KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

X

JOSEPH-BRUNO KERVYN (1817-1891)

Joseph-Bruno was net als zijn vader historicus. Hij studeerde geschiedenis in Parijs en werd licentiaat in de rechten. In 1839 was hij weer in België en wijdde zich aan historisch onderzoek en publicaties. In de periode 1847-1850 publiceerde hij zijn eerste werk, het zesdelige Histoire de Flandre, waarvoor hij in 1851 de vijfjaarlijkse staatsprijs voor vaderlandse geschiedenis kreeg. In 1850 werd hij lid van de Academie Royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique. Ondertussen verbouwde hij de kasteelresidentie tot het gebouw dat op de bijgevoegde fotos is afgebeeld. Van 1861 tot 1891 zetelde hij voor de Katholieke Partij in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, als verkozene voor het arrondissement Eeklo. In de Kamer was hij de jarenlange woordvoerder van zijn partij in kwesties van onderwijs, verkiezingen en Vlaamse problematiek, waarbij hij vooral de Vlaamse taal in rechtszaken verdedigde. Hij werd minister van Binnenlandse Zaken in 1870 in de regering d’Anethan. In deze periode publiceerde hij 42 volumes met oude teksten. In 1865 werd hij lid van de Koninklijke Commissie voor geschiedenis waarvan hij van 1871 tot aan zijn dood de voorzitter was. Ook in dit kader gaf hij 16 volumes uit in de serie ‘Chroniques belges inédites’.

Joseph-Bruno was een druk bezette man. Hij werd in 1886 ook voorzitter van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge, waarvan hij sinds 1864 bestuurslid was geweest. In 1861 ontving hij de titel baron en in 1871 werd de titel overdraagbaar op al zijn afstammelingen. Het echtpaar kreeg in totaal 10 kinderen. In 1884 kreeg hij vergunning om voor hem en zijn drie zonen (Gustave (1844), Joseph (1849) en Henri (1856) “de Lettenhove” aan hun naam toe te voegen.

Zoeken