WOONZORGCENTRUM SINT-JOZEF
Situering
Het woonzorgcentrum Sint-Jozef is 1 van de 12 woon- en zorgcentra in de regio Brugge. Het is gelegen aan de Spoorwegstraat 250 op de site van het voormalige kasteeldomein Leisele. Het is een christelijk geÏnspireerde instelling voor zieken- en ouderenzorg.
Het woon- en zorgcentrum wordt beheerd door de vzw “Sint-Jozef woon- en zorgcentrum” die op 1 juli 1997 werd opgericht met als doel: het inrichten van zieken- en ouderenzorg in de breedste betekenis van het woord, met inbegrip van alle activiteiten die rechtstreeks of onrechtstreeks hiertoe kunnen bijdragen. Bij de verwezenlijking van dit doel houdt de vzw zich aan de principes van de christelijke levensbeschouwing.
Anno 2025 biedt het WZC plaats aan 190 bewoners en bestaat het uit vier entiteiten: een woon- en zorgcentrum, een centrum voor kortverblijf, een centrum voor dagverzorging en een seniorie.
Het woonzorgcentrum biedt de bewoners een aangepaste woonst, professionele zorg en activiteiten op maat aan. De kamers zijn verdeeld over 6 afdelingen: de afdelingen Padou, Braembosch, Abeele en Leyhouck richten zich op ouderen die fysieke zorgen nodig hebben. De afdelingen Biesestick en Caremberg zijn aangepast voor ouderen met dementie.
Het centrum voor dagverzorging Emmaüs heeft een thuiszorgondersteunende functie. Ouderen kunnen kiezen om één of meerdere dagen in de week een bezoek te brengen aan het centrum om aan allerhande activiteiten deel te nemen.
De seniorie t’ Wallant staat open voor valide, zelfredzame ouderen die de leeftijd van 60 jaar bereikt hebben. Het gebouw omvat 24 individuele assistentieappartementen, die zowel door koppels als door alleenstaanden bewoond kunnen worden. De seniorie is vernoemd naar de familie Coppieters ’t Wallant, de vorige eigenaar en bewoner van het kasteeldomein.
Historiek
Het WZC is gelegen op de voormalige locatie van kasteel “Leysele”, een van de oudste nederzettingen uit de fiscus Weinebrugge. De landhoeve werd al in de 13e eeuw vermeld als eigendom van de heren van Assebroek en kwam later in handen van tal van landheren. De geschiedenis van het kasteeldomein Leysele wordt in een aparte rubriek besproken. Na het overlijden van eigenares Hortensia Oppenheim in 1925 werd het domein in 6 loten verdeeld en verkocht.
Lot 1 bestaande uit het kasteel, omgevend park, boomgaard en twee kleine woonhuizen, werd gekocht door het echtpaar Coppieters ’t Wallant–Lenaerts dat het 13 jaar later weer doorverkocht aan de Congregatie van de Zusters van de H. Vicenzo ā Paolo uit Merkem.
De zusters namen in 1938 hun intrek in kasteel Leysele en knapten het op. De kamers werden aangepast voor bewoning door een twaalftal oude maar valide dames en heren op rust. De eerste bewoners arriveerden op 4 mei 1939.
Na WO II steeg de behoefte aan een menswaardige opvang en een thuisvervangende woonsituatie voor ouderen sterk. Ondanks diverse verbouwings- en aanpassingswerken voldeed het kasteel niet meer aan de eisen des tijds en in 1965 viel dan ook het besluit om een nieuwe vleugel aan te bouwen om beter wooncomfort te bieden aan een vijftigtal valide bejaarden.
De bouwwerken liepen echter vertraging op en de nieuwbouw kon pas in 1968 in gebruik genomen worden. Het oude kasteel werd ook volledig gerenoveerd, waardoor het zijn oorspronkelijke uitzicht grotendeels verloor. Het Rustoord Sint-Jozef was ondertussen een bekende naam geworden in Sint-Michiels, mede dankzij de naastgelegen basisschool.
In 1986 kreeg het Sint-Jozefrustoord voor het eerst de erkenning voor 25 rust- en verzorgingstehuisbedden (RVT-bedden) van de Vlaamse overheid. Aan de erkenning was (en is nog steeds) een financiële tegemoetkoming van de overheid verbonden voor de extra kosten die de opvang van zwaar zorgbehoevende ouderen met zich meebrengt. Naast aangepaste uitrusting zoals ziekenhuisbedden vereist de opvang hoger opgeleid verpleegkundig en extra ondersteunend personeel.
De erkenning markeerde het begin van een nieuw tijdperk voor het rusthuis, dat hiermee de status van “rust- en woonzorgcentrum” verwierf. De congregatie had toen juist, in samenwerking met het Sint-Franciscus Xaverius-ziekenhuis van Brugge, een dagverzorgingcentrum geopend dat de dagelijkse opvang en zorg overneemt van mantelzorgers of thuisverplegers.
Ondertussen ging de groei en vernieuwing onverminderd door. In 1991 werd de erkenning voor kortverblijf toegekend en in 1993 werd een nieuwe vleugel bijgebouwd. De karakteristieke vierkante laagbouw in de achtertuin van het rustoord was specifiek ontworpen voor 24 bewoners met dementie en afgestemd op hun behoeften.
Onder de financiële druk en toenemende complexiteit van de taken fuseerde de congregatie met de Zusters van Maria van Ingelmunster. In 1997 werd een erfpachtovereenkomst voor 50 jaar afgesloten met een nieuw opgerichte ”VZW Sint-Jozef woonzorgcentrum” die hiermee het genot kreeg van het volledige onroerend goed.
Een jaar later, in 1998, vierde het WZC zijn 60-jarig bestaan. Een bijzondere mijlpaal was het openstellen van het 2,5 ha grote kasteelpark voor het publiek. Ter gelegenheid hiervan sloten de zusters een bruikleenovereenkomst met de stad Brugge, waarbij de renovatiekosten van het park werden gedeeld en de stad het onderhoud van het park voor haar rekening nam in ruil voor het openstellen voor het publiek. De renovatie, die ongeveer BEF 4,4 miljoen kostte, omvatte onder meer het ontslibben van de vijver, de aanleg van een ringvormig wandelpad met drie toegangen in de Spoorwegstraat en Parklaan en twee binnen het bosgebied als doorgang naar het rustoord. Verder werden bomen gesnoeid, waardeloos hakhout verwijderd en nieuwe afsluitingen en zitbanken geplaatst. In een latere fase werd het weiland ten westen van het bos omgevormd tot een openbaar speelplein. Zuster Immolata verklaarde trots in de lokale pers dat voortaan “iedereen kon genieten van de schoonheid van Gods natuur en de wildernis werd omgetoverd tot iets om van te houden“.
In 2001 realiseerde de VZW met eigen financiële middelen 24 serviceflats in het park. De flats waren en zijn bedoeld voor senioren ouder dan 70 jaar die zelfstandig wonen, maar een beroep kunnen doen op diverse vormen van ondersteuning, zoals poetshulp, maaltijden aan huis en een boodschappendienst.
Intussen bleef de vraag naar kwalitatieve ouderenzorg stijgen. Sinds 1970 was de bevolking in de Brugse regio niet meer gestegen, terwijl het aantal ouderen in de samenleving aanzienlijk groeide. Mensen werden ouder met niet alleen medische, maar ook sociale problemen. De druk op zowel de formele als informele zorg werd steeds groter en meer en meer mensen kwamen op een wachtlijst te staan. Voor het bestuur van de VZW Sint-Jozef reden en aanleiding om een ambitieus moderniserings- en expansieplan van € 23 miljoen te lanceren dat de instelling toekomstbestendig moest maken en de dienstverlening verder moest uitbreiden.
Het masterbouwplan werd in 2006 door het bestuur goedgekeurd en voorzag in een meerjarige gefaseerde volledige sloop van het bestaande rusthuis en nieuwbouw met een opvangcapaciteit van 180 bedden, zowat het dubbele van het oude rusthuis. De stad Brugge verleende in april 2008 de nodige stedebouwkundige en milieuvergunningen.
De realisatie van het plan verliep in verschillende fasen. In april 2011 werden de eerste 70 nieuwe woongelegenheden in gebruik genomen, gevolgd door 55 in 2013, 30 eind december 2014 en de laatste 25 in februari 2015. Hiermee werd de beoogde capaciteit van 180 woongelegenheden bereikt. Ook de omliggende infrastructuur werd aangepakt met de bouw van 125 overdekte fietsparkeerplaatsen en de aanleg van 68 parkeerplaatsen en verschillende groenzones.
Het ambitieuze nieuwbouwproject werd deels gerealiseerd met financiële steun van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA). Dit verzelfstandigd agentschap van de Vlaamse Overheid verstrekt investeringssubsidies voor infrastructuur in de welzijns- en gezondheidssector. De subsidies dekken in principe ongeveer 60% van de geraamde bouwkosten, wat een cruciale bijdrage leverde aan de verwezenlijking van het project.



