KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

BASISSCHOOL SINT-MICHIELSLAAN

Situering

De basisschool Sint-Michielslaan is een vestiging van de oudste lagere school van Sint-Michiels met hoofdvestiging in de Rijselstraat. Als oud-gemeentelijke, thans stedelijke, basisschool maakt ze deel uit van het officieel gesubsidieerd onderwijs. Anno 2024 biedt ze onderdak aan vijf kleuterklassen en acht klassen lager onderwijs. Het kleuteronderwijs is bedoeld voor kinderen van 2,5 tot 6 jaar, ingedeeld in leeftijdsgroepen. De kleuters leren er sociale vaardigheden en raken vertrouwd met taal en met practische vaardigheden. Het daaropvolgende lager onderwijs omvat zes aaneensluitende leerjaren voor kinderen van zes tot twaalf jaar. Gedurende deze zes leerjaren leren de kinderen de basisvaardigheden: lezen, schrijven, rekenen. Naast het veralgemeend vak lichamelijke opvoeding komen daar in het vijfde leerjaar “zaakvakken” bij zoals aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, verkeersopvoeding en Franse taal.

In de loop van 2021 dacht het Brugse stads- en schoolbestuur dat het tijd was om de “gemeente”school een nieuw elan te geven en, naast de aanstelling van een nieuwe directie, de school ook een eigen naam te geven, de Geluksvogel. De Sint-Michielse samenleving moet nog wennen aan de nieuwe naam. Of de naam zal aanslaan hangt mede af van de verdere vormgeving van een bijhorend logo en de toepassingen ervan in de diverse huisstijluitingen.

Historiek

De geschiedenis van de gemeente/stedelijke basisschool is uitvoerig beschreven in een afzonderlijke publikatie van de Heemkundige Kring Brugs Ommeland. Ze gaat terug tot 1836 toen het gemeentebestuur van Sint-Michiels voor het eerst intervenieerde in de benoeming van een nieuwe onderwijzer in de kosterschool en iets later een eigen school oprichtte. Het overigens landelijk brede conflict met de klerikale overheid leidde tot de verzuiling van het Belgische onderwijssysteem die tot op de dag van vandaag nog steeds bestaat. Tot tweemaal toe laaide de strijd tussen het rijks- en katholiek onderwijs hevig op (1878 en 1958) maar in Sint-Michiels bleven de gemeentelijke en de katholieke (vrije) lagere school vreedzaam naast elkaar bestaan.

Als onderdeel van het rijksonderwijs, groeide de gemeenteschool van Sint-Michiels mee met de groei van de bevolking. Begin jaren zestig van de vorige eeuw werd de schoolvrede toch weer verstoord, niet door een conflict met de vrije schoolsector, maar door de eigen rijksoverheid die van oordeel was dat het gemeentelijk onderwijs niet neutraal was en teveel “aanleunde” bij de kerk. Zeer tegen de zin van burgemeester Michel Van Maele en zijn CVP raadsmeerderheid, stuurde de rijksoverheid aan op de inplanting van een nieuwe rijkslagere school in de gemeente. Zonder enige vorm van inspraak of overleg verscheen in het Staatsblad een Koninklijk Besluit (gedateerd 11 december 1961) waarbij de oprichting aangekondigd werd van een (gemengde) nieuwe rijkslagere school in de toenmalige Guido Gezellestraat, thans Vijverhoflaan. Het nieuws sloeg in als een bom. Ondanks protest zette de minister zijn plannen door. Het gemeentebestuur had op deze locatie eerder gedacht aan huizenbouw maar haar pleidooi om de nieuwe school dan maar in de geplande Leisele nieuwbouwwijk in te planten, werd door het Rijk afgewezen.

Als het Rijk niet wil bouwen in de Leiselewijk dan doen wij het, was de reactie van het schepencollege. Het gebied tussen de Kerk- en Leiselebeek maakte tot de jaren twintig van de vorige eeuw deel uit van het kasteeldomein Leiselebeke. De Brugse notarissenfamilie Doudan was de voornaamste eigenaar van het domein. Terwijl het kasteel al in 1878 verkocht was aan de familie de la Kethule de Ryhove bleef het bijhorende weidegebied ten noorden van het kasteel nog eigendom van de familie Doudan tot in het in 1924 verkocht werd aan Urbain Bossuyt, eigenaar en bewoner van kasteeldomein Zevecote in Assebroek. Als groot-grondbezitter kocht hij ook in dezelfde periode grote delen van het aanpalende Leiselekasteeldomein van de familie Kervyn de Lettenhove.

Enkele jaren later verkocht de familie Bossuyt vrijwel alle bezittingen op Sint-Michiels. Zo ook het weilandgebied aan de Kerkebeek dat in 1932 verkocht werd aan de pachter, de landbouwersfamilie Van Belleghem. De laatste bleef het land bewerken en gebruiken tot beginjaren zestig toen de urbanisatieplannen van het hele gebied tussen de huidige Sint-Michielslaan en de Heidelbergstraat vaste vorm kregen en de familie benaderd werd om 2 percelen aan de gemeente Sint-Michiels te verkopen. De verkoopovereenkomst werd in de loop van 1962 getekend. Alhoewel er voldoende ruimte op de bestaande locatie aan de Rijselstraat was, gaf het gemeentebestuur de voorkeur aan uitbreiding van de gemeentelijke lagere school op de nieuwe locatie aan de Sint-Michielslaan.

Met de nieuwbouwplannen ging het niet zo goed. De plannen voor de bouw van vier klassen, een overdekte speelplaats en een bergplaats voor fietsen, die uitgewerkt waren door het architectenbureau Van der Looven en Huyghebaert, waren in juni 1962 door de gemeenteraad goedgekeurd maar de uitvoering ervan liep flinke vertraging op. Het hele Leisele verkavelingsgebied tussen Kerk- en Leiselebeek had last van wateroverlast die grote delen, inclusief de site van de geplande school, ontoegankelijk maakte. Voor de rijksoverheid ook reden om de bouwsubsidieaanvragen in de ijskast te stoppen. In afwachting van de nieuwbouw kreeg het gemeentebestuur in 1964 wel groen licht om twee nieuwe klassen op te starten (een eerste en tweede leerjaar) waarvoor onderdak werd gevonden bij de Zusters van de Heilige Vincentius die in het naburige Leiseledomein al een kleuterschool openhielden. De twee klassen gingen van start in het schooljaar 1964-65 met resp. 22 en 16 leerlingen onder de leiding van meesters Jerome Carlier en André Van Belle.

De wateroverlast in het Leiselegebied kreeg aandacht in de nationale pers en in de periode 1965-1967 werd met man en macht gewerkt aan de oplossing van de problemen. In deze periode kwam de inrichting en uitrusting van het Leisele verkavelingsgebied pas goed op gang. Bij het ingaan van het schooljaar 1967-68 meldden zich al 105 leerlingen aan de poorten van de nieuwe wijkschool, goed voor 5 klassen die, nog steeds in afwachting van de nieuwbouw, ondergebracht werden in omgebouwde vergaderzalen van het naburige Boudewijnpark.

Geconfronteerd met de snelle groei van de schoolbevolking werd de planning aangepast en kregen de architecten opdracht om een tweede blok van 4 klassen in de nieuwbouwplannen op te nemen. Toen minister van Openbare Werken Jos De Saeger de subsidieaanvraag eindelijk goedkeurde in juni 1967, ging het weer mis. Bij de aanbesteding van de werken bleken er maar twee aanbiedingen te zijn en de geselecteerde aannemer (Van Gheluwe) werd door de rijksoverheid afgewezen wegens niet-gekwalificeerd. Gelukkig kwam het niet meer tot een heraanbesteding en in januari 1968 werd de bouw uiteindelijk toegewezen aan de tweede aannemer Henri Beselaere uit Veldegem. Na een bijna zeven jaar durende lijdensweg kon de noodopvang in het Boudewijnpark verlaten worden en werd het nieuwe schoolcomplex in de loop van 1970 in gebruik genomen. Dat was ook het jaar dat de gemeente Sint-Michiels fuseerde met de stad Brugge en de gemeenteschool een stedelijke basisschool werd. 

Om de wind nog verder uit de zeilen te halen van de naburige scholen werd zes jaar later een kleuterafdeling opgestart in de wijkschool aan de Sint-Michielslaan. Dat was ook het jaar dat gemengd onderwijs werd ingevoerd maar dat had, vreemd genoeg, weinig impact op het aantal leerlingen. De oprichting van de kleuterschool ging ook niet zonder slag of stoot. De toenmalige minister van Onderwijs Herman De Croo achtte het budgetair niet verantwoord dat gemeenten met eigen financiële middelen en op eigen initiatief zomaar nieuwe klassen konden oprichten. Uiteindelijk “gedoogde” de minister de inrichting van de kleuterklas “omwille van uitzonderlijke motieven” en op voorwaarde dat alle kosten door de stad Brugge gedragen zouden worden. De kleuterklas ging per 1 september 1977 met een dertigtal kleuters van start. De minister hield het been nog lange tijd stijf. Zeven jaar lang kwamen alle kosten van de wijkkleuterafdeling voor rekening van de stad Brugge tot de toenmalige minister van Onderwijs, streekgenoot Daniel Coens, in 1984 overstag ging en het schoolcomplex in de Sint-Michielslaan de status van volwaardige “geïsoleerde vestigingsplaats voor basisonderwijs” toekende.

De stijging van het aantal leerlingen kon gemakkelijk opgevangen worden in de Rijselstraat maar de vestiging in de Sint-Michielslaan kreeg te kampen met ruimtegebrek. Om de 10 klassen te kunnen onderbrengen werden in de loop van 1989-90 een refter en 2 klassen bijgebouwd waarvan de werken werden toegewezen aan aannemer Jacxzens en Zonen VGN uit Damme-Oostkerke. Het aantal leerlingen bleef nog doorgroeien in de jaren negentig. In 1994 werd het drie jaar eerder gebouwde refter/kleuterklassenblok verder uitgebreid met twee prefab klaslokalen. Het was wel erg schrikken in 1996 toen het blok grotendeels door brand werd verwoest. De brand brak ’s nachts uit bij de ingang van de school in het kantoor van het schoolhoofd en spreidde zich uit naar de aanpalende refter en kleuterklassen. Er was vrijwel zeker sprake van brandstichting maar de daders werden nooit gepakt. Er volgde nog een kater voor de inrichtende macht. De stad Brugge was na de nieuwbouw vergeten de verzekering aan te passen en draaide op voor het herstel van de schade: kosten 1 miljoen BF.

In 2005-06 werd een laatste nieuw blok bijgebouwd met twee klaslokalen en een sanitair blok. In deze periode varieerde het aantal leerlingen tussen de 240 en 250. Na het vertrek van de pastoor van de Godelieveparochie, nam de school in 2015 nog zijn intrek in de aanpalend pastoriewoning maar op het vlak van de schoolinfrastructuur gebeurde verder niets meer. Zoals elders in de Brugse agglomeratie had de vergrijzing van de bevolking ook zijn impact op de schoolbevolking in de Leiselewijk en daalde het aantal leerlingen de volgende jaren naar het huidige niveau van 200-210.

De onderwijswereld bleef echter, zoals altijd, in beweging en op onderwijskundig gebied gebeurde er de afgelopen jaren het nodige. In meer algemene zin voltrok zich de laatste paar decennia een stille revolutie in het leerkrachtenberoep. Nieuwe toepassingen vonden hun weg naar de klas en leerkrachten kwamen constant voor nieuwe uitdagingen te staan. Hoe om te gaan met een multiculturele klas? Hoe speel je in op noden van de leerlingen? En wat doe je met alle nieuwe computertoepassingen die een einde dreigen te maken aan het meer traditionele krijtbord en handboek? Het leren werd ook meer en meer ingebed in concrete, realistische, op de samenleving gerichte situaties die voor de lerende jongeren betekenisvol en representatief zijn.

Pages ( 1 of 2 ): 1 2Next »
Zoeken