten van beide vakbonden, waarbij alle bezittingen van de socialistische beweging, inclusief kasteel la Renaissance, werden ingebracht in de vzw Floreal-Germinal. Tot de vastgoedportefeuille van de nieuwe vzw behoorden onder meer ook een aantal vakantieparken van de socialistische beweging, o.a. in Blankenberge. Het kasteel kreeg de toepasselijke naam Home Achiel Van Acker, genoemd naar de bekende Brugse socialistische voorman Achiel Van Acker. In 2004 werd in de tuin van het centrum een kantoorgebouw bijgebouwd naar een ontwerp van het Brugse architectenbureau Van de Calsyne-Coene & Partners.

Kasteel en park bleven 60 jaar in het bezit van de socialistische beweging, die het hoofdzakelijk gebruikte als vakantie-, vergader- en documentatiecentrum. De hoofdzetel van de beweging bleef gevestigd op de hoek van Steenstraat en de Zilverstraat in Brugge tot in de loop van 2015 alle diensten (coöperatieve vennootschap Werkerswelzijn, ABVV, Bond Moyson en sp.a West-Vlaanderen) verhuisden naar een nieuwe locatie aan de Pathoekeweg. Kasteel en bijgebouwen werden toen verkocht aan het OCMW Brugge, de maatschappelijke dienstverleningsinstantie van de stad Brugge.

Onder druk van commerciële spelers op de markt van de zorgverlening, besloten het stadsbestuur Brugge en het OCMW in 2017 de maatschappelijke zorgverleningstaken van beide organisaties te bundelen en onder te brengen in de Zorgvereniging Brugge, die de naam Mintus kreeg. Sindsdien vallen alle openbare woonzorgcentra, kortverblijf, nachtopvang voor senioren, dagverzorgingscentra, serviceflats, seniorenwoningen, dienstencentra, ontmoetingscentra en thuiszorgdiensten in de Brugse regio onder de verantwoordelijkheid van de nieuwe organisatie.

De administratie van de buurt- en dienstencentra van Mintus is sinds 2021 in het nieuwe kantoorgebouw naast het kasteel gevestigd. Het kasteel zelf en het omgebouwde koetshuis werden daarna ingericht als polyvalent dienstencentrum ter vervanging van het dienstencentrum Van Volden in de Boeveriestraat dat dan gesloten zal worden.

Pages ( 1 of 3 ): 1 23Next »
Zoeken