KASTEEL BLOEMENOORD
Situering
Het voormalige kasteel Bloemenoord is visueel sterk door zijn ligging in het hart van de gemeente Sint-Michiels. In het kasteel waren tot korte tijd geleden de kantoren van deelgemeente Sint-Michiels gevestigd die sinds 1971 deel uitmaakt van de stad Brugge. Anno 2021 zijn zowat alle administratieve diensten overgeheveld naar het centrale Huis van de Bruggeling en staat het imposante gebouw grotendeels leeg
Rechts van de ingang is een gedenkplaat aangebracht refererend naar de ontstaansgeschiedenis van de gemeente: “Op 5 mei schonk Arnulf, de grote graaf van Vlaanderen, aan de Gentse Sint-Pietersabdij ten tijde van abt Womarus tien landhoeven met hun aanhorigheden uit zijn eigen erfgoed Weinebrugge genaamd Liber Traditionum Sanctii Petri Elandiniensis op 10 october 1962 onthuld door zijne Konninklijke Hoogheid Prins Albert van Belgie“.
Aan de rechterkant van het hoofdvolume paalt een gelijkaardig torenvolume met divers uitgewerkte drielichten. De voormalige tuinzijde is voorzien van een fraaie smeedijzeren markies met bolle, glazen wanden. De fraaie interieuraankleding illustreert enerzijds de luxueuze levensstijl van de gegoede burgerij die de woning lieten bouwen en anderzijds de latere functie van het gebouw als gemeentehuis. Links van de centrale inkom bevinden zich een ontvangstkamer, salon, bureau en raadszaal. De ontvangstkamer en raadszaal zijn in neorenaissancestijl aangekleed: houten lambriseringen, gecanneleerde halfpilasters en zuilen, deuromlijstingen met supraportes, beeldnissen, marmeren schouwen, ingewerkte wapenschilden van de plaatselijke adellijke families le Bailly de Tilleghem, de Schietere de Loppem, de Baenst etc. Deze ruimtes waren tot voor kort in gebruik als bibliotheekfiliaal. Op de verdieping blijkt nog meer de monumentaliteit van de trappenhal door het als het ware door gecanneleerde zuilen gedragen balkon met balusterleuning. Het gebouw is in 2009 vastgesteld als bouwkundig erfgoed en is beschermd monument sinds 17-07-2012.
Geschiedenis
Volgens oude kaarten zou op deze plaats een 18e eeuwse boerderij gestaan hebben. Bij het opmaken van het eerste Primitief Kadasterplan van 1835 stond de boerderijsite geregistreerd op naam van de Brugse aannemer Hendrik Sion. Ze bestond uit vier losse panden, een woongedeelte en drie schuren of stallen, in een gebogen lijn naast elkaar gebouwd. De hoofdingang van het domein was gelegen op de hoek van de Rijselstraat recht tegenover de Door de aanleg van de spoorlijn Brugge-Torhout-Kortrijk (thans Koning Albertlaan) in 1847 werd het westelijke deel van het hoevedomein afgesplitst. Henri Sion overleed in 1857 en het domein ging over naar zijn zoon … die het hoevecomplex in 1858 sloopte en er voor zijn moeder Petronella Van den Abeele een nieuw landhuis met bijhorend koetshuis bouwde. Bij de dood van Petronella in 1874 kwam het domein (via erfenis) in handen van de familie Van Wint. Hoe de familiale verhouding tussen de families Sion en Van Wint waren, moet nog uitgezocht worden. In de periode 1905-1908 werd het landhuis op vraag van de nieuwe eigenaar, de Gentse industrieel Victor van Wint, verbouwd. Het landhuis liet hij heraankleden naar een ontwerp van de Gentse architect L. Morial. Het gebouw kreeg de allure van een kasteel dat de naam “Bloemenoord” kreeg toebedeeld. Architect Morial ontwierp voornamelijk statige woningen voor de nieuwe rijke burgerij en handelaars en stond bekend als een architect die de voorkeur gaf aan een eclectische bouwstijl met neobarokke of neorenaissance invloeden. Enkele van zijn ontwerpen zijn gerealiseerd in de Vlaanderenstraat, de Brabantdam en de Kortrijkse Steenweg in Gent. In de daaropvolgende jaren liet de familie van Wint een kasteelpark aanleggen dat zich, over de spoorlijn Brugge-Kortrijk, uitstrekte tot aan de huidige Xaverianenstraat.
Victor Van Wint overleed in … en het kasteel domein kwam in handen van zoon Leon Van Wint (1855-1919). Leon was gehuwd met Marie-Antoinette Carton (1860-1949). Het echtpaar Van Wint- Carton kreeg twee dochters Agnes en Suzanne Van Wint. Vader Leon overleed vroegtijdig in 1919 maar de weduwe bleef nog tot WO II het kasteel (veelal tijdelijk) bewonen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het kasteel door de Duitsers bezet. Het bleef gelukkig onbeschadigd tijdens het bombardement van 1944 da , op minder dan 50 meter van het kasteelgebouw, de kerk en de naburige woonhuizen in puin legde. De familie Van Wint, die in het Brugse stadscentrum woonde, kwam niet meer terug in het kasteel.
In de allereerste zittingen van het schepencollege na de bevrijding werd de mogelijkheid besproken om het kasteel Bloemenoord te huren van de weduwe Van Wint en in te richten als nieuw gemeentehuis. In overleg met haar twee dochters Agnes en Suzanne, stemde de toen 84 jarige weduwe in met de verhuur. Nadat de ravitailleringsdienst en het bureel van de werklozen en steun er al in oktober 1944 waren ondergebracht lag er in juni 1945 een voorstel van de gemeente op tafel om een 6-9 jarige huurovereenkomst af te sluiten met de familie met een optie tot aankoop. Er is druk gespeculeerd over wat er precies gebeurd is maar in de daaropvolgende maand juli 1945 werd een voorlopige koopovereenkomst gesloten voor een bedrag van 1,200,000 frank. Na wat verbouwingen (uitgevoerd door aannemer Leon Himpe) nam de gemeente in oktober 1945 definitief zijn intrek in het nieuwe gemeentehuis.
De verkoop van het kasteel had ook veel gevolgen voor het uitzicht van de Rijselstraat. Het schepencollege liet er geen gras over groeien en bij een bezoek aan het kasteel in augustus 1945 werd besloten “om alle bomen die staan voor het gemeentehuis uit te roeien als reden dat het ene marktplaats moet zijn en dat er moet ruimte zijn”. Het nog ongeplaveide terrein werd gebruikt als openbaar parkeerterrein. De strook terrein aan de achterkant van het kasteel-gemeentehuis bleef een stukje park. De rest van de lusttuin, die bijna reikte tot aan de huidige Witte Molenstraat, werd in hetzelfde jaar 1947 langs de kant van de Rijselstraat door de gemeente verkocht en verkaveld in een zestiental bouwpercelen (huidige nummer 100 tot nummer 128). Vanaf 1950 werd het resterende deel aan de kant van de Koning Albertlaan ook verkaveld en verkocht
Het parkgedeelte aan de overkant van de Koning Albertlaan werd door de erven Van Wint verkocht aan de broeders Xaverianen.
In de loop der jaren veranderde het uitzicht van de site. Een belangrijke ingreep vond plaats in 1955 toen het koetshuis naast het hoofdgebouw werd gesloopt. Het koetshuis werd na WO II hoofd-zakelijk gebruikt als opslagplaats van materialen en uitrusting van de gemeentelijke technische dienst. Er waren ook een tweetal politiecellen in ondergebracht waar dronkelappen en ruziemakers een nachtje konden afkoelen. De technische dienst verhuisde naar een lokatie op het terrein van het gemeentelijke kerkhof aan de Groene Poortdreef en in 1963 verhuisde het oorlogsmonument naar het open terrein naast het gemeentehuis. Het monument, dat aan de overkant van de Rijselstraat naast de pastorie stond, moest wijken voor de bouw van een nieuwe pastorie en een nieuw klassenblok van de naburige gemeenteschool.
Een tweede belangrijke ingreep volgde in 1968 toen aan de rechterkant van het hoofdgebouw een conciërgewoning werd aangebouwd met één verdieping die door de politiediensten werd ingenomen.
In 1988 werd het gemeenteplein volledig heraangelegd en het gemeentehuis opgeknapt. Het parkeerterrein aan de voorkant van het plein, langs de Rijselstraat, werd omgebouwd tot een kleurrijke bloementuin. Het geheel werd omzoomd met een twintigtal niewue bomen, meer bepaald haebeukren. Het oorlogsmonument dat naast het gemeentehuis stond werd verplaatst naar zijn huidige plaats in de as van het hoofdgebouw. De parkeerplaatsen verhuisden naar de achterkant van het plein in de hoek van de Koning Albertlaan en Koningin Astridlaan. Daar werden een veertigtal parkeerplaatsen aangelegd in kasseien en een twintigtal nieuwe bomen aangeplant.
De heraanleg werd uitgevoerd door de firma O. Kimpe en Zoon uit Gistel voor de som van 7,7 miljoen BF. De groenaanleg werd gegund aan M. Demuynck uit Eernegem tegen de prijs van 2.6 miljoen.
Tijdens de werken aan het plein werd het voormalig gemeentehuis ook grondig aangepakt. Het dak werd volledig vernieuwd, de gevel werd gereinigd en het gebouw werd volledig herschilderd. De kosten voor de face-lift liepen op tot bijna 15 miljoen BF De forse rekening voor heraanleg en renovatie was onderwerp van verhitte diskussie in de Brugse gemeenteraad. “Wat voor zin heeft het om van het parkeerterrein een park te maken en van het park een parkeerterrein?” riep de oppositie, maar de meerderheid in de gemeenteraad had meer oog voor het estetische dan het financiele aspect.
Sindsdien is er niets meer veranderd aan het grondplan en uitzicht van de gemeentehuissite. Na de fusie van de gemeente Sint-Michiels met de stad Brugge in 1970 bleven alle gemeentelijke diensten nog een tiental jaren gehuisvest in het gemeentehuis maar vanaf de jaren tachtig bleef de fusie niet zonder gevolgen voor de lokale dienstverlening. Algemene zaken en technische diensten verhuisden als eerste naar de Brugse binnenstad en de imposante in neo-renaissancestijl aangeklede raadzaal werd ingericht als bibliotheekfilaal van de Brugse stadsbibiotheek. De politiediensten bleven nog lang behouden tot ook het politiekantoor zijn deuren sloot in 2018. In 2020 verhuisde de bibliotheek naar de nieuwe site aan de Xaverianenstraat en sloot ook het kantoor van de algemene dienst. Afwachten wat de stad Brugge in petto heeft voor het imposante historisch gebouw in de dorpskern van Sint-Michiels.



